Uit het schrijversleven van...Annejoke Smids

Terug naar lijst
 

Hoe schrijf je een boek?

Je gaat zitten achter je computer en je begint te typen. Natuurlijk heb je wel van te voren bedacht wat je ongeveer gaat doen. En je hebt aantekeningen gemaakt, die allemaal netjes naast je liggen zodat je meteen kunt vinden wat je nodig hebt. Je vingers vliegen over de toetsen, terwijl de ene na de andere prachtige volzin door je hoofd schiet. De ideeën rollen bijna over elkaar heen en je handen kunnen je hoofd maar nauwelijks bijhouden. Je gaat helemaal op in je verhaal, alsof je zelf een van de hoofdpersonen in het boek bent. Heerlijk! Dit wordt een schitterend boek. Gaat het zo? Was het maar waar.
In alle eerlijkheid, ik heb het wel eens meegemaakt dat het zo ging. Dat ik uren achter elkaar aan het werk was en nog nauwelijks wist waar ik was. Dat ik op een gegeven moment ging staan en er toen pas achter kwam dat ik vreselijke honger had, omdat ik helemaal was vergeten te eten! Het is echt heerlijk als je zo aan het werk kunt zijn. Maar heel vaak gaat het zo:

ik zit achter mijn computer. Eigenlijk weet ik nog niet precies hoe ik verder wil met mijn verhaal, maar dat zie ik zo wel. Mijn aantekeningen liggen allemaal door elkaar heen en wat ik nodig heb kan ik niet vinden. Geeft niet, komt straks wel. Ik begin met een stukje terug te lezen van wat ik de vorige dag heb geschreven. O ja, daar was ik gebleven, nu weet ik het weer. Ik schrijf drie zinnen en staar dan een tijdje uit het raam. Het waait heel hard buiten en er vliegen allemaal herfstblaadjes door de lucht. Als ik mijn ogen weer op het scherm richt, zie ik dat mijn computer wel heel erg stoffig is. Even een doekje erover. En nu ik toch sta, ga ik meteen een kopje koffie zetten, kan ik zo lekker ongestoord verder met schrijven. Niks is fijner dan lekker schrijven met een vers kopje koffie erbij. Terwijl de koffie aan het doorlopen is, hoor ik de post op de deurmat vallen. Snel kijken of er iets leuks bij zit, dat kan mooi even tijdens het koffiedrinken. Ik lees de post (een ansichtkaart en een folder van de uitgeverij – altijd leuk) en de folders van de supermarkt. Wat een aanbiedingen allemaal. Misschien handig om zo eerst even boodschappen te doen, dan ontloop ik mooi de drukte en kan ik daarna in ieder geval lekker doorwerken.
Duurt toch altijd langer dan je denkt, maar een paar uur later zit ik weer achter de computer. Waar was ik ook weer gebleven? Nog even een stukje teruglezen. Al ben je maar een moment weg, je bent toch weer helemaal uit het verhaal. O ja, die drie zinnen had ik vandaag al gedaan. Teruglezen duurt ook al snel weer een uur, maar ik heb nu weer helemaal de sfeer te pakken. Even een kopje thee erbij en dan weer verder. Zo, lekker is dat. Ik ga met mijn muis door de tekst en scan hier en daar een regel. In de verte hoor ik een klok slaan en onwillekeurig glijden mijn ogen naar het klokje op de computer. Goh zeg, alweer zo laat? Als ik nog even een rondje door het plantsoen wil lopen, mag ik dat zo wel doen, anders hoeft het niet meer. En als ik terugkom is het natuurlijk tijd om te koken, dus ik kan beter de computer nu alvast uitzetten.

Kijk, van die dagen heb je ook. Dat de netto-opbrengst van de dag drie regels is en veel teveel kopjes koffie. Dat kan heel frustrerend zijn, omdat het lijkt alsof je niets doet. En zo voelt het ook. Toch blijkt later vaak dat ook die tijd nodig is en juist heel nuttig. Want het verhaal in je hoofd gaat op een of andere manier toch door. En als het ver genoeg ‘gerijpt’ is, dan komt het er ineens uitrollen; zin na zin en idee na idee. Dan voel je je ineens weer een echte schrijver, in plaats van een professionele koffiezetter, en dat is een heerlijk gevoel!

Annejoke Smids.
 

.
.