Gruwelijk eng! Schrijvers over hun grootste angst…

Terug naar lijst

Aaaaaah! De Kinderboekenweek heeft een wel heel speciaal thema dit jaar: griezelen! Van 4 tot en met 15 oktober is het bibberen, rillen en gillen geslagen. Wie durft het aan om enge boeken te lezen deze week?! Er zijn tenslotte zat kinderboekenschrijvers die over de spannendste dingen schrijven. Vampieren, monsters, spoken, geesten… Maar waar zijn de auteurs eigenlijk zelf bang voor?! Leesfeest vroeg tien schrijvers en/of illustratoren van spannende verhalen het hemd van het lijf. De komende tien dagen onthullen zij zijn of haar grootste angst… Brrr!

Tosca Menten, auteur van o.a. ‘Dummie de Mummie’, is bang voor… insecten
Ik heb een hekel aan insecten. Dat gezoem en gefladder, en ze steken altijd alleen míj. Sommige zijn echt griezelig. Zo liep ik ooit ergens op een Grieks eilandje. Plotseling suisde er iets op me af. Het was rood en bleef geluidloos om me heen zweven.
‘Help! Wat is dat?’ riep ik geschrokken.
‘Die ken ik! Dat is een UFI!’ deed mijn zoon paniekerig.
‘Wat is dat?’
Ik hield me stil en staarde met grote ogen naar het griezelige ding. Het had smalle vleugels, lange sprieten en vreemde, bungelende poten. Een hele familie UFI’s cirkelde om me heen. Ik probeerde stil te blijven staan, maar ik had het niet meer en opeens rende ik schreeuwend weg.
‘Wat is nou een UFI?’ hijgde ik, toen ik ze niet meer zag.
Mijn zoon kwam niet meer bij. ‘Een Unidentified Flying Insect, mam. Dat is familie van een UFO. Je bent zojuist aan een ontvoering ontsnapt.’

Bies van Ede, auteur van o.a. ‘Het allerlaatste griezelverhaal’, maakte deel uit van schrijverscollectief het Griezelgenootschap. Hij is bang voor… hoogtes
Er zijn een hoop griezelige dingen om over te schrijven, maar over het aller engste wat mij kan overkomen heb ik nog nooit iets op papier gezet: terechtkomen op het randje van een steile rots die hoog boven de zee uittorent. Of op een hoge torenspits. Of een niet zo hoge torenspits. Zelfs op een laag torenspitsje wil ik niet staan. Ik heb enorme hoogtevrees. Niet een beetje, niet behoorlijk, nee, héél erg. En het wordt alleen maar erger. Vroeger beklom ik gewoon niet zo graag een kerktoren of de toren van een kasteel. Tegenwoordig durf ik niet eens meer te kijken naar YouTube-filmpjes van mensen die met een mountainbike langs ravijnen racen, of die iets doen op het randje van een heel hoog gebouw.  Zelf op zo’n randje staan doe ik natuurlijk helemáál niet. En erover schrijven? Oók al niet. Ik weet niet hoe ik dat zou moeten doen. Van de gedachte alleen al krijg ik de rillingen. Dus een verhaal over mijn hoogtevrees? Ik ben bang van niet.

Alice Hoogstad, illustrator van o.a. ‘Het monsterboek’ is bang voor… grote groepen mensen
In een menigte neem ik zo snel mogelijk de benen. Op een podium ben ik daarom ook niet echt op mijn best. De spreekbeurten die ik vroeger op school moest geven waren een nachtmerrie voor mij. Ik moest ooit een spreekbeurt houden in het Frans. Toen ik voor de klas stond kreeg ik van angst kramp in mijn tong. Als een spier verkrampt gaat dat het snelst over als je hem strekt. Sta ik daar voor de klas mijn tong zo ver mogelijk uit te steken naar de klas en mijn Franse juf... 

 

 

 

 

Maria Postema en Maarten Bruns, auteurs van ‘Dertiendagh’, zijn bang voor… ravijnen en diep water
Maarten Bruns: Snel bang ben ik niet, maar sommige angstige momenten vergeet je nooit meer. Ik deed onderzoek in Bolivia en moest een paar dagen het land uit voor het verlengen van mijn visum. In de stromende regen reed de oude bus over modderige wegen richting Peru, tot we bij de grensovergang op een helling vast kwamen te zitten. Met wild draaiende banden gleden we langzaam achterwaarts richting een ravijn. Ik kan me nog heel goed herinneren hoe ik mijn armen machteloos om de stoel voor me klemde, al wist ik dat het niet ging helpen. Net op tijd kregen de banden weer grip en schoten we met een schok vooruit. Dat zul je in de Utrechtse stadsbus toch niet snel meemaken…
Maria Postema: Ik durf eigenlijk al mijn hele leven niet in diep water te zwemmen. Dat is allemaal de schuld van Jaws, een film over een witte haai die de zee bij een Amerikaans kustplaatsje onveilig maakt. Ik vind dat een van de beste films ooit gemaakt, maar ik heb hem vanaf mijn zevende zo vaak gezien dat mijn hersenen nu denken dat in zee zwemmen levensgevaarlijk is. Gelukkig heb ik nu eindelijk ook een oplossing gevonden: afgelopen jaar heb ik voor het eerst gesnorkeld en kwam ik erachter dat ik lang niet zo bang ben als ik kan zien wat er onder water gebeurt. Dan blijkt het onder de oppervlakte namelijk veel meer Finding Nemo dan Jaws, en da’s toch een stuk minder eng.

Sanne de Bakker, auteur van o.a. ‘De Geesten van Krakelia – Bezoek van oma’ is bang voor… naaktslakken
Ik lag in mijn tentje, buiten was het aardedonker en ik moest naar het toilet. Er zat niets anders op dan uit mijn warme slaapzak te kruipen en naar het toiletgebouw te rennen. Ik had nog geen drie stappen in het gras gezet of er spatte iets onder mijn voet uit elkaar. Ik krijste het uit, richtte mijn zaklamp op de grond en zag dat ik op een naaktslak was gaan staan. Een slijmerige substantie en de ingewanden kleefden aan mijn voeten vast. Ik werd hysterisch en zette het op het brullen. Mensen werden uit hun slaap gerukt, mensen stoven hun tenten uit. Werd er een moord gepleegd? Werd er iemand beroofd? Wie werd er bedreigd? Dit waren zo’n beetje de gedachten die als eerste bij de campinggenoten naar boven kwam.

Toen bleek dat het enkel om een geplette naaktslak (onder mijn voet!!!) ging, werd me dat niet in dankbaarheid afgenomen. Maar sindsdien heb ik een heuse fobie voor naaktslakken! Nooit en te nimmer zal ik in het donker op blote voeten door het gras lopen, zelfs niet bij klaarlichte dag overigens. En als ik er eentje bij vochtig weer over straat zie glijden, sta ik direct op scherp: zie je er één, dan zijn er altijd méér… Iedere stap die ik dan neem, wordt met beleid op de volgende plek neergezet… want zelfs met schoenen aan wil ik nooit meer meemaken dat er een naaktslak onder mijn voeten uit elkaar spat!

Henk Hardeman, auteur van o.a. ‘De familie Grafzerk’, is bang voor… hoogtes
Achtbanen? Daar krijg je mij niet in, voor nog geen miljoen. Ik heb hoogtevrees en niet zo’n beetje ook. Als ik met beide benen op de grond sta en opkijk naar een hoog gebouw, gaan mijn benen al trillen.

Jaren geleden ontmoette ik een meisje op wie ik verliefd werd. Het was kermis en ze wilde in het reuzenrad. Ik keek omhoog en viel zowat flauw. Het rad kwam boven de hoogste huizen uit! Als ze wist hoe eng ik het vond, wilde ze vast geen verkering. Met knikkende knieën stapte ik dus in.

Daar gingen we, alsmaar hoger. ‘Wat kun je ver kijken!’ riep ze. ‘Moet je zien!’ Ik keek naar mijn schoenen. ‘Prachtig,’ mompelde ik. Algauw waren we op het hoogste punt. Nog even, dacht ik, dan gaan we weer omlaag. Maar het rad stopte. Het was stuk! We zouden naar beneden moeten klimmen!

Maar niemand keek ervan op, blijkbaar hoorde het zo. En toen werd het nóg enger: het bakje waarin we zaten begon te draaien! Het meisje genoot, ik deed het bijna in mijn broek. Na een eeuwigheid gingen we dalen. Pas veel later heb ik haar verteld dat ik doodsbang was geweest. Maar toen waren we al getrouwd en dat zijn we nog steeds.

Marieke Nelissen, illustrator van o.a. ‘Het monsterbonsterbulderboek’ is bang voor… diep water
Ik griezel eigenlijk best wel om veel dingen. Van grote spinnen ga ik bibberen. Van kleine ruimtes ga ik zweten en ik zak zowat door mijn knieën als ik hoog op een berg sta en ik kijk naar beneden. Maar het meest griezeligst vind ik diep water. Op sommige plekken in de oceaan is het wel kilometers diep! En daarbeneden is het pikkedonker. Het is dan net alsof je boven een afgrond zwemt of vaart. Dat is heel gek. En eng. Nog enger is als je daar dan zwemt als nietig wezentje en je dan gaat nadenken over wat er allemaal onder je zou kunnen zwemmen. Grote inktvissen, kwallen, haaien. En in dat pikkedonker zwemmen diepzeemonsters! Nou, dan pies ik bijna in mijn broek hoor.

Harmen van Straaten, auteur en illustrator van o.a. ‘Bor ziet spoken’ is bang voor… honden en ravijnen
Ik was op bezoek bij vrienden in Frankrijk met mijn nieuwe auto. Maar ik was verkeerd gereden en toen ging ik een heel smal weggetje omhoog in.
Maar het werd steeds smaller en ik wist dat ik verkeerd zat, dus besloot ik om te keren en toen ging alles fout. Bij het keren raakte ik met de auto over de rand van de weg en de auto hing dus boven een afgrond. Ik moest eruit, maar er was ineens ook een hele grote blaffende hond… En daar ben ik niet dol op, net zoals ik niet dol was op mijn nieuwe auto die daar hing.
Toch overwon ik mijn angst voor de hond. Want wat moest ik anders? Blijven zitten?
Ik stapte voorzichtig uit en keek over de rand. Het was gelukkig een ravijn van maar 50 cm diep en ik liet me zakken en duwde de auto terug. Want door mijn angst dat ik de auto zou verliezen was ik heel sterk geworden.
En zo overwon ik mijn ene angst en gaf de andere angst mij kracht.

Loes Riphagen, auteur van o.a. ‘Kreukel’, is bang voor… monsters in haar nachtmerries
Het allerengste overkomt me best vaak. 
Dat ik word opgegeten door vreselijk angstaanjagende, gruwelijke, akelige monsters.
Meestal ontzettend grote griezelige insecten die me proberen kapot te happen. 
Deze monsters kom ik regelmatig tegen…  
in mijn nachtmerries.
 
Laatst had ik miljoenen insecten in mijn bed die me wilden opeten. Toen ben ik heel hard gaan rennen en werd ik wakker met een gebroken voet. 
Achteraf is het een grappig verhaal en ik kan hier op het moment niet veel aan doen, maar ik doe er mijn voordeel mee.
Ik maak er verhalen en tekeningen over in mijn boeken. Zo heb ik het Gouden Boekje “de Nachtmerries van Loes” gemaakt.
Je raadt het al, dit boekje gaat over mijzelf! En ik maakte ook het prentenboek “De Grootste Griezel”.
Hier zitten ook de griezels in die ik in mijn dromen tegenkom.
Nu maar hopen dat ze me niet ECHT opeten...

Paul van Loon, auteur van véél griezelige verhalen zoals ‘Dolfje Weerwolfje’, ‘De Griezelbus’ en ‘Foeksia de miniheks’, maakte deel uit van schrijverscollectief het Griezelgenootschap. Hij is bang voor… de beenknager
’s Nachts, als ik uit bed moet, omdat ik naar de wc wil, weet ik dat er iets vreselijks kan gebeuren. Dan moet ik heel voorzichtig zijn en zorgen dat mijn grootste angst mij niet te grazen neemt.
Ik ben namelijk bang voor de Beenknager. Hij is mijn grootste angst.
Ik weet dat hij onder mijn bed op de loer ligt. Hij ligt te wachten en heeft eindeloos veel geduld. De Beenknager weet namelijk dat uiteindelijk iedereen wel een keertje ’s nachts naar de wc moet.
Als het eindelijk zover is, dan slaat hij toe en dan…
Nee, het is te erg. Als je echt wil weten wat die Beenknager doet, moet je maar eens ‘De Griezelbus 4,5’ lezen. Daarin vind je het verhaal van de Beenknager. Ik wens je een fijne nachtrust…

.
.