Voorproefje

 

Job en Keetje

Titel: Job en Keetje
Auteur: Lizette de Koning
Uitgeverij: Ploegsma, 2017
ISBN: 9789021676654
Illustraties: Jeska Verstegen

Job en Keetje spelen elke dag met elkaar. Samen verzinnen ze de gekste spelletjes en maken ze van elk seizoen een feest!

Schaatsen

‘Heb je nieuwe sokken?’ Keetje wijst naar Jobs voeten.
‘Sokken?’ zegt Job. ‘Dit zijn schaatsen, hoor.’
Keetje kijkt hem verbaasd aan. ‘Maar het is toch zomer?’
‘Dat geeft niet.’ Job trekt Keetje mee naar de gang. ‘Kijk.’ Hij glijdt met zijn sokken over het gladde zeil. ‘Zie je wel. Ik schaats!’
Keetje klapt in haar handen. ‘Ik wil ook! We gaan wintertje spelen!’ Meteen rent ze naar haar kamertje en pakt een paar roze sokken uit de kast. ‘Dit zijn míjn schaatsen.’
‘Mooi,’ zegt Job. Hij glijdt nog een baantje door de gang.
Keetje trekt haar sokschaatsen aan. Ineens kijkt ze naar haar zomerjurkje. En naar Jobs korte broek.
‘We moeten eigenlijk ook warme kleren hebben. Anders is het niet echt.’
Job remt af. ‘Je hebt gelijk. We moeten handschoenen aan.’
‘En een muts op,’ zegt Keetje.
‘En een sjaal om,’ zegt Job.
Binnen vijf minuten schaatsen Keetje en Job dik ingepakt door de gang. Voor de zekerheid hebben ze ook maar een regenpak aangetrokken.
‘Anders worden we verkouden,’ zegt Keetje.
‘Of we krijgen griep.’ Job puft. Hij zet zich nog een keer af.
‘Koud hè?’ zegt Keetje met een verhit gezicht.
‘Nou,’ zegt Job. Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd.
Op dat moment komt Keetjes moeder de gang in lopen. ‘Wat doen jullie nou?’
‘Schaatsen,’ zegt Keetje.
‘We spelen wintertje.’ Job hijgt.
Keetjes moeder begint te lachen. ‘Rare kinderen. Het is buiten vijfentwintig graden!’ Ze loopt naar de keuken. ‘Jullie hebben vast reuze dorst.’
Keetje knikt. ‘Ik lust wel warme chocolademelk.’
‘Met slagroom,’ vult Job aan. ‘Dat hoort bij schaatsen.’
Keetjes moeder schudt haar hoofd. ‘Ik weet wat beters. Jullie krijgen een glas water. En dan mogen jullie in het badje, op het balkon.’
Keetje en Job kijken elkaar aan. Het badje, dat klinkt goed.
‘Maar we spelen dat het winter is,’ zegt Keetje aarzelend. ‘Dat kan dan toch niet?’
‘Daar weet ik wel wat op,’ zegt mama. ‘Trek nou eerst die schaatsen maar uit.’ Ze begint het badje op te blazen.
Even later zitten Keetje en Job lekker te spetteren in het water. Mét hun muts op. Het is tenslotte winter.

 

Zwemles

‘Keetje, kom je mee naar mijn huis?’ Job rent de keuken van Keetje in. ‘De logee is er!’
Job mag een week voor de goudvis van zijn neefje zorgen. De vis is groot en oranje, met een wapperende staart.
‘Hij eet heel grappig. Kijk zo.’ Job doet zijn mond langzaam open en dicht.
Keetje moet erom lachen. Maar ze blijft op haar krukje bij de gootsteen staan.
‘Kom nou,’ zegt Job. ‘Hij heet Olivier.’
Keetje schudt haar hoofd. ‘Ik moet eerst deze boontjes wassen. Dat heb ik mama beloofd.’
Nu ziet Job de stapel boontjes op het aanrecht liggen. In de gootsteen staat een bak vol water.
‘Ik help je wel,’ zegt hij. ‘Dan kan je daarna mee gaan kijken.’ Hij pakt een handvol bonen en wil ze in de bak gooien.
‘Niet doen!’ gilt Keetje. ‘Ze moeten eerst zwemles. Anders verdrinken ze.’ Ze trekt de bonen uit Jobs hand en legt ze op een rijtje aan de rand van de gootsteen. ‘Nu voorzichtig erin, jongens en meisjes,’ zegt ze. ‘En niet te veel spetteren!’ Eén voor één laat ze de boontjes in het water glijden. ‘Goed zo! Jullie vriendjes komen er zo aan.’
Job zucht. ‘Hoelang duurt die zwemles eigenlijk?’
Keetje haalt haar schouders op. ‘Tot ze het allemaal kunnen natuurlijk.’ Ze gooit nog een paar boontjes in het water.
Job kijkt naar de bonen die nog op het aanrecht liggen te wachten tot ze aan de beurt zijn. Dat zijn er wel honderd.
‘Kunnen er niet meer in?’
‘Nee,’ zegt Keetje. ‘Daarvoor is de bak te krap.’
Job springt ongeduldig van zijn ene op zijn andere voet. Hij wil zó graag Olivier laten zien. Schoot Keetje maar een beetje op!
‘Waarom leer je ze niet zwemmen in het bad?’ zegt hij ineens. ‘Daar passen ze allemaal in!’
Keetje klimt van haar kruk naar beneden. Wat goed bedacht van Job!
‘Ik zet de kraan aan!’

Even later drijven alle boontjes door de badkuip.
‘Het gaat goed hè?’ zegt Job.
‘Ik weet het niet,’ zegt Keetje. ‘Die daar in het hoekje botsen steeds.’
Job ziet het ook. ‘Niet zo klitten, jongens.’
Maar de boontjes blijven bij elkaar hangen.
‘Wacht!’ roept Job. ‘Ik haal Olivier. Die kan voordoen hoe je moet zwemmen!’
Al snel is Job terug met een jampot met de goudvis erin. Hij keert de pot om boven het bad. Op zijn gemak begint Olivier rondjes te zwemmen.
Keetje kijkt bewonderend toe. ‘Dat is een goede badmeester,’ zegt ze. ‘Hoera voor Olivier!’
‘Wie is Olivier?’ klinkt een stem.
Keetje en Job draaien zich om. Daar staat Keetjes moeder.
‘Wat doen jullie daar?’ vraagt ze. Haar stem klinkt niet echt vriendelijk.
‘We wassen de boontjes,’ zegt Keetje.
‘In het bad?’ vraagt mama. Ze kijkt nog eens goed. Dan worden haar ogen groot van verbazing. ‘Is dat een echte vis?’
‘Dat is Olivier. Hij geeft zwemles,’ stottert Job. ‘Aan de boontjes.’
Even blijft het stil. Het hoofd van Keetjes moeder wordt rood. Angstig kijken Keetje en Job elkaar aan. Zouden ze op hun kop krijgen?
Maar plotseling giert Keetjes moeder het uit. Ze krijgt er tranen van in haar ogen. ‘Een vis in de badkuip,’ hikt ze. ‘Tussen de boontjes. Hoe komen jullie erop.’
Keetje en Job lachen opgelucht mee.
‘Jullie hebben me wel op een idee gebracht,’ zegt Keetjes moeder. ‘Zullen we zo naar het zwembad gaan?’
‘Joepie!’ juicht Keetje.
‘Maar Olivier blijft hier,’ waarschuwt mama.
‘Want die moet op de boontjes letten,’ zegt Job.
‘Precies,’ zegt Keetjes moeder. En giechelend pakt ze een handdoek.

.
Leesfeest verloot 3 keer het boek uit dit voorproefje! Wil jij ook kans maken op dit boek? Klik dan hier
.