Uit het schrijversleven van...Manon Sikkel

Terug naar lijst
 

Kinderboekenbal 2008

‘Wat zie jij er feestelijk uit,’ zei mijn liefste terwijl ik rondjes door de kamer draaide in mijn blauwe baljurk. Ik had mijn haar in blonde krullen gedraaid, helemaal tot aan mijn billen en ik had al mijn kettingen als een soort kerstversiering om mijn hals gehangen en ik droeg mijn gouden schoenen met hakken van een halve meter hoog. Ik vertelde mijn liefste dat ik een kaartje had voor het Kinderboekenbal en dat je er dan niet feestelijk genoeg uit kunt zien.

Op de fiets naar het bal, glimlachte ik van oor tot oor. Drie maanden geleden was mijn eerste kinderboek 'Is liefde besmettelijk?' uitgekomen en nu mocht ik al naar het Bal der Ballen.

Vol verwachting stond ik in de foyer te wachten op mijn uitgeefster die met twee kaartjes onderweg was. Dat ze na een half uur opbelde om te vertellen dat ze geen taxi kon krijgen omdat het regende, maakte het er alleen maar beter op. Nu had ik een goede reden om de hele tijd bij de ingang rond te hangen en te gluren naar beroemde schrijvers en tekenaars die – ook allemaal met een blauwe baljurk aan – langs mij liepen.

‘Ik kom er zo aan,’ sms’te mijn uitgeefster na een uur. ‘De taxi kan er elk moment zijn.’ Inmiddels was ik op de grond gaan zitten omdat ik pijn in mijn voeten kreeg op mijn hakken van een halve meter. ‘Mag ik ook zonder kaartje naar binnen?’ vroeg ik aan de meneer van de bewaking. Dat mocht, maar alleen als ik een griffel had, zei de grapjas.

Ik luisterde al mijn oude voicemailberichten af, vijlde mijn nagels, belde mijn moeder (‘mam, raad eens waar ik ben?’) en ging naar de wc om met mijn hoofd voorover gebogen onder de fohn weer krullen in mijn haar te blazen.

In de hoek van de toiletten stond een meisje van dertien. Ze was een beetje misselijk want ze had te veel gegeten tijdens het griffeldiner, vertelde ze. ‘Het griffeldiner?’ vroeg ik, daar had ik nou nog nooit van gehoord. Maar ik was dan ook nog maar een nieuweling in de kinderboekenwereld.

Het meisje had die avond tussen de griffelwinnaars van het Bal een zeventiengangendiner gegeten. Haar vader was de uitgever van een van de winnende boeken van het jaar. En omdat de auteur in Portugal woonde en geen zin of tijd had om naar het griffeldiner te komen, had zij de prijs in ontvangst mogen nemen.

‘Heb je ‘m bij je?’ vroeg ik.
Het meisje knikte. Ze opende haar rugzak en haalde er een glazen kistje uit. In het kistje zat een grote zilverkleurige spijker.
‘Is dat ‘m?’ vroeg ik.
Het meisje knikte.
‘Mag ik ‘m even vasthouden?’ vroeg ik.
Ze schudde haar hoofd en hield de prijs der prijzen stevig vast.
Net op dat moment kwam er een nieuw sms’je van mijn uitgeefster. In heel Amsterdam was geen taxi te krijgen.

Daar stond ik, in mijn blauwe baljurk met gouden schoenen en geen kaartje voor het Bal. Ik griste de griffel uit de handen van het meisje en rende naar buiten, de trap op, de foyer in, langs de bewaker die iedereen met een griffel naar binnen liet.

Het enige lastige was om uren later aan mijn uitgeefster uit te leggen hoe ik zonder haar was binnen gekomen. Maar het was een mooi Bal, het 54ste kinderboekenbal.

Manon Sikkel.
 

.
.