Uit het schrijversleven van...Yorick Goldewijk

Terug naar lijst
 

Zo ontstaan verhalen

Ik weet nog dat ik vroeger urenlang naar de maan kon kijken. Dan probeerde ik me voor te stellen hoe het zou zijn om daar rond te lopen, zoals de astronauten Neil Armstrong en Buzz Aldrin. Op sommige foto's van hun maanbezoek zie je bergen liggen aan de horizon. En omdat er geen atmosfeer is op de maan kun je heel ver kijken, dus misschien liggen die bergen wel honderd kilometer in de verte. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn om daar helemaal naartoe te lopen. Wat je onderweg misschien tegen zou kunnen komen. Wat er achter die bergen zou liggen. Neil en Buzz hadden geen tijd om ver te lopen: hun langste wandeling was maar 59 meter. Dat is zelfs voor een mier niet meer dan een kwartiertje lopen. Maar elke stap van die wandeling was op een plek waar nog nooit iemand had gelopen. En tijdens de wandeling hadden ze uitzicht op de aarde. De hele aarde: ze zagen hele continenten en oceanen in één oogopslag!
Die maanlanding was een gebeurtenis die iedereen aan het dromen zette. Zelfs de meest chagrijnige, ongeïnteresseerde, fantasieloze zuurpruim moest er een glimlachje van hebben gekregen: dat er echt mensen rondliepen op de maan...

Ook dichter bij huis, gewoon op aarde, is nog zoveel te ontdekken. Plekken waar we nog haast niets van weten. Neem bijvoorbeeld het middelpunt van de aarde: het diepste gat dat mensen ooit in de aarde hebben geboord is 13 kilometer. Dat klinkt heel diep, maar niet als je nagaat dat het middelpunt van de aarde 6370 kilometer diep zit! Dus, kun je je afvragen, WAT zit er eigenlijk in dat middelpunt? Verzin jij het maar.
Zolang we niet alles weten, blijven we onze verbeelding gebruiken. En omdat we nog steeds bijna niks weten, fantaseren we erop los. Daarom bestaan er ook Yeti in de Himalaya, kabouters in donkere bossen en monsters in Schotse meren. Of ze bestaan niet natuurlijk... Wie zal het zeggen?

Zo ontstaan verhalen.

Ik kan nog een buitenaards landschap fantaseren op het schuimlaagje van mijn koffie. En als ik vroeger ergens een eilandje zag, dan begon mijn hoofd te tollen van de ontdekkingslust. Ook al was het een verdord bosje struiken in een modderige poel: ik ging op onderzoek uit. Met een klein rubberbootje. Of peddelend op een surfplank. In gedachten was ik dan Jacques Cousteau of James Cook, op reis op een onbekende oceaan.
Meestal was de eerste wandeling op zo'n onontdekt eilandje niet zo spectaculair als de maanwandeling van Neil en Buzz. Soms was de hondenpoep onder mijn blote voet de eerste ontdekking die ik deed. Dan wist ik meteen dat ik niet de allereerste was die het eiland had bezocht.
Maar ik liet me niet uit het veld slaan door hondenpoep. Ik stapte weer aan boord van mijn rubberbootje en zette koers naar de horizon, op zoek naar een nieuw eiland.

Een heleboel mensen zijn dat fantaseren kwijtgeraakt tijdens het opgroeien. Ze vinden het onzin. Hebben het te druk met echte dingen die vaak, als we even eerlijk zijn, OERSAAI zijn. En vaak enorm onzinnig, over onzin gesproken. Niks voor mij.

Dus als ik nu naar de maan kijk, denk ik nog steeds: wat zou er achter die bergen liggen? En dan ontstaan mijn verhalen.

Yorick Goldewijk.

.
.