Goemie is ook een kant van mij

Terug naar lijst

Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk als van een boek een musical wordt gemaakt? Kun je dan letterlijk het boek volgen? Of moet de tekst worden herschreven? En waarom kan van het ene boek makkelijker een musical worden gemaakt dan van het andere?

Een interview met Jacques Vriens, die van zijn boek 'De redding van de zwevende oma', over vier kinderen die in een hotel wonen, een musical maakte: 'De bende van De Korenwolf'.

Jacques Vriens: 'De regisseuse, Machteld van Brockhorst, van West Indie Film & Theater, kwam naar mij toe, omdat ze iets wilde doen met mijn boeken over de bende van De Korenwolf. Ik wist meteen dat 'De redding van de zwevende oma' het meest geschikte boek uit de reeks was. Er zitten veel theatrale elementen in, zoals de popster, de roddelpers en een optreden. Maar ook rustige en dramatische kanten die je in een voorstelling nodig hebt, zoals oma die naar het bejaardenhuis moet.'

Kon u het boek direct gebruiken voor de voorstelling? Jacques Vriens: 'De eerste grove opzet van de musical werd gemaakt door Syl van Duyn. Dat was handig, want daarna kon ik er uitgebreid mee aan de slag. Ik kon daarbij niet letterlijk het boek volgen. De gesprekjes uit het boek heb ik wel voor een deel kunnen gebruiken. Toch zijn er veel verschillen. Het grootste verschil tussen een boek en een voorstelling op het toneel is dat je in een boek alles moet beschrijven: de kamers, de personages en de omgeving. In de voorstelling hoef je dat allemaal niet te vertellen, want het publiek kan het meteen zien. Je hoeft bijvoorbeeld niet meer te zeggen ‘kom we moeten erachteraan’, want dat kunnen de acteurs gewoon doen. Een ander verschil is dat je in een musical tussendoor liedjes hebt. Die kun je goed gebruiken om gevoelens in te verwerken.'

U hebt een aantal grote ingrepen gedaan. Zo heeft Joost, een van de kinderen, in de voorstelling een filmcamera. In het boek speelt hij radioverslaggevertje! Jacques Vriens: 'De regisseuse kwam met dat idee, omdat je dan veel meer kunt vertellen. Joost filmt alle dingen die zich in het hotel en buiten in het Limburgse mergellandschap afspelen. Die scènes zijn van tevoren opgenomen. Iedere keer als er op het toneel naar buiten wordt gegaan, komt Joost met zijn camera om het te filmen. Dat wat hij door zijn camera ziet, wordt op een groot scherm aan het publiek vertoond.'

Die film is van tevoren opgenomen? Jacques Vriens: 'We hebben vier dagen gefilmd in een familiehotelletje in Epen (L). Het bijzondere is dat het ook het hotel is dat ik bij het schrijven van de boeken in gedachten had.'

U speelt zelf ook een rol in het stuk. Jacques Vriens: 'Ik speel meneer Goemie, de oude ober die al veertig jaar in het hotel werkt. En omdat ik alleen in de scènes meespeel die op film zijn opgenomen, hoefde ik niet met de voorstelling mee te reizen, maar kon ik toch meedoen.'

In de boeken is meneer Goemie en beetje een knorrige man. Vond u dat lastig om te spelen? Jacques Vriens: 'Nee, ik vond het heel leuk om te doen en niet moeilijk om te spelen. Meneer Goemie is ook een kant van mij. En ik speelde mijn rol kennelijk goed, want tijdens het filmen werd ik één keer voor echte ober aangezien. Ik had net even pauze en was een kopje koffie aan het drinken en een krantje aan het lezen. Toen kwam er net een echtpaar binnen. Dat kon, want het hotel waar we filmden was gewoon open. Het echtpaar moest even wachten tot het werd geholpen. De man en vrouw zaten steeds mijn kant uit te kijken en toen ze eindelijk geholpen werden, klaagden ze tegen de ober dat ze het raar vonden dat die ober (dat was ik dus) koffie zat te drinken en hen had laten wachten.'

Vindt u dat de musical uw boek goed weergeeft? Jacques Vriens: 'De spelers hebben alle boeken gelezen en ze zijn echt in de huid gekropen van de vier kinderen. Ook al zijn ze jongvolwassenen. Na een minuut voorstelling vergeet je dat dat zo is. Ze werkten ook als team, hielden elkaar goed in de gaten en als iemand zijn rol tijdens de repetities niet juist speelde, wezen ze elkaar daarop. De spelers hebben ook een beetje van zichzelf meegenomen. En dat is alleen maar goed. Zo hebben ze invloed gehad op deel acht 'De vlucht van de knorrige kelner'. Tijdens de repetities was ik bezig met dat boek - het lag eigenlijk al bij de uitgever - en toen gebruikte een van de spelers de term ‘het goemiegevaar’. Dat vond ik zo’n geweldige vondst dat ik dat graag in mijn boek wilde gebruiken. Op het allerlaatste moment heb ik het nog kunnen veranderen.'

De musical 'De bende van De Korenwolf' staat nog tot 1 februari 2009 in verschillende theaters in het hele land (zie www.debendevandekorenwolfmusical.nl voor de speellijst). In 2010-2011 wordt de musical opnieuw in productie genomen. Dus wie het nu niet meer lukt een kaartje te bemachtigen, maakt over een jaar opnieuw kans.

Jacques Vriens heeft als kind zelf ook in een familiehotel gewoond. Daarover kun je lezen in zijn column in de rubriek ‘Uit het leven van’.

Yvonne.

.
.