Vechten tegen eten

Terug naar lijst

Leesfeest had een exclusief interview met een debutante. De 15 jarige Milou van der Horst schreef een aangrijpend boek ‘Mijn allerliefste vijand' , dat 27 maart 2008 uitkwam bij uitgeverij Ploegsma.

29,5 kg. Yes! Weer anderhalve kilo eraf sinds vorige week. Je moet stoppen. Je zou tot de 30 gaan, denk ik. Maar het wordt weggeduwd, ik denk door Femke 2. Je mag niet stoppen, je wordt nu juist mooi.

Femke, de hoofdpersoon uit ‘Mijn allerliefste vijand' is 11 jaar en weegt maar 29 kilo. Hoe is dat mogelijk? Femke lijkt voor de buitenwereld een gewoon meisje en niemand begrijpt waarom ze zo aan het afvallen is. Maar ze heeft anorexia nervosa en ze kan alleen maar aan calorieën, vet verbranden en zo min mogelijk eten denken. Femke 2 is een tweede ik, een heel hardnekkige stem in haar hoofd, die haar aanspoort om door te gaan met afvallen. Ook al wil Femke niet naar Femke 2 luisteren, weet ze dat het niet goed is en dat ze haar ouders heel veel verdriet doet, toch kan Femke niet anders dan de dwingende stem van Femke 2 volgen, met alle gevolgen van dien.....Femke gaat vier klinieken en vijf ziekenhuizen in en uit, ligt drie weken op de intensive care en is meer dan drie jaar bezig om Femke 2 te verslaan.

Als je ‘Mijn allerliefste vijand' van Milou van der Horst hebt gelezen, kun je je een klein beetje voorstellen hoe het is om Femke te zijn. Dat komt omdat dat steeds dunner wordende meisje van toen, zelf dit boek heeft geschreven. Milou van der Horst is nu 15 jaar en het gaat goed met haar, al weet ze ook dat je nooit helemaal loskomt van anorexia. In het boek kijkt ze terug op de heel zware tijd die ze heeft gehad. Het boek beschrijft alles wat zij heeft meegemaakt tot in detail.

Milou heeft een zachte, vriendelijke stem als ze vertelt: ‘Het schrijven van dit boek was best heel moeilijk. Alle herinneringen kwamen terug en dat was zwaar. Ik heb altijd veel geschreven, dagboeken bijgehouden, juist ook tijdens de opnames in de klinieken en ziekenhuizen schreef ik veel. ' Het gaat nu goed met Milou. ‘Er blijven nog steeds periodes dat het minder gaat,' vertelt ze, ‘maar het gaat nu veel beter met me. Het schrijven van dit boek heeft daar ook bij geholpen.Toen ik uit de laatste kliniek werd ontslagen, wilden mijn ouders en ik even geen gesprekken meer met psychiaters en psychologen. In de laatste kliniek vertelden ze ook dat het de beste therapie is om thuis je gewone leventje weer op te pakken. Ik en mijn ouders moesten het vanaf dat moment zelf doen en dat is, ook al was niet makkelijk, gelukt.'

Dat dat een hele prestatie is besef je als je ‘Mijn allerliefste vijand' leest. Femke in het boek doet echt alles om ervoor te zorgen dat ze geen eten binnen krijgt. Het gaat zelfs zo ver dat ze op een bed moet worden vastgebonden om sondevoeding (met een slangetje door haar neus) te krijgen. En zelfs dan krijgt ze het nog voor elkaar om de sonde uit haar neus te halen.

Ik word wanhopig bang omdat ik me niet kan bewegen. Ik kan zelfs mijn tranen niet afvegen. Ik schuur met mijn hoofd langs het bed om ze af te vegen, Dat is een goed idee, denk ik opeens. De pleister die de sonde aan mijn wang vastplakt, gaat los, en vervolgens de pleister op mijn neus ook. Door mijn hoofd langs het bed te bewegen, voel ik de sonde stukje voor stukje uit mijn neus glijden.

Milou vertelt dat bij haar het lijnen is begonnen toen ze een jaar of 9 was. ‘Het zit ook een beetje in je, denk ik. Het is ook aanleg. Maar het werd opeens veel erger toen mijn beste vriendin (Lotte in het boek) me opeens in de steek liet. Vanaf dat moment is het heel snel, heel slecht met me gegaan.'

Milou denkt niet dat meisjes die anorexia hebben haar boek zullen lezen. ‘Net als ik toen, willen ze niet weten dat ze écht een probleem hebben. Ze willen niet geholpen worden, want dat betekent dat ze weer moeten eten en aan moeten komen. Ze doen alles om het te ontkennen. Ook ik heb nooit wat gelezen over anorexia.' Ze hoopt wel dat dit boek ouders, familie en vrienden van anorexia -meiden helpt. ‘Door mijn boek te lezen, begrijpen ze misschien een beetje hoe het gaat als je anorexia hebt'. Wel heeft Milou nog een tip voor meiden met anorexia: ‘Mij heeft het heel erg geholpen dat ik Buddy had. Een hondje, een echt vriendje om te knuffelen als je je alleen voelt. Ook hielp het mij om een doel te hebben: weer thuis te komen en met Buddy te kunnen spelen, dat was mijn grootste motivatie om verder te komen.' Ook liefdevolle mensen in je omgeving zijn heel belangrijk.

In ‘Mijn allerliefste vijand' komt Femke in drie klinieken terecht waar ze heel hard wordt aangepakt. Pas als ze in het plaatsje Smilde in een kliniek komt waar mensen werken die veel van kinderen met eetstoornissen weten en die haar met liefde behandelen, gaat het beter. Ook haar nieuwe vriendinnetje maakt dat ze heel langzaam aan weer zelf durft te eten...

Milou heeft haar verhaal graag willen vertellen, maar heeft wel geprobeerd om er niet een boek van te maken waarbij je de hele tijd moet huilen. ‘Ik wilde het ook een beetje luchtig opschrijven.' En dat heeft er voor gezorgd dat ‘Mijn allerliefste vijand' zo leesbaar is. Want naast alle ellende vertelt Milou ook over haar hondje Buddy en over de andere meisjes in de kliniek. Haar gevecht met Femke 2 beschrijft ze op een beetje afstandelijke manier en dat is heel goed. Want als je het boek leest hoef je niet de hele tijd te huilen (soms écht wel, hoor!), maar word je kwaad op Femke en op Femke 2, maar vooral op de mensen in de klinieken. Dat een meisje van 11 zo dicht bij de dood kan komen en dat niemand haar kan helpen is echt schokkend om te lezen.

Milou las vroeger zelf geen boeken, maar nu leest ze graag boeken van Carry Slee. Ook daarin valt natuurlijk heel wat te huilen, maar Carry Slee is vast jaloers als ze dit boek leest. ‘Mijn allerliefste vijand' is zo écht, zo hartverscheurend realistisch, daar kan Slee echt niet aan tippen!

‘Mijn allerliefste vijand'
Milou van der Horst
Uitgeverij Ploegsma, 2008
ISBN 978 90 216 65542

Marjolein.
 

.
.