Uit het schrijversleven van...Edward van de Vendel

Terug naar lijst
 

Aaneengenaaide personen'

Opeens was ze er. Zosja. Op de eerste bladzijde van mijn verhaal, dat uiteindelijk het boek WAT IK VERGAT zou worden. In het boek gaat dat zo: Daar staat ze, in de deuropening - alsof ze uit een doosje komt gestapt.
Dat doosje, daar wilde ze niet meer in terug. Ze werd de beste vriendin van Elmer, de hoofdpersoon uit mijn boek.
Soms verzin je een persoon die zo apart is dat ze je zelf verrast. Zosja was zo iemand. Als ik moest schrijven over een gesprek dat zij voerde, dan rolden de zinnen zomaar uit mijn pen. Zosja donderde niet alleen mijn boek binnen, maar ook mijn hoofd.
Hoe kwam zij daar? Hoe begint dat? In Zosja's geval vanuit een verhaal dat ik hoorde van een vriendje. Ik was toen zelf ook maar twaalf of dertien. Hij zat op een andere school en er kwam een meisje de klas binnen. Ze keek hem aan en zei: 'Naast hem wil ik zitten.' Niet verzonnen dus. De eerste twintig regels van mijn boek zijn gewoon echt gebeurd.
 

En die naam? Tien jaar later was ik in Polen. Daar trok ik op met een Poolse vertaalster. Ze had breed uitstaand rood haar en was erg brutaal. Haar naam was Zosja.
Zo gaat dat met een boek: allerlei dingen die je hebt meegemaakt komen half in het boek. Maar al die helftjes samen maken een sterke hoofdpersoon die zomaar in je kop begint te praten. Alsof ze er altijd al was. Alsof je haar niet als een lappendeken van bestaande mensen, gedachten en gebeurtenissen aan elkaar hebt genaaid.
Voor mensen die je heel goed kennen is het uiteenrafelen van die lappendeken soms een grappig speurwerkje. Verklappen verklappen? Oké dan, gedeeltelijk. Maar niet verder vertellen - vergeet het maar weer.
 

In het boek komt een taxichauffeur voor. Die heb ik rechtstreeks uit Assen weggeplukt. In de tijd dat ik het verhaal schreef reed ik vaak met de treintaxi uit Assen van en naar mijn huis. Voor ik het wist zag ik de Koerdische jongen uit de taxi als de vriend van de tante van Elmer. Hij weet het niet. Ik heb hem dan ook vermomd: hij heeft een andere naam gekregen.
De lerares uit het boek was mijn eigen Franse lerares. De beschrijving van haar woonkamer: het klopt precies. Van de tochtstrip aan haar voordeur tot het witte tapijt in haar woonkamer. Ze weet het niet - al belde ze laatst en vroeg welk boek van mij ze moest lezen…
Jackson, de grote broer van Zosja, zag ik in een disco. 'Cool,' zei hij steeds., 'cool.cool.' Hij was alleen geen Pool en hij heette niet Jackson.
Op een gegeven moment zoeken Zosja en Elmer een adres bij een telefoonnnummer. Ze doen dat via een site op internet die 'Omgekeerd Zoeken' heet. Die site had ik zelf net die week nodig gehad en ontdekt.
 

En dan de dingen uit het boek? Het schilderij? Het schilderij van een schip - het speelt een belangrijke rol in het boek. Bij mijn opa hing zo'n schilderij aan de muur. De bandrecorder? Die had ik bij een bezoek aan mijn ouders net boven op zolder ontdekt. Ik mocht hem meenemen. Tijdens het schrijven stond hij in mijn kamer - jammer, hij deed het niet meer.
Misschien moest ik hem repareren? Dat kan ik niet, ik ben niet technisch. Elmer had dat wel gekund. Maar helaas - hem heb ik helemaal verzonnen. Ik ken niemand die Elmer heet, niemand op wie hij lijkt.
Zo bleef ik zitten met een kapotte bandrecorder. Maar intussen ook met een verhaal, en aaneengeplakte personen in mijn hoofd: Jackson, de taxichauffeur, de Franse lerares, Elmer. Zosja. Zelf in elkaar gelijmd. En ook al ben ik helemaal niet technisch - ze raakten niet meer los. Wat ik verder ook vergat.


Edward van de Vendel.

.
.