Uit het schrijversleven van...Willy Schuyvesmans

Terug naar lijst
 

Marlies en Katie zijn zojuist de deur uit. De twee knappe meiden, hogeschoolstudenten in de lerarenopleiding, kwamen me zopas interviewen voor een eindwerk over jeugdliteratuur waar ze aan werken. Ze zijn erg enthousiast en hebben hun vragen goed voorbereid. Het wordt een boeiend gesprek. We praten zo'n kleine twee uur lang over schrijven, goede jeugdboeken, de karakters van personages en over wat goede illustraties zijn. Als ze weer vertrokken zijn, besef ik pas dat het contact met je lezers toch een van de leukste kanten van dit beroep is. Ik maak er ook altijd tijd voor en ik kijk nu al uit naar de schoollezingen die volgende week beginnen. Dit voorjaar ga ik in zo'n vijftig scholen vertellen over mijn boeken en vragen beantwoorden van kinderen en jongeren. Sommige van mijn collega's zuchten dat zij die lezingen als een noodzakelijk kwaad beschouwen. Ze zien er tegenop. Voor mij zijn die ontmoetingen juist rustpunten in mijn schrijversbestaan. Ze geven mij nieuwe energie. Ik laaf mij mateloos aan die jeugdige geestdrift en het geeft me kracht om straks weer maanden aan een stuk eenzaam achter mijn computer door te brengen.

Ik kon deze maand zo'n oppeppertje overigens wel gebruiken. Vlak voor Kerstmis had ik mijn Portalsite over jeugdliteratuur ten grave gedragen omdat de Vlaamse overheid er niet voldoende subsidie voor over had. Niet getreurd, dacht ik en begon meteen aan een splinternieuwe website over mijn eigen leven en werk. Terwijl jullie aan de feesttafel zaten, scande ik fotootjes in, schreef ik nieuwe teksten en ontwierp ik mijn site. Net voor het nieuwjaarsvuurwerk begon te knallen stond het ding on line en ik ben er eerlijk gezegd nogal trots op. Het is de vierde versie van mijn intussen achtjarige website en ik denk dat het de beste is. De tientallen reacties die ik elke dag in mijn mailbox krijg, liegen er niet om. Spijt en gejammer voor de ter ziele gegane Portal, maar tegelijk kreetjes van bewondering voor de nieuwe webwerf. Ik zou er bijna door vergeten dat ik schrijver ben en geen websiteontwerper.

Wat dat schrijven betreft: ik ben net begonnen aan een non-fictionboek over natuur en milieu voor kinderen van tien tot twaalf. Als alles goed gaat, moet het in het najaar verschijnen bij Davidsfonds/Infodok. Rond diezelfde tijd mag je ook een heruitgave verwachten van 'De winter van de Belgica', een boek over de allereerste Belgische zuidpoolexpeditie in 1897-1899. Een heel avontuurlijk verhaal, want ongewild was de 19-koppige ploeg meteen ook de eerste die op de pool zou overwinteren. Het boek is al een tijdje uitverkocht en een herdruk drong zich dus op. Het bijzondere is wel dat het niet als een jeugdboek op de markt komt, maar als een uitgave in een historische reeks. Ik heb er zelfs speciaal voor deze versie nog een hoofdstuk bijgeschreven over de wetenschappelijke betekenis van de expeditie. Er komt ook een ruime selectie aan originele foto's bij die op het einde van de 19e eeuw nog op glasplaat gemaakt werden.

Maar dé gebeurtenis van de voorbije maand is toch wel de heruitgave van mijn jeugdboek 'Stilstaan'. Ook dat boek was uitverkocht en dat vond ik ontzettend jammer, want het ligt me zeer nauw aan het hart. Het vertelt namelijk het verhaal van de tienjarige Benjamin die vrij plotseling sterft. Hemeltje, hoor ik je zeggen: een boek over de dood. Klopt, maar het is alvast geen triest boek geworden, al begin ik op de eerste regel van de eerste pagina met de dood van Benjamin. Vol verwondering stapt hij uit het ziekenhuisbed en kijkt naar zijn eigen lichaam, naar de dokter die hem tevergeefs weer tot leven tracht te brengen, naar zijn ouders en zijn zus Esther die afscheid van hem nemen.
Benjamin leert nieuwe vrienden kennen in het land van Straks en beleeft met hen de wildste feestjes en de leukste momenten. Maar elke avond gaat hij terug naar huis om mama, papa en Esther te troosten. Om met hen te praten, om hen te knuffelen of om gewoon bij hen te zijn. Tot hij merkt dat hij steeds meer begint te vervagen...
Je merkt het al: het is een bijzonder boek. Waar ik heel blij om ben is dat illustrator Carll Cneut er een prachtige nieuwe covertekening voor gemaakt heeft, waarin hij de sfeer van het boek heel goed heeft weten te treffen.

Je begrijpt het wel: mijn maand kan alvast niet meer stuk!

Willy Schuyesmans
 

.
.