Uit het schrijversleven van...Anke de Vries

Terug naar lijst
 

Het overkwam me jaren geleden toen ik een school moest bezoeken in een piepklein dorp om daar over mijn boeken te vertellen. De directeur van de school (laten we hem maar meneer Jansen noemen) zou me ophalen van het station in zijn gele Ford. Nu zeggen auto's me weinig. Zelf hebben we een Renault, die herken ik nog net, maar kleuren zie ik meteen voor me en zeker geel, al vond ik deze kleur niet passen bij de nogal sombere stem van meneer Jansen door de telefoon. Zelfverzekerd stapte ik de trein in.

Anderhalf uur was ik onderweg voor ik uiteindelijk in het boemeltreintje zat dat me naar het dorpje zou brengen. Het station kwam in zicht. Het lag er uitgestorven bij. Met mijn tas vol boeken liep ik naar de uitgang en ja hoor, daar stond de auto al. Als een glanzende gele kever wachtte hij me op. Ik deed het portier open en schoof de tas op de achterbank. 'Ik ben Anke de Vries,' zei ik toen ik naast de bestuurder ging zitten. We gaven elkaar een hand. 'Leuk u te ontmoeten.' Het klonk warm en opgewekt, alle somberheid was verdwenen uit de stem.

Ik vertelde hoe goed de reis was verlopen en wat was het prachtig weer. Dat laatste vond hij ook. Ontspannen bleef hij achter het stuur zitten terwijl hij me allervriendelijkst aankeek. Hij deed geen enkele poging om de auto te starten. Hadden we dan zoveel tijd? Ik wierp een blik op mijn horloge. Over een kwartier moest ik beginnen, maar meneer Jansen had geen haast. 'Zullen we dan maar?' vroeg ik toen ik het toch wel erg lang vond duren.
'Ik wil wel,' zei meneer Jansen, 'maar ik weet niet of dat de bedoeling is.'
Zonnig lachte hij me weer toe. Opeens begon me iets te dagen.
'U bènt toch wel meneer Jansen?' vroeg ik.
'Nee.'
'Maar dit is wèl een gele Ford.'
'Hij is inderdaad geel,'
gaf hij toe, 'maar het is een Toyota.'
'Dan zit ik verkeerd,'
zei ik. Dat had hij al begrepen. We stapten uit. Hij hielp me met de boekentas en we namen hartelijk afscheid.
'Daar heb je meneer Jansen,' zei hij en wees naar de gele auto die kwam aanrijden.
'Meneer Jansen?' informeerde ik voor de zekerheid toen ik instapte.
'Ja.' Ik herkende de stem, zijn gezicht paste er helemaal bij. Hij deelde me onderweg mee dat hij nooit kinderboeken las. Geen tijd, hij las alleen vakliteratuur en moest veel vergaderen. Het was hem aan te zien. De kinderen op zijn school hadden ook al geen tijd om boeken te lezen. Bovendien wisten ze pas sinds de vorige dag dat er een schrijfster op bezoek zou komen, legde de juf me verontschuldigend uit. Gelukkig vonden ze het wel leuk om voorgelezen te worden en ze hadden een heleboel te vragen. Na afloop beloofden ze dat ze eens een boek van me zouden lezen...

De gele Ford bracht me weer terug naar het station. Het was intussen gaan regenen. 'U zult zeker wel gemerkt hebben dat onze leerlingen geen lezers zijn,' zei meneer Jansen toen ik uitstapte. Vind je 't raar? dacht ik, maar ik zei: 'voorlezen vonden ze anders heel leuk.' 'Je zit niet op school om voorgelezen te worden,' klonk het bijna bestraffend. Gelukkig kwam de trein. Op weg naar huis dacht ik aan meneer Toyota. Stond hij maar voor de klas. Wedden dat hij de hele school aan het lezen zou krijgen, inclusief meneer Jansen!

Anke de Vries.
 

.
.