Voorproefje

 

Kasper wordt een kip

Titel: Kasper wordt een kip
Auteur: Sam Copeland
Uitgeverij: Gottmer, 2019
ISBN: 978 90 257 6916 1
Illustraties: Sarah Horne

HOOFDSTUK 1

Dit is Kasper Verhoeven. Hij is het niet écht. Het is een plaatje van hem. NATUURLIJK. Als je dat nog niet doorhad, is dit boek veel te moeilijk voor je en kun je beter Het supersimpele boek vol megamakkelijke verhalen voor suffe sukkels gaan lezen.
Kasper Verhoeven is net als jij en ik. Of nou ja, niet zoals ik, want ik ben groot en harig en Kasper is klein en vrij glad. Dus hij is net als jij. Hij is wel een jongen, dus als je een meisje bent is hij anders omdat hij een je-weet-wel heeft. Kasper is dus net als sommigen van jullie.
Maar er is één WAANZINNIG GIGA GROOT verschil.
Hij kan in dieren veranderen. Het ene moment is-ie een gewone jongen, en het volgende is-ie een wolf. Of een gordeldier. Of een kronkelmonster (wat zoals iedereen weet de echte, wetenschappelijke naam voor een slang is).
Oké, dat betekent waarschijnlijk dat Kasper heel anders is dan jullie, omdat verder niemand in dieren kan veranderen. Het lijkt me het beste als we even opnieuw beginnen met dit boek, denk je ook niet?
Doe maar gewoon alsof je dit stuk niet gelezen hebt, goed?

HOOFDSTUK 1 (Opnieuw)

Dit is Kasper Verhoeven. Het is hem niet écht. Het is gewoon een plaatje van hem. NATUURLIJK.  Kasper Verhoeven is absoluut niet zoals jij en ik. Hij is echt totaal anders. Kasper is uniek. Kasper kan namelijk in dieren veranderen. In kronkelmonsters bijvoorbeeld.
Tot zo’n drie weken na zijn negende verjaardag was Kasper eigenlijk een heel gewone jongen. Hij was net voor de honderdduizendste keer in het ziekenhuis op bezoek geweest bij zijn oudere broer, SuperMove. SuperMove was behoorlijk ziek en lag echt al eeuwen in het ziekenhuis. Dat was heel vervelend, want Kasper wist zeker dat hij zijn broer inmiddels kon verslaan met FIFA op de PlayStation 4 en dat wilde hij graag bewijzen. Bovendien moest de geheime hut in de tuin gerepareerd en dat kon Kasper niet in z’n eentje. En soms wilde Kasper gewoon dat zijn broer weer naar huis kwam zodat hij iemand had om verstoppertje mee te spelen. Verstoppertje in je eentje is geen bal aan – Kasper had het geprobeerd.
Als je heel slim bent, heb je misschien al geraden dat Kaspers broer niet écht SuperMove heet, maar wee je gebeente als je hem niet zo noemt. Kaspers broer heette ooit Nick, maar nadat hij zijn hele leven Nare Nick was genoemd, stompte hij iedereen die zijn echte naam gebruikte in z’n gezicht. SuperMove was twaalf jaar, lag in het ziekenhuis en kon Kasper nog steeds makkelijk verslaan met FIFA, wat Kasper ook beweerde. En het zou kunnen dat hij een vriendinnetje had, maar hij zou je meteen in je gezicht stompen als je zei ‘SuperMove heeft een vriendinnetje’. Eerlijk gezegd was het sowieso knap om een gesprek met Kaspers broer te voeren zonder in je gezicht gestompt te worden.
Zodra Kasper en zijn ouders thuiskwamen na hun bezoek aan SuperMove, rende Kasper naar boven, naar zijn slaapkamer. Hij dook op het bed, onder zijn deken, en probeerde niet te denken aan de ‘grote scan’ waar zijn broer net over had verteld. Na een tijdje veegde hij zijn ogen droog en duwde de deken omhoog met een tennisracket om zijn bed in een tent te veranderen. Zodra de tent stevig stond en niet meer instortte, deed hij zijn zaklamp aan om zijn lievelingsboek te lezen. Kaspers lievelingsboek ging over vulkanen. Er stonden foto’s in van enorme uitbarstingen en oranjerode lava, en hij vond het leuk om te fantaseren dat hij aan de dood ontsnapte door over de lava langs de berg naar beneden te surfen en vallende brokstukken te ontwijken.
Het geruzie van zijn ouders beneden rommelde door het huis als onweer in de verte. Kasper sloeg zijn boek dicht. Hij kon zich niet concentreren. Buiten was het al donker en de straatlantaarn voor Kaspers raam wierp griezelige schaduwen op de muur van zijn kamer. Kasper vond de silhouetten van de takken net iets te veel op lange, grijpgrage heksenvingers lijken, dus hij sprong bliksemsnel uit bed om de gordijnen dicht te trekken.
En op dat moment gebeurde het voor het eerst.
Het begon met een trilling bij zijn oog. Kasper bleef stokstijf staan en voelde zijn ooglid knipperen als een gek. Zijn oog had weleens vaker getrild, als hij moe was, maar dit was anders. Het voelde alsof iemand hem in het stopcontact had gestopt. Zijn andere oog deed ook mee en zijn beide ogen knipperden en trilden nu.
Er schoot een gevoel door zijn lichaam, alsof hij door een elektriciteitsdraad werd geperst, alsof hij elektriciteit wás. Zijn hele lijf GONSDE en knetterde. Het gegons en geknetter werd sterker, tot het leek of hij in brand stond, maar dan in een eindeloze buis van golvend en samengebald vuur. Zijn huid voelde heel raar. Tintelend. Hij keek naar zijn arm en zag tot zijn grote schrik dat er overal haren uit zijn vel staken.
En vreemd genoeg werd de kamer ook groter.
Maar nee, besefte Kasper, de kamer werd niet groter – hij was aan het krimpen! Hij werd kleiner en kleiner, terwijl de kamer om hem heen steeds groter werd.
En zijn lijf – Kasper durfde bijna niet te kijken – zijn lijf veranderde. Totaal. Er groeiden extra benen uit hem (wat net zo vies is als je denkt). En ten slotte voelde hij nieuwe ogen uit zijn hoofd komen (wat misschien nog wel viezer was dan de nieuwe benen). Kasper had al heel snel in de gaten dat hij in een spin veranderde.
En hoe wist Kasper dat?
Door naar het bewijs te kijken:

BEWIJS 1: Kasper was nu piepklein. Voordat hij veranderde was hij ook niet heel groot, maar hij zag een gedroogde abrikoos onder zijn bed liggen die hij als appeltje voor de dorst had bewaard, en hij was nu ongeveer even groot als die abrikoos. En normale negenjarige jongens zijn meestal niet even groot als gedroogde abrikozen.

BEWIJS 2: Kasper telde zijn benen en hij had er acht, wat ongeveer zes benen te veel is voor een mens, maar precies het juiste aantal voor een spin.

BEWIJS 3: Hij was volledig bedekt met kort bruin haar. Op zich kon je nog steeds mens zijn als je volledig bedekt was met haar, kijk maar naar Kaspers oom Pieter. Oom Pieter had Kasper een keer meegenomen naar het zwembad en toen hij zijn T-shirt uitdeed bleek hij zo veel dik, donker haar op zijn rug te hebben dat een gorilla er jaloers op zou zijn geweest. Alle kinderen waren blijven staan en hadden met grote ogen en open mond naar oom Pieter gestaard toen hij met wapperend rughaar het water in was gestapt. Kasper had geprobeerd om te vergeten dat dit ooit was gebeurd, maar hoe harder hij de Harige Rug van oom Pieter probeerde te vergeten, hoe meer die in zijn hoofd bleef zitten, want hoofden kunnen wat dat betreft heel vervelend zijn.

BEWIJS 4: Kasper kon bijna helemaal achter zich kijken zonder zich zelfs maar om te draaien. Hij tilde een van zijn nieuwe, lange, dunne, zwarte pootjes op en telde zorgvuldig zijn ogen. Het waren er acht.

Acht benen? Acht ogen? Héél verdacht.
Kasper bestudeerde al het verdachte bewijsmateriaal en telde klein + harig + acht dunne zwarte pootjes + acht ogen bij elkaar op en kreeg spin als antwoord, want het is algemeen bekend dat spinnen harig zijn en acht poten en acht ogen hebben. Het is minder bekend dat spinnen ook acht paar billen hebben, wat smerig is én heel veel troep geeft, en waardoor spinnen bovendien heel veel geld kwijt zijn aan wc-papier.
Kasper ging op de vloer zitten en dacht na over zijn ellendige situatie. Hij was in een spin veranderd en hij had geen idee hoe je een spin moest zijn. Hij had veel ervaring in het zijn van een jongen, maar geen enkele in het zijn van een spin. Toen hij daar een tijdje een spin had zitten wezen, bedacht Kasper een plan. Het plan bestond uit twee eenvoudige stappen. Te weten:

Stap 1: IN PANIEK RAKEN!
Stap 2: Zijn moeder roepen dat ze hem moest komen helpen.

Stap 1 ging heel goed. Die bestond vooral uit met zijn dunne pootjes in de lucht spartelen. Nadat hij lang genoeg in paniek was geweest, probeerde Kasper Stap 2 uit te voeren.
Stap 2 ging niet goed. En waarom ging Stap 2 niet goed? Heb je weleens een spin horen roepen? Nee, natuurlijk niet. Spinnen kunnen namelijk niet schreeuwen. Spinnen kunnen niet mompelen, fluisteren, praten, kletsen, roddelen, brabbelen of jodelen, en ze kunnen al helemaal niet om hulp roepen.
Nadat hij een paar seconden geluidloos had geschreeuwd en wild met zijn pootjes had gewapperd, ging Spin-Kasper weer op de vloer zitten, naast de beschimmelde abrikoos, en besefte dat Stap 2 van zijn plan niet ging lukken. Dus besloot hij gewoon Stap 1 nog een keer te doen.

.
Leesfeest verloot het boek uit dit voorproefje! Wil jij ook kans maken op dit boek? Klik dan hier
.