Uit het schrijversleven van...Sunna Borghuis

Terug naar lijst
 

Spelen met papieren poppetjes

Spelen met papieren poppetjes. Zo noemde ik mijn zelfverzonnen speelgoed. Ik was een kind en vond het vreemd dat niemand in mijn klas die manier van spelen kende. Misschien denk je dat ik verhalen schreef over de poppetjes, maar dat was niet zo. Ik knipte ze uit. Geen popjes van wit papier, maar gefotografeerde mensen uit een tijdschrift. Grote mensen, kleine mensen, oud, jong, kinderen, baby’s. Daarmee speelde ik op de grond. Ik knipte ook andere dingen uit, zoals stoelen, bedden, banken, planten, bekers, kinderwagens, appeltaart, een hobbelpaard; alles om een huis mee in te richten. Ik maakte er een soort platte poppenhuizen van. In die huizen woonden families en daar verzon ik verhaaltjes over, die ik aan niemand vertelde.

Dat ik met papieren poppetjes speelde, wist iedereen. Stapels tijdschriften werden bij ons afgeleverd. Die mocht ik allemaal stuk knippen. Mijn collectie poppetjes was groot genoeg om een kamer mee te behangen, als ik zou willen. Het mooist vond ik de Wehkampgids. Dat blad bestaat niet meer, maar was zo dik als een mandarijn en stond vol plaatjes van spullen die je kon kopen. Een heleboel schoenen bijvoorbeeld. Die knipte ik uit en dan speelde ik schoenenwinkeltje in de huiskamer. Daar was het tapijt glad en niet pluizig zoals in mijn slaapkamer, waar de papiertjes raar hobbelig van werden.

In de brugklas speelde ik in het geheim nog steeds met papieren poppetjes. Op mijn bureau maakte ik er een hoekje voor vrij. Als er bezoek kwam, legde ik er gauw een atlas op. Pas in de tweede van de middelbare stopte ik ermee. Toen fantaseerde ik liever over jongens met lang haar en een gitaar, die ik zag optreden op schoolfeesten.

Sindsdien staat de doos met papieren poppetjes in mijn kledingkast, verstopt achter een ochtendjas, bedekt met truien en pantoffels. Soms kwam hij uit de kast; dan maakte ik met de poppetjes een collage. Dat was stiekem niets anders dan spelen. Alleen legde ik de poppetjes niet op de grond, maar plakte ze op een vel papier. Ik noemde het een hobby.

Pas jaren later vond ik een nieuwe manier van spelen. De verhaaltjes die ik nog steeds verzin, schrijf ik op. De papieren poppetjes worden mensen op papier. Ze komen tot leven. Zoals dikke Vik en vieze Lies, over wie zelfs boeken zijn gemaakt. Nu kan iedereen ze leren kennen. Weet je trouwens dat Lies papiertjes spaart? Hoe ís het mogelijk.

Denk nou niet dat mijn doos met poppetjes bij het oud papier is beland. Zo’n eerste liefde gaat nooit helemaal over. Als de nieuwe catalogus van Intertoys wordt bezorgd, knip ik in gedachten al het speelgoed uit. Wat zou ik dáár een mooi winkeltje van kunnen maken.

Sunna Borghuis.

.
.