Uit het schrijversleven van...Simone van der Vlugt

Terug naar lijst
 

Kinderboekenweek


De kinderboekenweek is weer voorbij. Jammer. Gelukkig! Het was zo gezellig. Het was zo druk! Geen schrijver ontkomt eraan in oktober: er moet worden gesigneerd in boekenwinkels, op boekenmarkten, in bibliotheken en er moeten lezingen worden gegeven op scholen. Nou ja, dat moet natuurlijk niet. Er zal heus geen boze uitgever aan je deur verschijnen om je te bedreigen als je het niet doet. Maar het zou niet zo slim zijn om niet mee te doen aan al die activiteiten. Als je wilt dat je boeken worden verkocht, zul je toch meer moeten doen dan ze alleen schrijven. Wie denkt dat een schrijver vervolgens lui achterover leunt en denkt: "kom maar op met dat geld", vergist zich lelijk. Als het boek eenmaal in de winkel ligt, begint het pas!

Als ik eraan denk hoeveel uren ik in de trein of auto heb gezeten, op weg naar al die scholen om over mijn boeken te vertellen, dan had ik in die tijd een heel nieuw boek kunnen schrijven. Maar lezingen geven is wel erg leuk om te doen. Het bezoek van een schrijver is meestal goed voorbereid. Kinderen maken werkstukken over je boeken, stellen allerlei vragen en hebben vaak een boek bij zich om een handtekening in te laten zetten. Prima!
In de kinderboekenweek moet je altijd maar afwachten wat je overkomt. Je wordt in een boekenwinkel neergezet aan een tafel om je boeken te signeren (er een handtekening in zetten) en daar zit je dan. Hopend dat er iemand komt. Ik heb het wel gehad dat ik twee uur in een winkel zat zonder dat er een kip kwam. Zit je mooi voor gek. Maar die tijd is gelukkig voorbij.
Hoewel… Als een boekenwinkel iets organiseert op woensdagmiddag voel ik de bui al hangen. Kinderen ouder dan twaalf jaar zitten dan op school, kinderen van de basisschool moeten naar zwemles, voetbal, paardrijden, ballet en noem maar op.
De winkel waar ik vorige week woensdag zou gaan voorlezen was angstwekkend leeg. Dan kun je wel een boek gaan voorlezen maar je stem klinkt wel erg hol in die lege ruimte. Dus dronk ik maar een kopje thee en keek wat om me heen.
Aha, daar kwamen twee kinderen binnen met hun moeder. Ze slenterden wat langs de kasten en bekeken de boeken die erin stonden.
Onmiddellijk liep de verkoopster op hen af. `Goeiemiddag! We hebben hier een schrijfster in de winkel die gaat voorlezen. Hebben jullie zin om te luisteren?'
De kinderen wierpen een blik over hun schouder en schudden hun hoofd. De verkoopster droop af. Ik deed net alsof ik niets had gehoord. Een meisje van een jaar of zeven kwam bij mijn tafel staan en pakte één van mijn boeken.
`Zal ik je een stukje voorlezen?' bood ik op fluistertoon aan. Ze knikte en ging zitten. Dus las ik haar gezellig in haar eentje voor. De twee andere kinderen keken telkens om… en gingen er toch maar bij zitten. Mooi, dat waren er al drie. Vervolgens kwamen hun ouders erbij zitten. En de mensen die langzamerhand de winkel binnendruppelden. Uiteindelijk zat er voortdurend een groepje naar het vertellen en voorlezen te luisteren en om vijf uur was de hele stapel boeken verkocht. Pff, toch nog een succes geworden.
Dit soort verhalen kent iedere schrijver. Als we elkaar daar over vertellen lachen we wat af. Een bekende schrijfster vertelde me eens dat de mensen in de winkel heel geïrriteerd waren omdat ze haar niet herkenden en 'die vrouw' zo in de weg zat met haar tafeltje. Af en toe kwam er iemand naar haar toe om een vraag te stellen. Of ze een rol cadeaupapier kon aangeven. Een andere schrijfster zat in V&D op de boekenafdeling, vlak bij de toiletten. Iedere keer als er iemand langs kwam werd er een kwartje op haar tafel neergelegd. Ze kon er pas veel later om lachen.
Gelukkig is het over het algemeen lekker druk geweest aan mijn tafel in de boekenwinkels. Maar op dat ene stille moment, toen niemand naar het voorlezen wilde luisteren, kreeg ik een geweldig idee: ik ga schrijvers interviewen over wat ze allemaal voor geks meemaken tijdens de kinderboekenweek. Volgens mij moet je daar een boek mee kunnen vullen! Je bent per slot van rekening schrijfster of niet.


Simone van der Vlugt.
 

.
.