Uit het schrijversleven van...Siri Kolu

Terug naar lijst
 

Karnemelkman

Laat me je vertellen hoe ik schrijver werd. Als kind was ik een ontzettend erge jokker. Anderen geloofden mijn verhalen, en toen ik negen werd, was ik een opperjokker.

Mijn familie woonde in een grote flat met veel kinderen. Onze favoriete plek was de binnenplaats achter het huis, met gras en bomen en een paar mooie stenen. En het bejaardenhuis. De oudjes keken vanaf hun balkons toe hoe wij kinderen rovertje en politieagent en prinsesje speelden. Op een van de balkons was een oude man. Hij zat er altijd. Over hem heb ik mijn laatste superleugen verteld.

‘Pas op voor die man,’ zei ik tegen de andere kinderen. ‘Die man is in het echt een tovenaar. Als je onder zijn balkon door loopt en dat te langzaam doet, kunnen je dagen geteld zijn. De man giet vanaf het balkon karnemelk over je heen, en als de karnemelk je raakt, verander je in een steen. Voor altijd.’ Het verhaal werd spannender doordat de stenen op de binnenplaats precies onder het balkon van de man lagen. Dat maakte het tot de beste leugen ooit.

‘Huh!’ zeiden de kinderen. ‘Wie zal die steen daar ooit zijn geweest?’
Vanaf die dag was deze man Karnemelkman. En we liepen nooit, nooit meer onder zijn balkon door.

Als ik hier nu ophield te vertellen, was het een triest verhaal. Gelukkig gaat het verder en wordt het almaar beter. Op een dag zag ik Karnemelkman aan de deur van het bejaardenhuis.
‘Luister ‘ns meisje,’ zei Karnemelkman. ‘Ik heb hulp nodig.’
Ik ging naar Karnemelkman toe.
‘Er is iets treurigs gebeurd,’ zei Karnemelkman. ‘Vroeger speelden jullie hier dicht bij mijn balkon en kon ik jullie spelletjes volgen. Dat maakte me erg blij. Nu komen jullie niet meer. Jullie blijven verder weg, zodat ik niet kan horen wat jullie zeggen, want ik ben al een oude man en mijn gehoor is slecht.’
‘O nee,’ zei ik, want ik was me akelig gaan voelen. ‘Het is mijn schuld.’
Voor het eerst had ik door dat liegen helemaal niet fijn was. Liegen is een verhaal dat altijd iemand schaadt. Dit keer schaadde het Karnemelkman.

Ik beloofde hem te helpen. We stelden een plan op. Karnemelkman vroeg me om dat plan ook thuis te vertellen en dat deed ik. Tegelijk moest ik toegeven dat ik een heel erge jokker was geworden. Moeder vond het een goed plan. Ze vond dat ik moest helpen te repareren wat door mijn leugen stuk was gegaan.

De volgende keer toen we op de binnenplaats speelden, zei Karnemelkman vanaf zijn balkon tegen ons: ‘Hoi kinderen. Probeer ‘ns te vangen!’
Ik wist dat ook mijn moeder dit voorval volgde vanaf het balkon van ons huis.

De man stak zijn hand uit en gooide in een hoge bocht kauwgomplaatjes op het gras. De kinderen keken me aan. ‘Wat als het toverkauwgom van de heks is?’
‘Pak ze maar,’ zei ik. ‘Kijk, op dat balkon staat mijn moeder. Mijn moeder vindt dit oké. Ze ziet het als ons iets ergs overkomt en schiet meteen te hulp.’
We openden de kauwgomwikkels en aten de kauwgom op. We wachtten of een van ons in een eekhoorn of een konijn veranderde. Maar dat gebeurde met niemand. Natuurlijk niet. De man was geen heks of Karnemelkman; het was mijn leugen.

Karnemelkman kreeg een nieuwe naam. Hij werd Kauwgomman. Af en toe gooide hij kauwgom van het balkon. En beetje bij beetje, heel langzaam, keerden we terug naar het bejaardenhuis en het balkon van de man, want daar stonden ook de beste bomen om in te spelen.

Na het voorval met Karnemelkman besloot ik niet meer te liegen. Ik vertelde nog steeds verhaaltjes, maar nu beweerde ik niet meer dat ze waar waren. Ik begon ze vertellingen te noemen. Ik genoot ervan dat mensen graag wilden weten hoe een vertelling afliep. Uiteindelijk werd een van de vertellingen gedrukt en zo werd ik schrijver.

Of – wacht even – heb ik ook jullie gefopt?
Was het verhaal over Karnemelkman in het echt een leugen? Heeft dit ooit plaatsgevonden? Wat denk jij?

Siri Kolu

foto: Markku Kokko
 

.
.