‘Ik was al vroeg aangestoken door het tekenvirus’

Terug naar lijst

David Melling, de maker van de bekende prentenboeken over de beer Dorus, was voor een bliksembezoek in Nederland. Leesfeest mocht hem interviewen en kreeg daarbij hulp van Leesfeest-bezoekers. Onze mailbox stroomde vol met slimme, grappige en gekke vragen aan David Melling. Gewapend met de leukste vragen van Leesfeesters vroeg ik hem het hemd van het lijf.

David Melling (Oxford, 1962) groeide op in een creatieve omgeving. Zijn vader was een beeldhouwer en wanneer hij niet aan het werk was, dan was hij aan het tekenen in een schetsboek. Iets wat David Melling al jong van zijn vader overnam: ‘Mijn vader zei altijd dat zijn potlood zijn “thinkstick” was. Hij was zo vaak aan het droedelen (gedachteloos tekeningetjes maken) dat ik al vroeg aangestoken was door het tekenvirus.’ Op de vraag of hij altijd al illustrator wilde worden is David Melling dan ook duidelijk: ‘Op school waren er eigenlijk maar twee vakken die ik leuk vond: tekenen en biologie. Ik was vooral gek van dieren en alles wat daarmee te maken had. Ik tekende ook het liefst dieren. Toen ik ontdekte dat er een beroep was waarin ik dit allemaal kon doen, was ik door het dolle heen.’

David Melling begon zijn carrière niet meteen als kinderboekenillustrator. ‘In de jaren negentig werd ik gestimuleerd om grafisch ontwerpen te studeren. Want van het illustreren van boeken zou ik niet kunnen leven. Maar dit was allemaal nog in de tijd vóór de computers, en daardoor was het allemaal heel wiskundig. Ik besloot al snel dat dit geen baan voor mij was. Toen kreeg ik gelukkig de kans om te werken bij een animatiestudio en dat was heel leerzaam voor me. Hier werd me echt duidelijk dat ik verder wilde met het illustreren van boeken.’

Hoe ging dat eigenlijk? Stuurde je een verhaal met illustraties naar verschillende uitgeverijen?
‘Nee, ik denk dat je soms echt een beetje geluk nodig hebt. Een vriend van mij stelde me voor aan een agent die op dat moment op zoek was naar nieuwe illustrators en zij was meteen enthousiast. Mijn tekeningen waren toen erg gedetailleerd, maar nog niet echt kindvriendelijk. Ik begon daarom met het illustreren van boekomslagen en posters. Na twee jaar kreeg ik de kans om een kinderboek te illustreren. Het heette ‘What’s that noise?’ en het was zo’n succes dat ik vanaf dat moment kinderboeken ben blijven illustreren. “Sometimes you need the guidance of a story, you need a context. It seems obvious now, but it took me some time to get there.”’

In Nederland is David vooral bekend van zijn boeken over de beer Dorus. De vraag die Leesfeest het meest gevraagd werd te stellen, was dan ook: Hoe kwam je op het idee van Dorus?
‘Het komt eigenlijk allemaal door mijn zoon. Het idee van Dorus ontstond toen mijn zoon 4 jaar was en ik hem voorlas voor het slapengaan. Hij was moe en gaapte heel overdreven. Toen legde ik het boek weg en zei tegen hem: “Geef me eens een goede slaapknuffel”. Dus dat deed hij en we moesten allebei lachen omdat het echt een slaperige knuffel was. De volgende dagen bedachten we steeds meer knuffels. Op dat moment was ik al een paar dagen bezig met het schetsen van een beer, maar ik had nog geen verhaallijn. De grappige knuffels met mijn zoon brachten me op het idee van berenknuffels en zo ontstond ‘Hugless Douglas‘ (In het Nederlands is de titel het eerste boek Ik wil een knuffel)’

Het karakter van de beer was er dus eerder dan zijn naam?
‘Ja, de naam kwam echt als laatste. Normaal gesproken begin ik een verhaal ook met schetsjes in mijn schetsboek. Daar probeer ik hoe een karakter (vaak een dier!) eruit zal zien. Als dat eenmaal duidelijk is, dan laat ik het karakter dingen doen en bewegen en tussendoor maak ik veel aantekeningen. De laatste stap in mijn schetsboek is dan een storyboard, waarbij het verhaal al in grove lijn geschetst is. Bij de naam voor de beer kwam ik op Doug, wat in het Engels de afkorting is van Douglas. En zo kwam ik op Hugs-Doug en Hugless Douglas.’

In Nederland zijn de boeken over Dorus vertaald door de bekende kinderboekenschrijver Rindert Kromhout. Hij bedacht ook de naam Dorus voor Douglas. Wat vind je hiervan?
‘Nu je er toch over begint (David Melling begint te gniffelen), Dorus klinkt als een vrouwelijke naam in Engeland, dus voor mij komt het wat gek over. Maar ik besef ook dat dit erbij hoort als een boek vertaald wordt. In Frankrijk heet Dorus bijvoorbeeld Martin en in Duitsland Paul. Ik zie mezelf in de eerste plaats ook als een illustrator en niet als auteur. Voor mij is het belangrijk dat het verhaal vooral in en door de illustraties verteld wordt en dat maakt dat het verhaal ook ondergeschikt is aan de illustraties.’

Dorus heeft natuurlijk veel vriendjes in zijn boeken, zoals het konijn en de schapen. Eén van onze bezoekers vroeg zich af of Dorus ook een vriendinnetje zal krijgen?
‘“I think he is a bit young for that!”  Dorus heeft natuurlijk wel vriendjes die meisjes zijn, zoals het konijn. Maar in mijn ogen is Dorus echt een kleuter, vooral in zijn gedrag. Dus nee, hij is nog veel te jong!’

Welk karakter uit je boeken vind je het leukst om te tekenen?
‘Het leukst vind ik de schapen, en dan vooral de interactie tussen de schapen en Dorus. De schapen hebben heel simpele vormen om te tekenen, maar je kunt er zo veel leuke dingen mee doen! In één van mijn eerste schetsen van de schapen bedacht ik dat de schapenvacht als een soort klittenband zou werken met de berenvacht van Dorus. En dit idee is een groot succes geworden, in bijna elk boek zien we wel een of meerdere schapen aan Dorus’ vacht gekleefd zitten.’

In 5 jaar tijd zijn er 7 boeken verschenen over Dorus de beer. Zijn beren ook je lievelingsdieren?
‘Beren zijn in ieder geval een van de leukste dieren om te tekenen. En zeker Dorus. Maar mijn echte lievelingsdier is een tijger.’

Zou dat een goede afwisseling voor je zijn? Even een andere titel in plaats van een boek over Dorus? Misschien wel een prentenboek over een stoere tijger? Of kun je nog geen genoeg krijgen van Dorus?
‘Voor mij zou het wel goed zijn om even een Dorus-pauze in te lassen. De uitgever en het wereldwijde succes hebben ervoor gezorgd dat de serie veel groter werd dan ik ooit had kunnen denken. Het is natuurlijk goed om te kijken naar wat je publiek wil, maar je moet er altijd voor waken dat er geen overdosis van komt met een serie als deze. Met de Engelse uitgever heb ik afgesproken dat ik hierna nog een kerstverhaal schrijf over Dorus en dat we dan even een pauze inlassen. En ja, misschien is een prentenboek over een tijger nog niet eens zo’n gek idee!’

Dit is je eerste bezoek aan Nederland. Zijn er Nederlandse illustratoren die je bewondert?
‘Zeker. Het werk van Philip Hopman vind ik erg inspirerend, vooral zijn muurschilderingen. Dick Bruna vind ik ook nog steeds een icoon en ten slotte Max Velthuijs. Zijn boeken over Kikker heb ik vaak voorgelezen aan mijn kinderen.’

Heb je tot slot nog wat tips voor kinderen die ook illustrator willen worden?
‘Naar mijn idee stoppen de meeste kinderen met tekenen als ze een jaar of 12 zijn. Vaak op de grens van basisschool-middelbare school. Ze stoppen dan vaak, omdat ze denken dat wat ze tekenen niet goed genoeg is. Mijn advies is dan ook “Just keep drawing, don’t worry about the next stage. Keep it playfull, light and joyfull.” Blijf tekenen en blijf ook vooral om je heen kijken! Zie je iets wat je leuk vindt? Teken het dan! Hetzelfde geldt ook voor schrijven: schrijf over iets waar je ook over zou willen lezen. Voor illustreren geldt hetzelfde als een sport of instrument beoefenen. Je moet oefenen om beter te worden. Als kind was ik vaak ongeduldig en echt boos op mezelf als iets niet lukte met tekenen, maar gelukkig hield ik vol!’

Mirjam.

.
.