Uit het schrijversleven van...Siebe Huizinga

Terug naar lijst
 

Een paar dagen geleden stuurde de uitgever me een doos in een doos. In de binnenste doos zaten tien exemplaren van Relikwie van het kwaad, mijn nieuwe boek. Er zat een kaartje bij: ‘Jij bent geweldig!’ Daarmee bedoelt de uitgever mijn boek.

Relikwie van het kwaad ligt inmiddels in de boekwinkels, ook in Vlaanderen. ‘In de donkerste der tijden, 1350, wanneer de pest heerst, begint de jacht op een machtig relikwie…’ Als ik nog iets aan het verhaal wil veranderen, dan kan dit niet meer. Het zit gevangen in een kaft.

Ik heb schriften, viltjes en laden vol verhalen. Sommige zijn een kantje lang, andere vijftig vellen. Ze zijn handgeschreven of getypt. Het schrijven van een boek is niet moeilijk, maar kiezen uit de verhalen valt niet mee. Waarbij voor de duidelijkheid: een boek schrijf ik nooit, altijd een verhaal. De uitgever maakt er een boek van. Zodra ik een verhaal kies, kan ik er een heleboel niet schrijven. Dat besef ik weer nu Relikwie van het kwaad is verschenen.

Stel: ik heb tien verhalen om uit te kiezen, hoe kies ik dan? Antwoord: ik neem de tijd. Ik wacht tot sommige verhalen die ik kort op papier heb gezet wel of niet terugkeren in mijn hoofd. In mijn slaap, bijvoorbeeld, of tijdens het dagdromen. Gebeurt het niet, dan verdwijnt een verhaal vanzelf weer naar de achtergrond. Gebeurt het wel, dan krijgt het verhaal steeds meer vorm en wil ik het opschrijven. Schrijven is zoiets als lezen. Zodra het klaar is, is het boek uit. Dat betekent dat ik met het schrijven geen haast heb, want ik houd ervan. Een verhaal kan dus ook heel wat tijd nemen.

Wat gebeurt er met de verhalen die ik niet schrijf? Dat kan ik uitleggen aan de hand van, jawel, seksuele voortplanting. Een verhaal wordt gevormd uit een ideeënzaadje en een eicel van ervaring en talent. In de combinatie van ideeënzaadje en eicel ligt de code van een levend verhaal. Zaadje en eicel komen samen en nestelen zich op papier of laptop, waar ze zich beginnen te ontwikkelen. Gaat er een ideeënzaadje verloren, dan is dat helemaal niet erg. Het is geen verhalenmoord of zo. Iets anders geldt voor een verhaal dat al flink uit de kluiten is gewassen en vervolgens verloren gaat. Dat is triest. Ik kan dus maar beter de meeste verhalen laten liggen en niet opschrijven, dan er aan beginnen om er vervolgens mee te stoppen. Verhalen die ik niet schrijf, blijven dan een ideeënzaadje.

Onvoltooide verhalen kunnen ernstige gevolgen hebben. Want breng je een onvoltooid verhaal naar buiten, dan dwalen de hoofdpersonen ervan rond in een wereld waarin de wolken op hun kop hangen en de regen naar boven valt. Verschrikkelijk is het wanneer je de naam van een hoofdpersoon opschrijft en naar buiten brengt, terwijl die nog niet volledig tot leven is gebracht. Want dan laat je een geest los. Iemand die doolt in het niets omdat er nog niets is, of hooguit die wereld met wolken op de kop. Wat had bijvoorbeeld Raaf, de hoofdpersoon van Relikwie van het kwaad, moeten doen als er geen wereld om hem heen was geschapen, hoe ellendig die soms ook voor hem is? Nog niet eens lege bladzijden had hij gehad om doorheen te dwalen.

‘Uit het leven van’, zo heet deze column. Maar het leven van de schrijver staat in zijn boek en nergens anders. Of zou de column moeten gaan over mijn persoonlijke leven? Nee, natuurlijk niet. Ik ben gevraagd omdat ik schrijver ben, niet omdat ik Siebe Huizinga heet. Toch mag iedereen weten dat ik, Siebe Huizinga, in mijn persoonlijk leven worstel met de verhalen waaruit ik kiezen moet. Waarbij de uitgever uiteindelijk van één enkel verhaal een boek maakt, terwijl de rest van de al even waardevolle verhalen als ideeënzaadjes blijven bestaan.

Relikwie van het kwaad is een verhaal dat boek is geworden. Ga het lezen. Want wat moet een boek als het ongelezen blijft? En wat gebeurt er met de hoofdpersonen wanneer ze in de kaft blijven opgesloten? Juist, ze blijven in het donker.

Siebe Huizinga.

 

.
.