Deze maand een voorproefje van 'De wraak van Knor', een humoristisch verhaal van Tosca Menten over een gemene opa die van het lievelingsdier van zijn kleindochter een prijswinnende worst wil maken.
Een nieuwe opa
Bette Babs Buitelaar wist helemaal niks van de Vereniging Voor Vleeswaren Van Verse Varkens en ook niks over de Worstwedstrijd van de Eeuw. Ze was bijna negen jaar en woonde met haar vader en moeder in de Appelstraat in Moppel. Op een dag gebeurde er iets raars.
De bel ging en Bette Babs deed open. Op de stoep stond een oude meneer met twee enorme koffers. Hij had waterige ogen, verkreukelde oren en zijn kale hoofd glom alsof iemand het had ingesmeerd met boter. Mama kwam achter Bette Babs aan de gang in en schrok zich een ongeluk. ‘Opa Tuitjes?' zei ze. De meneer die opa Tuitjes heette, sleepte de koffers naar binnen en keek rond. ‘Zo. Ik ben er,' zei hij met een diepe zucht. Mama staarde hem ongelovig aan. ‘Opa Tuitjes? Bent u het echt? Wat komt u doen?' ‘Hier logeren,' zei opa Tuitjes vriendelijk. ‘Mijn huis is weggewaaid. Heb je iets te drinken voor je oude opa?' Mama wreef in haar handen, keek naar Bette Babs en haalde een glaasje appelsap. ‘Nou, eh, ga eerst maar even zitten,' zei ze. ‘Dank je, kind.' En toen vertelde opa Tuitjes dat zijn huis in Amerika was weggewaaid door een orkaan. En dat hij wel twaalf uur in het vliegtuig had gezeten en nog een uur in een taxi, en dat hij moe was en graag naar zijn kamer wilde. ‘Over zes weken is mijn huis weer opgebouwd. Ik blijf zolang op familiebezoek. Waar is de logeerkamer?' ‘In het tuinhuisje,' zei mama automatisch. Ze keek op de klok. Papa kwam zo thuis. Of nee, papa kwam nú thuis, want Bette Babs hoorde de keukendeur. Hij kwam de kamer in en keek naar de koffers. ‘Wat doet die man hier?' vroeg hij verbaasd. ‘Dat is opa Tuitjes,' zei Bette Babs. ‘Wie is opa Tuitjes?' ‘Dat ben ik,' zei opa Tuitjes. ‘En wat doet u hier?' ‘Ik woon hier,' zei papa. ‘O, en ik logeer hier,' zei opa. Bette Babs schoot in de lach. ‘Zijn huis is weggewaaid,' zei ze. ‘Hij blijft zes weken logeren in het tuinhuisje.' ‘Fijn dat het mag,' zei opa. ‘En wat ben ik blij dat ik mijn achterkleindochter eindelijk eens zie. Kom eens hier, kind.' Bette Babs kwam dichterbij en opa bekeek haar van top tot teen. ‘Wat ben je gegroeid,' zei hij bewonderend. ‘Hoe heet je ook weer?'
‘Bette Babs,' giechelde Bette Babs. Gegroeid? Hij had haar nog nooit gezien! Opa was klaar met kijken. ‘Kan ik dan nu de koffers gaan uitpakken?' vroeg hij. Papa deed zijn mond open en dicht. Hij snapte er zo te zien nog minder van dan mama. ‘Ga maar even naar je kamer,' zei hij tegen Bette Babs. Bette Babs ging naar de gang en drukte haar oor tegen de deur. Ze kon het niet zo goed verstaan. Opa zei dingen als: ‘...grote orkaan... maar zes weken... heimwee...' En papa zei: ‘...nooit gezien... zomaar op de stoep... niet even kunnen bellen...' En toen zei opa weer: ‘...verrassing... lieve familie... eigen vlees en bloed...' Het klonk gelukkig niet boos. Papa en mama waren lieve mensen, die zouden een oude opa heus niet zomaar op straat laten staan. De deur ging open en papa botste met de koffers tegen Bette Babs op. Nieuwsgierig liep ze achter hem aan naar buiten. ‘Is dat echt mijn opa?' vroeg ze. ‘De opa van mama,' zei papa. ‘Hij is heel lang geleden plotseling geëmigreerd naar Amerika. Daar ging hij worst maken of zoiets. Mama weet het ook niet precies, ze was toen nog klein. Maar ze hebben elkaar nooit meer gezien. Volgens mij dacht ze dat hij dood was.' ‘Worst maken?' Bette Babs grinnikte. Mama at nooit vlees. Ze was vegetarischer dan een groentewinkel, zei papa altijd. ‘Hij lijkt me wel aardig,' zei ze. ‘Het zal wel. Voor mij is het een vreemde ouwe man. Maar het blijft familie. En over zes weken gaat hij weer terug naar Amerika, zegt hij.' Ze waren bij het tuinhuisje en papa droeg de koffers naar binnen. ‘Maar het is wel raar,' mompelde hij. Nou, daar had hij wel gelijk in.
Bette Babs rende naar de hoek van de straat. Daar woonde haar beste vriend Tijn. ‘Ik heb een opa!' riep ze opgewonden. ‘Ik ook,' zei Tijn. ‘Maar ik heb een nieuwe. Een heel ouwe, uit Amerika. Hij logeert zes weken bij ons, tot ze zijn huis weer hebben gemaakt.' Tijn ging meteen mee om naar de nieuwe ouwe opa te kijken. Opa stond in het tuinhuisje en deed net een koffer open. ‘Ik ben Tijn,' zei Tijn. ‘Leuk,' zei opa. ‘Ga eens opzij, jongen. Ik moet mijn koffer uitpakken.' ‘Meneer Tuitjes...' begon Bette Babs. ‘Zeg maar opa, lief kind,' zei opa Tuitjes vriendelijk. ‘Eh... opa, wat gaat u hier allemaal doen?' ‘Niet zoveel. Uitrusten in mijn eigen oude Nederland. Misschien wat kennissen bezoeken. En jou goed bekijken.