Superhelden

Terug naar lijst

Alle redacteuren van Leesfeest hebben natuurlijk een boekenkast vol helden, maar speciaal voor jullie hebben ze één superheld uit de kast gekozen!

Anne Frank
Anne was een heel gewoon meisje, een beetje ijdel, druk met jongens en vriendinnenclubjes, dol op haar poes Moortje en op ijs en taartjes. En toen veranderde alles, want Anne moest onderduiken. Kun je je voorstellen? Met acht mensen in een paar kleine kamertjes en nooit naar buiten. Altijd bang dat je ontdekt zult worden en veel te weinig te eten.
En Anne heeft een geheim: aan de buitenkant lijkt ze misschien druk en grappig en brutaal, maar van binnen zit een heel andere Anne. Eentje die nadenkt. Eentje die schrijft. In haar dagboek. En daarom komen wij dingen over Anne te weten die zelfs haar vader en moeder niet wisten. Is dat geen gek idee? Dat wij haar beter leren kennen dan de mensen waar ze dag in dag uit mee zat opgesloten in het Achterhuis?
Wat vind ik nou het allergeweldigste aan Anne? Niet eens haar eerlijkheid, of haar gevoel voor humor, of haar mooie zinnen, of haar zelfspot. Nee, ik vind Anne een heldin omdat ze dit schreef, een paar dagen voor ze door de Duitsers werd opgepakt en afgevoerd naar een concentratiekamp: ‘…omdat ik, ondanks alles, nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mens geloof.’ Hanneke.

De vijf Superhelden van Jennifer
 

Er kan er maar één je superheld zijn. Toch? Nou, ik had er wel vijf toen ik tien was. De Vijf. Hele dagen speelde ik met een vriendin hun avonturen na. Zij was blond en speelde dus Julian, Annie en de hond Tim. Ik prees mezelf gelukkig met mijn donkere haar. Want daardoor mocht ik Dick en George naspelen. En George was mijn lievelingssuperheld.
George was eigenlijk een meisje, maar misschien wel de meest jongensachtige van de groep. En ze was zeker de slimste en dapperste. Haar nadoen ging me uitstekend af, al zeg ik het zelf. Hoewel… George kon mensen achtervolgen over een veld waar nog geen bloem was om je achter te verstoppen. En toen ik eens George naspeelde en een vrouw achtervolgde in een ongelooflijk drukke Bijenkorf, werd ik binnen een minuut betrapt. Oei… Maar ja, wat wil je. Ik ben nu eenmaal geen superheld. Jennifer.

Ik wil Otje als vriendin!
 

Ik zal het nooit vergeten: Sinterklaas gaf mij toen ik zeven jaar was het boek ‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt. Ik zat al snel met mijn neus diep in de letters en vrolijke tekeningen van Fiep Westendorp. Het boek gaat over Otje en haar vader Tos die kok is. Tos wordt ontslagen en om een nieuwe baan te krijgen moet hij papieren, diploma’s enzo, hebben. En daar zorgt slimme Otje wel voor! Ze heeft voor alles een oplossing waarmee ze in grappige en spannende situaties terecht komt. Daarnaast is Otje niet snel bang (zeker niet voor volwassen en nette mensen), ze is creatief, ze kan met dieren praten, ze is eerlijk en denkt heel positief. Wow, als ik Otje als vriendin zou hebben, dacht ik toen, weet ik zeker dat alles altijd weer goed komt. Met het boek is het ook goed gekomen; het is in 1981 bekroond met De Gouden Griffel. En ‘Otje’ wordt 30 jaar later nog steeds door veel kinderen gelezen. Dan ben je volgens mij een echte superheld hoor! Carol.

De Dwaas van de Boshut
 

Natuurlijk: de held uit ‘De brief voor de koning’ van Tonke Dragt is Tiuri. Hij weet ondanks alle tegenslag zijn boodschap naar koning Unauwen te brengen. Maar op zijn reis ontmoet hij die andere held: Marius, de Dwaas van de Boshut. Spectaculaire heldendaden verricht de Dwaas niet: hij brengt Tiuri wat eten en bewaart zijn Geheim. Slechts vijf bladzijden van het hele avontuur begeleidt hij Tiuri. Maar het vreemde aan de Dwaas is, dat je in het héle verdere boek zijn aanwezigheid voelt. Wanneer Tiuri in gevaar verkeert, weet je dat het goed komt, omdat de Dwaas vertrouwt op zijn terugkomst. Dankzij Marius kan Tiuri schitteren. De echte held uit ‘De brief voor de koning’, dat is de Dwaas van de Boshut. Lidewij.

Matilda

Mijn kinderboekenheldin is Matilda uit het gelijknamige boek van Roald Dahl. Ik las Matilda voor het eerst toen ik negen jaar was. Wat een bewondering had ik voor Matilda. Ze had zichzelf leren lezen en kwam dapper in opstand tegen haar domme ouders en de verschrikkelijke juffrouw Bulstronk. Schaamteloos genoot ik van alle straffen die Matilda gaf aan de slechteriken uit het boek. Dat Matilda net als ik gek was op boeken vond ik geweldig. Helaas lukte het mij niet dingen te verplaatsen met mijn wil (ondanks vele pogingen). Matilda is het eerste boek van Roald Dahl dat ik las. Later viel het me op dat er in elk boek gruwelijk grappige streken worden uitgehaald met personages. Maar Matilda blijft voor mij het dapperste meisje uit kinderboekenland. Bijna elk jaar herlees ik Matilda weer, en elke keer weer moet ik hardop lachen. En het gekke is: tijdens het lezen lijkt het wel alsof de voorwerpen in mijn omgeving een beetje bewegen… Mirjam.

Niet Pietje Bell, maar Thomas

‘Wanneer je iets niet begrijpt, kun je vragen hoe het precies zit, maar als je een heleboel niet begrijpt, vraag je niks omdat je bij god niet weet waar je moet beginnen.’ Aan het woord is Thomas Vrij, de 10-jarige hoofdpersoon uit ‘Winterijs’ van Peter van Gestel en wat mij betreft de grootste held uit de Nederlandse jeugdliteratuur. Thomas is een bijdehand jochie dat op alles een antwoord heeft, maar dat tegelijkertijd geen snars (of maar een beetje snars) begrijpt van hoe de wereld in elkaar steekt. In de wereld van Thomas is het hartje winter, zijn de Amsterdamse grachten bevroren en is de Tweede Wereldoorlog net ten einde. Thomas is zoals zíjn boekenhelden: hij leest het liefst iets van Chris van Abkoude, de schrijver van ‘straatschoffie’-boeken als ‘Kruimeltje’ en ‘Pietje Bell’. Net als zijn literaire helden slentert Thomas over straat, neemt hij het niet zo nauw met de regels van de ‘grote-mensen-wereld’, praat hij plat Amsterdams en vloekt hij erop los (‘Thomas, Thomas, praat nou toch wat netter.’ ‘Nee, dat verdom ik – dan weet ik niet meer wat ik zeggen moet.’). Hij doet zijn achternaam eer aan.
Maar er is meer dan dat: Thomas is ook vrij doordat hij vanwege zijn overleden moeder en zijn vader die in Duitsland werkt, geen echt thuis heeft. Achter die stoere ‘het-ken-me-allemaal-niks-schelen’ houding schuilt dan ook een heel ontroerende Thomas, die het liefst van iemand een dikke knuffel wil krijgen en zou willen dat iemand ‘em verdomme als de sodemieter ‘es alles vertelt wat ‘ie niet begrijpt. Lief kun je Thomas niet noemen, en je zou ook niet graag in zijn schoenen staan of hem als beste vriendje hebben, maar wat gaat Thomas veel voor je betekenen en wat leef en lach je met hem mee! Om hoe lastig de wereld is als je tien jaar bent, of nog veel ouder. En om hoe je maar het beste lak kunt hebben aan alles en iedereen om er nog wat fijns van te maken. Als je dat op je tiende al door hebt, dan ben je een echte kinderboekenheld! Linda.

Superjuffie

Mijn kinderboekenheld is Superjuffie van Janneke Schotveld. Juf Josje lijkt een doodgewone juf, maar zodra er ergens een dier in nood is, verandert ze in Superjuffie. Dan vliegt ze het raam uit, midden onder de rekenles of het dictee, om het dier te redden. Natuurlijk kan dat niet zomaar, een juf die wegvliegt onder de les. En waar moet ze telkens weer het beestje laten dat ze gered heeft? Noodgedwongen komt ze vaak te laat of moet ze een dier in de klas verstoppen. Juf Josje wordt dan ook wel eens moe van haar gave: deze keer wil ze haar baan niet kwijtraken! Gelukkig helpen de kinderen uit de klas Superjuffie om haar geheim te bewaren voor de strenge meester Snor. Eigenlijk zijn zij dus ook allemaal kleine heldjes.
Als er plotseling dieren verdwijnen uit de Stadsdierentuin, is Superjuffie de aangewezen persoon om in actie te komen. Ook al is het midden in de nacht en moet ze de regels overtreden, ze deinst er niet voor terug zichzelf in gevaar te brengen om de dieren te redden. Waren alle mensen maar net zo’n grote dierenvriend als Superjuffie! Dan zou de wereld er vast een stukje beter uitzien. Eefje.

Voor altijd samen, amen

Mijn held is Polleke. Als ik haar boeken lees komt het geluk als de donder, want zij is alles wat ik zou willen zijn: moedig omdat ze altijd zegt wat ze denkt, lief, grappig, (niemand in kinderboekenland heeft mij ooit meer aan het lachen gekregen dan zij). En het lukt Polleke ook nog eens om bijna altijd de dingen van de goede kant te bekijken. Ze waait met de wind mee naar zee.
Vroeger had ik plakboeken vol met mooie gedichtjes die ik uitknipte en opplakte, maar zelf gedichten schrijven daar waagde ik me niet aan. Polleke wel, want naast al deze positieve eigenschappen is ze ook dichter! En ze schept niet op: Ze is gewoon Polleke, hoor! Het is zo fijn dat zij er is! Marjolein.

Robin

Wie zegt dat helden altijd groot, stoer en heldhaftig moeten zijn? Ook een kleuter kan een held zijn, zonder superkrachten. Dat is Robin, uit de verhalen van Sjoerd Kuyper. In een wereld waar je nog niet zo lang bent, valt het niet mee alles te begrijpen wat er om je heen gebeurt. De papa en mama van Robin snappen dat gelukkig heel goed.
En dan heeft Robin ook nog Knor, zijn onafscheidelijke knuffelvarken. Samen zijn ze stoere ridders, terwijl Robin in werkelijkheid vaak een beetje verlegen is. In het warme gezin mag hij zijn wie hij is. Robin verricht zo zijn eigen heldendaden, zoals tóch op de foto gaan, terwijl hij bang is voor de schoolfotograaf. Of terwijl papa fietst en Robin achterop zit, er vanaf springen om te vertellen dat hij een babyzusje heeft gekregen. En als hij iets eng vindt, zegt Robin gewoon dat hij het niet wíl. Bijvoorbeeld de kaarsjes van de kerstboom aansteken.
Robin is vooral een held die ontroert. ‘Een held op sokken’ wordt hij genoemd door de vader van een vriendje, als Robin niet met wilde spelletjes mee moet doen. Maar dan heeft hij niet goed gekeken. Knuffelbare, lieve helden bestaan ook! Juulke.


De Rode Prinses

De Rode Prinses is een heldin allertijden. Het is een prinses die je niet vaak tegen komt. Alleen al doordat ze nog nooit buiten het paleis is geweest en niemand haar ooit gezien heeft. Op haar twaalfde verjaardag komt ze eindelijk buiten de muren van het Witte-Torenpaleis. Aan het einde van een lange stoet met twaalf rijtuigen, twaalf bloemenwagens, twaalf boogschutters, twaalf matrozen, twaalf jongens van twaalf en twaalf meisjes van twaalf, zit de Rode Prinses in een koets.
Maar dan gaat er iets mis: drie woeste rovers overvallen de koets en ontvoeren de Rode Prinses. De Rode Prinses is helemaal niet bang. Ze weet niet hoe het er aan toe gaat in de Rest van de wereld en vindt de ontvoering stiekem wel spannend. Ze zingt mee met de liedjes van de rovers Holz, Bolz en Schwanzenstolz. Al snel weet ze het rovershol te ontvluchten. Niemand gelooft natuurlijk dat ze de Rode Prinses is, waardoor ze in allerlei gekke situaties belandt. De Prinses is eigenwijs, maar ook stoer en grappig en slim, ondanks dat ze een heleboel van de wereld om haar heen niet begrijpt. Aan het einde van haar reis door het koninkrijk is ze een echte prinses: fier en koninklijk, met haar rode haren glanzend in het zonlicht. Carlijn.

Tungsten

Eén van mijn kinderboekenhelden is Tungsten uit de Keepvogel-serie van Wouter van Reek. Tungsten, de bruine hond, is de redder van Keepvogel, die door zijn eigen toedoen regelmatig in allerlei netelige situaties terecht komt. Als bijvoorbeeld de uitvinding van Keepvogel uit de hand loopt, brengt Tungsten hem een simpel stokje dat zelfs veel beter geschikt is dan de ingewikkelde machine die Keepvogel had willen uitvinden. Tungsten schept nooit op over zijn slimme ingevingen. Maar wat nog belangrijker is: Tungsten blijft de kleine grote vriend van de ijdele Keepvogel, ondanks alles. Dat vraagt om echte heldenmoed. Elisa.

Haas en Vos

Vos en Haas zijn superhelden. Er zijn al veel boeken over ze verschenen. De verhalen zijn geweldig en de illustraties van Thé Tjong-Khing zijn prachtig. Peuters en kleuters kunnen al kennismaken met Vos en Haas door de grote kartonboeken over hen te bekijken. Die gaan over heel veel verschillende dingen: over jarig zijn, trek in koek hebben, verhuizen, over kleuren, gedichten… Maar er zijn ook echt dikke verhalenboeken, met meer woorden en minder plaatjes. De woorden die Sylvia Vanden Heede gebruikt zijn steeds een beetje moeilijker. Als kleuters ouder worden en zelf gaan lezen groeien ze mee in de boeken. Vos en Haas zijn grappig en gezellig. Ze hebben veel vrienden, die ook regelmatig in de boeken voorkomen. Deze superhelden vinden het vast en zeker leuk als jij ook hun vriend wordt! Maartje.

Sjakie

Eigenlijk is Sjakie uit Sjakie en de chocoladefabriek maar een simpel jongetje. Hij heeft geen superkrachten; een auto optillen kan hij niet en hij redt ook geen mensen in nood. Nee, Sjakie is heel gewoon en bescheiden. En dat maakt hem juist zo bijzonder. Willy Wonka denkt daar precies hetzelfde over. De andere kinderen die een rondleiding in zijn chocoladefabriek wonnen, waren brutaal, arrogant of verwend. Sjakie niet! En daarom mag hij de chocoladefabriek overnemen. Supergoed nieuws, want hiermee heeft zijn arme familie genoeg geld en eten voor de rest van hun leven. Zo wordt Sjakie toch nog een held! Mirthe.

 

Kruimeltje

Ik weet het nog precies: ik zat op de bank met een grote mok hete chocolademelk naast me, in een dikke trui en met een spinnende kat tegen me aan. Buiten waaide het hard en de regen sloeg tegen de ruiten. En dan las ik over Kruimeltje. Die had geen grote stoel om op te kruipen, en geen dikke trui om aan te doen. In het boek leek het altijd wel winter. Kruimeltje banjerde door de sneeuw en moest af en toe eten stelen omdat hij zo’n honger had. Maar hij bleef altijd vrolijk, en daarom vond ik hem zo stoer. Samen met zijn hond Moor rende hij hard door de straten, en riep heel hard: ‘Holadiejeeeee! Holadiejooooo!’ Dan wilde ik supergraag met hem mee rennen. Maar stiekem was het ook best fijn, zo lekker warm thuis. Femke.

Roversdochter

Dit meisje wordt geboren in een burcht tijdens een verschrikkelijk onweer. Dit meisje groeit op tussen twaalf rovers en een roverhoofdman. Dit meisje trekt al heel jong in haar eentje het grote bos in. Ze komt er oog in oog te staan met aardmannetjes, wordt opgejaagd door vogelheksen en laat zich bijna verlokken door de onderaardsen. Thuis, in de burcht, springt ze regelmatig over de Hellepoel, de afgrond tussen de twee helften van de burcht. Haar eerste sprong maakt ze om Birk, zoon van een andere roverhoofdman, een oplawaai te verkopen. Later loopt ze van huis weg en gaat met Birk in een grot in het bos wonen. Zo’n meisje, die roversdochter, is een echte held. Astrid Lindgren schreef een prachtig en spannend verhaal over haar en al haar avonturen. Hoe ze heet? Ronja. Inger.

 

Kleine zwerver

Ken jij de kleine zwerver? Zijn verhaal werd al meer dan vijftig jaar geleden geschreven. Ik las het voor het eerst toen ik een jaar of zes was; en ik ben het nooit meer vergeten. Kleine zwerver is eigenlijk helemaal geen held. Het is een lief, klein hondje, dat midden in de winter is weggelopen van z’n baas. Die boze gemenerik zorgde helemaal niet goed voor hem. En nu loopt de kleine zwerver koud en hongerig over straat, op zoek naar een beetje warmte en wat te eten. Hij wordt steeds kouder en banger en durft niemand te vertrouwen. Zo zielig! Dan ziet Beppie de kleine zwerver door het raam. Samen met haar moeder haalt ze hem naar binnen in het warme huis en geeft hem te eten. Gelukkig! Maar het verhaal is nu niet in één keer goed afgelopen… De boze oude baas komt terug om het hondje op te eisen. Het wordt nog even heel spannend, maar doordat Beppie zich als een heldin gedraagt, komt het uiteindelijk allemaal goed. Toch is de kleine zwerver voor mij de echte held van dit verhaal. Omdat hij, na alles wat hij heeft meegemaakt, weer vol vertrouwen blij durft te zijn. Dapper hondje! Ingrid.

 

 

.
.