Rood, geel en blauw met zwarte strepen

Terug naar lijst

Misschien heb je wel eens een schilderij gezien dat bestaat uit een aantal zwarte lijnen en een paar rechthoeken en vierkanten in de kleuren rood, geel en blauw. De kans is groot dat dat schilderij is gemaakt door Piet Mondriaan. Deze kunstenaar maakte deel uit van de kunstenaarsgroep De Stijl. In 2017 herdenken we dat die groep honderd jaar geleden, in 1917, is opgericht. In deze special lees je over boeken die gaan over de kunstenaars van De Stijl, onder anderen Piet Mondriaan. Zo kun je kennismaken met zijn werk en zijn leven.

‘Piet en de zee’ is een leesboekje geschreven door Arend van Dam, dat kinderen vanaf ongeveer groep drie zelf kunnen lezen. Het verhaal gaat over kunstenaar Piet Mondriaan. Samen met Jan Toorop gaat hij schilderen. Ze maken ieder een eigen schilderij van eenzelfde boom. Toch zien hun schilderijen er anders uit. Ze gaan naar een molen om die te schilderen, en ze zetten hun schildersezel neer op het strand. Ook daar maken ze beiden een schilderij van de zee. Op het doek van Piet staan alleen een paar lijnen, terwijl op het kunstwerk van Jan duidelijk de zee te zien is. Ook Rie, een vrouw die af en toe een schilderij koopt, bekijkt het werk van beide mannen: ‘Ik zie wat het is, zegt Rie. Dan kijkt Rie naar het werk van Piet. Ze kijkt raar. Wat is dat? Ik zie niet wat het is.’ De tekeningen van Alex de Wolf laten goed zien hoe Jan en Piet ieder op een eigen manier hetzelfde onderwerp willen weergeven. Zo leer je dat iedereen de werkelijkheid op een andere manier verbeeld.

‘Keepvogel en Kijkvogel, in het spoor van Mondriaan’ is een prentenboek dat is gemaakt door Wouter van Reek. Het verhaal gaat over Keepvogel die Kijkvogel ontmoet. Kijkvogel is op zoek naar een nieuwe toekomst. Keepvogel vindt het helemaal niet nodig om daar naar op zoek te gaan, want de toekomst komt toch vanzelf? Na een tijdje krijgt hij spijt en gaat hij Kijkvogel achterna: ‘Het lijkt wel of iedereen op weg is naar de toekomst, zegt Keepvogel. Volgens mij zijn we net op tijd vertrokken’. In de tekeningen die door de auteur zijn gemaakt, zie je dat Keepvogel door een landschap loopt dat steeds minder op de werkelijkheid lijkt. Dat zie je bijvoorbeeld aan de bomen, de vorm daarvan wordt zo vereenvoudigd dat ze uiteindelijk op een soort lantaarnpaal lijken. Kijkvogel is intussen in een grote stad terechtgekomen. Daar heeft alles een rechte vorm. De huizen, de straten en de voertuigen. Wat een verschil met de wereld waarin Kijkvogel en Keepvogel eerst leefden! Daar was alles rond en had natuurlijke vormen. Kijkvogel vindt het erg fijn in de stad en maakt daar schilderijen over. Tot slot zegt hij dat hij de toekomst heeft gevonden. Hij maakt een schilderij dat bestaat uit rechte vlakken in de kleuren geel, blauw en rood. Deze kleuren komen al direct vanaf het begin van het boek terug in de tekeningen. Door het leven in de stad heeft Kijkvogel de beeldtaal ontwikkeld waarna hij op zoek was, en waarmee hij later bekend is geworden.

‘En toen de Stijl’ is geschreven door Joost Swarte. In dit prentenboek kun je niet zomaar een verhaal lezen. Het boek begint met een klein stukje informatie over De Stijl. De kat die erbij staat getekend, vertelt dat hij op bezoek is gegaan bij tien kunstenaars, architecten en ontwerpers die behoorden tot De Stijl. Op iedere dubbelpagina staat een tekening, die gemaakt is door de auteur. Op die tekening zie je de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Daaronder staat een stukje informatie over hem. Op de pagina erna zie je een lijntekening in rood. Daarop is alleen de kunstenaar te zien samen met de kat die bij iedere kunstenaar op bezoek gaat. De korte tekst heeft de vorm van een interview. De kat stelt vragen, bijvoorbeeld aan Gerrit Rietveld die in 1924 een modern huis ontwierp: ‘Kun je leven zonder muren?’. Het antwoord van Rietveld is: ‘Het belangrijkst vind ik dat een muur niet tussen binnen en buiten staat. Binnen en buiten moeten in elkaar kunnen overlopen’. Door de tekst leer je veel over de verschillende kunstenaars, in de tekeningen kun je zien waarmee ze bekend zijn geworden. Misschien herken je er wel iets van.

Het leesboek ‘Mister Orange’ speelt zich af in het jaar 1943. Linus woont in New York waar hij een baantje heeft als loopjongen. Hij bezorgt aan huis bestellingen van zijn vaders groentezaak. Zo brengt hij ook een kist met sinaasappels bij Minster Orange. In het huis van deze man is alles licht door de witte muren en de gekleurde vlakken die erop geschilderd zijn. Daarnaast is de man druk bezig met het maken van een schilderij. Met Mister Orange praat Linus wel eens over fantasie: ‘Fantasie gaat niet alleen over dingen die niet kunnen bestaan. Fantasie heb je juist nodig om echte dingen te maken.’ Dit zijn wel andere onderwerpen dan waar Linus thuis over praat of over nadenkt. In zijn fantasie beschermt Superman zijn broer Apke tijdens het vechten in de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar of dat in werkelijkheid ook zo werkt, is nog maar de vraag. Linus heeft het over Mister Orange maar eigenlijk is het Piet Mondriaan. Door de tekst van Truus Matti lees je over de tijd dat Mondriaan in New York werkte en de ideeën die hij ontwikkelde.

Zo zie je dat je door het lezen van boeken al kennis kunt maken met het leven en werk van kunstenaars van De Stijl. Daarna kun je de schilderijen in het museum gaan bekijken!

Ingrid van der H.

‘Piet en de zee’
Arend van Dam
Van Holkema & Warendorf, 2016
ISBN: 978 90 003 50506
Met illustraties van de Alex de Wolf

‘Keepvogel en Kijkvogel, in het spoor van Mondriaan’
Wouter van Reek
Leopold, 2011
ISBN: 978 90 258 57172
Met illustraties van de auteur

‘En toen de Stijl’
Joost Swarte
Leopold, 2016
ISBN: 978 90 258 72380
Met illustraties van de auteur

‘Mister Orange’
Truus Matti
Leopold, 2011
ISBN: 978 90 258 57165

.
.