Poëziefeest

Terug naar lijst

Van 29 januari tot en met 4 februari staat Nederland weer in het teken van de jaarlijkse Poëzieweek. De Leesfeest-redactie houdt ook erg van gedichten. Lees snel verder en ontdek welke dichtbundels favoriet zijn!

De allerliefste en leukste gedichten ontdek ik telkens weer in ‘Ziezo’, een bundeling van de 347 kinderversjes van Annie M.G. Schmidt. Over een fluitketeltje, lekker stout zijn, over de spin Sebastiaan die zo graag een web wil weven, een mislukte fee, over het jongetje Dikkertje Dap, een ontsnapte leeuw en over nog een heleboel andere dingen. In de versjes van Annie doen zelfs grote mensen dingen die niet mogen! Zoals een koning die geen zin heeft in regeren en een burgemeester die eendjes op de muren tekent. Zelfs dieren en dingen doen ondeugend. Sommige woorden zijn misschien een beetje ouderwets, zoals ‘hansopje’ en ‘grenadine’. Maar waarschijnlijk begrijp je vanzelf wat deze woorden betekenen als je de gedichten leest. Extra leuk aan deze bundel is dat verschillende mensen tekeningen hebben gemaakt bij de versjes: (natuurlijk) Fiep Westendorp, maar ook andere tekenaars als Mance Post en Thé Tjong-Khing. Zo wacht je op elke bladzijde een nieuwe verrassing.
Eefje.
‘Zo varen de scheepjes voorbij’. Kijk je naar deze kaft, dan wil je het liefst dagdromend, op de wolken liggend, naar beneden kijkend in dit hele mooie en bijzondere boek wegvaren. Maar dan mis je wel de boot… In dit boek staan heel veel kleine gedichtjes en bij ieder gedichtje is een prachtige tekening in de sfeer van het gedichtje. Het unieke aan dit boek is dat er wel vijftien illustratoren aan hebben meegewerkt. Als inhoudsopgave heeft iedere schrijver-illustrator een kleine tekening gemaakt, met daaronder hun naam en de bladzijdennummering. Zo kan je iedereen snel terugvinden.
Ben je nu erg nieuwsgierig geworden en kan je niet wachten tot je een juiste boot hebt gevonden…? Het is zonde om dit boek voorbij te laten varen…
Paula.
In ‘Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen’ staan verschillende gedichten met een dier als onderwerp. De gedichten zijn best lang, hierdoor zou je ook kunnen zeggen dat het korte verhaaltjes zijn. De gedichten rijmen. De dieren komen op alfabetische volgorde in het boek voor, van sommige dieren heb je misschien nog nooit gehoord. Weet je bijvoorbeeld wat de mandril voor dier is, of de lemming? Na het lezen van dit boek wel. Bette Westra geeft in de verhaaltjes informatie over de dieren die je nog niet wist. Samen met de tekeningen van Sylvia Weve is dit boek mooi en interessant.
Ingrid H.
‘Dat is Foei-Knoei-Kliederbijter Die Nooit Lacht, Die heb ik helemaal zelf bedacht.’ Deze regel komt uit een gedicht van de Russische dichter Kornej Tsjoekovski en staat in de verzamelbundel ‘Tijger op straat; Russische gedichten voor kinderen’. Er zijn gedichten met bijzondere titels: ‘Van alle kanten leeuwen en olifanten’, ‘Professor Kachelpijp en de kinderen’ en ‘Warwinkel’. Ook de korte en lange, verhalende gedichten zelf zijn bijzonder: vrolijk en fantasievol, en soms spannend. Als je de gedichten hardop leest, hoor je veel rijm en mooie klanken over elkaar heen buitelen. Wat een geluk dat deze gedichten in het Nederlands zijn vertaald.
Inger.
Niks is leuker als peuter om rijmpjes voorgelezen te krijgen. En het liefst natuurlijk tien keer achter elkaar dezelfde. Zodat je aan het eind van elke zin al weet wat er komt. En dat woord zelf alvast keihard roept. De gedichten van Miep Diekmann zijn daarvoor erg geschikt. Haar versjes in ‘Wiele wiele stap’, met tekeningen in zwart-wit van de beroemde tekenaar Thé Tjong King, zijn al lang geleden (1977) geschreven. Maar de onderwerpen zullen ook de peuters van nu aanspreken, omdat de ritmische rijmpjes gaan over hun dagelijks leven. Na 30 jaar ken ik sommige zinnen nog steeds!
Juulke.
Soms vinden dichters de woorden voor iets waarover je bijna niet kunt praten. Zo beschrijft Bette Westera in ‘Doodgewoon’ de dood. Doodgewoon is de dood niet – en toch weer wel. Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken. Omdat opa of oma doodgaat, of omdat je lekker een puppy krijgt als poes Minoes er niet meer is. Of omdat dat ene gebeurt wat helemaal niet mag: er sterft een meisje uit groep zeven.
De illustraties van Sylvia Weve zijn op hun beurt ook weer bijna gedichten. ‘Doodgewoon’ laat zien dat poëzie kan troosten, bij groot of bij klein verdriet.
Lidewij.
Een boek waaraan ik me als meisje vergaapte en waar ik nu nog een warm gevoel bij krijg, is 'Het jaar rond' van schrijfster én illustratrice Rie Cramer. Kinderen met namen als Jantje, Heleentje en Piet verwonderen zich in Cramers versjes over de wereld om hen heen, die er dankzij de jaargetijden elke maand weer anders uitziet. Toegegeven, deze bundel is wat ouderwets (hij is ook bijna tachtig jaar oud!), maar dat mag de pret niet drukken. De tekeningen zijn fantastisch, en als je net als ik niet vies bent van een beetje knusheid, kun je er heerlijk bij dagdromen over het leven van je (over)grootouders toen zíj kinderen waren!
Linda.
Voor mijn zesde verjaardag kreeg ik de dichtbundel ‘Jij bent de liefste’ van Hans en Monique Hagen cadeau. Voor het slapengaan lazen mijn ouders mij een mooi gedichtje voor uit dit prenten-poëzieboek. De gedichten verschillen in lengte, vorm en onderwerp maar zijn allemaal prachtig. Lees bijvoorbeeld naast het bekendste gedicht ‘Liefste’ ook ‘Onzichtbaar’ en ‘Hondje’ eens. Bij elk gedichtje hoort een prachtige illustratie van Marit Törnqvist, waar je wel de hele dag naar zou willen kijken. Vandaar dat ‘Jij bent de liefste’ mooi staat te pronken op mijn boekenkast! Een geweldige klassieke dichtbundel voor alle kinderen die van kleurrijke en fantasievolle gedichtjes houden.
Lizan.
Als je wel eens een boek van Roald Dahl hebt gelezen, dan heb je vast gezien dat hij vaak gedichtjes in zijn verhalen verwerkt. De gedichten uit al zijn boeken zijn verzameld in het boek ‘Rijmen en Verzen’. De verzen en gedichten in dit boek zijn op thema geordend, zoals ‘Vreemde wezens’ of ‘Giftige drankjes’. De gedichten zijn soms grappig, soms spannend en vaak een beetje gek. Precies zoals je van Roald Dahl gewend bent! Wat het boek extra leuk maakt zijn de mooie tekeningen, die gemaakt zijn door wel 26 verschillende tekenaars. Hierdoor komen de gedichtjes voor je ogen tot leven.
Marianne.
In mijn ogen zijn dichters woordkunstenaars. Zij spelen met taal zoals niemand anders dat kan. Ted van Lieshout gaat een stapje verder: hij experimenteert ook met beeld. In zijn verrassende bundel ‘Driedelig paard’ vind je blokgedichten, gedichten die de vorm hebben van een blok tekst. Je ziet niet aan de vorm of het een gedicht of een verhaal is. De blokgedichten hebben ook geen titel en ze bevatten geen rijm. Zijn het eigenlijk wel gedichten? Ik vind ze vooral heel grappig, zoals het blokgedicht waarin de lepels protesteren: ‘Wij hoeven heus niet chic lepeltje-lepeltje in zo’n deftige cassette alsof we van duur zilver zijn, maar we willen niet ordinair op één hoop gegooid worden met de vorken.’
Jessy.
‘Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is’. In dit boek vind je altijd iets wat je mooi vindt, of grappig, of leuk. Het maakt niet uit hoeveel jaar je bent. Dat komt niet alleen doordat er zoveel gedichten in staan (voor elke dag van het jaar eentje), maar ook doordat sommige gedichten voor kinderen zijn geschreven, en andere voor volwassenen. Gedichten van Annie M.G. Schmidt en K. Schippers, Paul van Ostaijen en Ted van Lieshout hebben naast elkaar een plekje gekregen. Het is een poëzieverzameling die met je meegroeit. Je kunt er uit voorgelezen worden als je zelf nog niet kunt lezen. Maar ook als je al lang kunt lezen, vind je er gedichten in die je laten zien hoe mooi het is om goed om je heen te kijken. Als enige poëzieverzameling ooit is het bekroond met een Gouden Griffel.
Carlijn.
Een gedichtenbundel over sport… Wat is dat voor geks zul je denken?! Dat deze combinatie eigenlijk heel goed kan, bewijst de bundel ‘Ik juich voor jou’. Wolf Erlbruchs illustraties van sportende dieren inspireerden schrijver Edward van de Vendel tot gedichten over kampioenen, verliezers, supporters en bovenal aanmoediging. Laat je verrassen door de grappige dieren, die wel erg op mensen lijken. En geniet vooral van de nieuwe woorden die taalkunstenaar Edward van de Vendel heeft bedacht, zoals ‘bewonderpijn’, ‘stomverwonderd’ en het fantastische ‘You oinksolutely can!’. Hoeveel aanmoediging heb je nodig om het te gaan lezen?!
Mirjam.
‘Ik heb het / nog nooit gedaan. / Ik moet er niet aan denken. / Daarom denk ik / er steeds aan.’
Dit is een gedicht van Erik van Os uit de bundel ‘Koe en daarmee Koe’. En het gaat over… tongzoenen! Op de pagina naast het gedicht staat een komische illustratie, gemaakt door Piet Grobler, van twee giraffen die met de nekken om elkaar heen gedraaid hun tong naar elkaar uitsteken. In het boek staan allemaal eenvoudige gedichtjes over soms grappige onderwerpen (zoals koeien of oma’s kunstgebit) en soms serieuze onderwerpen (zoals vriendschap of geluk). Je wordt vanzelf vrolijk als je deze gedichten leest en illustraties bekijkt!
Karine.
'Soms kun je zinnenverzinzin hebben,' dicht Joke van Leeuwen. Zelf heeft ze dat ook vaak, dus goochelt ze er in haar dichtbundel 'Ozo heppiejer' op los met woorden, zinnen en rijm. Haar versjes gaan op een maffe manier over normale dingen als bedtijd, antwoordapparaten en fluiten.
Zo staan er woorden op hun kop en verdwijnen klinkers een voor een. Dan krijg je gekke zinnen als 'mooj, zee de o, zo goot het goed.' Dat is bijna net zo gek als het versje over beugelsj. Probeer dat maar eens voor te lezen, daarvan ga je 'sljisjen bij het pvaten' en je 'sjpuugt er ook nog bij!'
Kim.
.
.