Uit het schrijversleven van...Karlijn Stoffels

Terug naar lijst
 

Leesfeest in mijn kist

Vlak voor de zomervakantie vroeg het Letterkundig Museum mij of ik in hun museum wilde hangen. Dat wil zeggen, niet ik, maar mijn werk, en de Geschiedenis van Mijn Schrijverschap. Dan zou ik op 6 oktober 2005 worden geopend. Ik hoefde alleen maar allerlei leuke dingetjes uit mijn schrijversloopbaan bij elkaar te zoeken. Eerste Zelfverzonnen Verhaal! Eerste Literaire Prijs! Rapportcijfers voor Taal! Dat soort dingen.
Ik zei ja, ik wilde daar wel hangen. Ik had tijd genoeg in de zomer. Ik moest alleen maar van één boek de drukproeven corrigeren, één boek met de illustrator doornemen en één boek schrijven.
Mijn dochter gaf zeilles in Friesland, en ik bleef gewoon thuis. De laatste pakweg tien jaar zijn we samen op vakantie geweest en ik heb nog niemand gevonden met wie ik denk dat het net zo leuk wordt als met haar. Iemand met wie je zo af en toe ook stil kunt zijn bijvoorbeeld. En de slappe lach krijgen over niks.
Tijd genoeg dus, en waar ik moest zoeken wist ik ook. In mijn kist. Het is de oude legerkist van mijn vader. Zijn uniform zat erin, en zijn geweer, en zijn pet en zo. De kist stond bij ons thuis in een kast, en als mijn vader opgeroepen werd hoefde hij hem alleen maar te pakken. Ik heb nooit begrepen hoe dat dan verder ging, als hij bijvoorbeeld de Grebbeberg opklom, mijn vader dus, of er dan een arme soldaat achter hem aansjouwde met die kist en riep: Luit! Luit! Uw legergroene onderbroeken zijn vlak achter u, hoor!
Toen mijn vader niet meer hoefde te vechten, (hij is nu eenennegentig) kreeg ik de kist. En sindsdien sjouw ik hem als ik ga verhuizen met me mee. Ik heb geen soldaat die hem voor me draagt. Dat is jammer. Ik zou best een leuke soldaat kunnen gebruiken, nog afgezien van die kist. In die kist zitten al mijn foto´s en diploma´s en andere restjes van mijn leven.
Ik dook dus mijn kist in. Ik vond een heel klein fotootje van een hele grote liefde. Ik vond mijn schoolrapporten. Ik vond mijn eerste verhaal. En toen dacht ik: wie kan dat nou wat schelen? Wie interesseert dat nou? Ik zag hele drommen mensen door het museum lopen die allemaal mijn hoekje oversloegen en heel lang bij alle andere schrijvers bleven staan kijken. Ik deed de kist dicht. Ik ging niet in het museum hangen.
En toen kwam Pieter. Hij kwam niet echt, hij mailde. En dit was wat hij schreef: ‘O, mevrouw Stoffels! Ik hou zo van uw boeken! Ik heb een klein museumpje thuis van mijn lievelingsschrijvers. Wilt u mij alstublieft iets sturen? Een krabbeltje maar? ALSTUBLIEFT????’
En opeens zag ik drommen Pieters door het museum lopen en allemaal bleven ze úren stilstaan in mijn hoekje, en ze bekeken het hele kleine fotootje van mijn hele grote liefde. en mijn eerste verhaal (over een aapje) en mijn manuscripten en dagboekjes en alles.
Ik deed de kist weer open. En ik haalde de hele Geschiedenis van Mijn Schrijverschap tevoorschijn. Voor het museum. Zo is het gegaan, en ik mag hangen als het niet waar is.

Karlijn Stoffels.

.
.