Uit het schrijversleven van...Ingrid en Dieter Schubert

Terug naar lijst
 

Ik hoor erbij

Elke keer schuif ik tot het laatste moment de dingen voor me uit. En nu? Zit ik in de nesten. Dieter is voor een paar dagen naar Berlijn vertrokken om onze oudste dochter, na zes maanden studie, terug naar Amsterdam te halen en ik moet over ons schrijversleven, of beter; illustratorenleven, schrijven.

‘Vier handen op een buik’ en dat sinds 25 jaar. Nou ja, nu is het meer vier vingers, zoekend op 26 toetsen. Wat ik schrijf, moet voor ons allebei gelden en ook al kennen Dieter en ik elkaar heel goed, onze beleveniswereld zal toch nogal verschillend zijn. Mag ik hopen. Zo houd je tenslotte de pit in je relatie.

Is het alweer zo lang geleden dat we, meer door toeval en voor de lol, besloten om samen een prentenboek te maken? ‘Er ligt een krokodil onder mijn bed’ stond meteen stevig in zijn schoenen en was het begin van onze samenwerking. Ontmoet hadden we elkaar tijdens onze studie. Verschillende sociale achtergronden in het naoorlogse Duitsland. Veel wederopbouw, een no-nonsense mentaliteit bij de ouders en ergens twee kinderen, die anders, dan veel van hun leeftijdsgenoten, al vanaf hun vroegste kindertijd, vluchtten in hun fantasiewereld: lezend en tekenend.Toen we elkaar dit als jonge volwassenen vertelden, schiep dat al gauw een band. Toen we ook nog met deze brodeloze kunst ons geld bleken te kunnen verdienen, werd deze band alleen maar sterker. Wij, twee dromers, konden samen de fantasiewereld omzetten in prentenboeken en zo kinderen en volwassenen bereiken. Dit klinkt lyrisch en rooskleurig en zo is het ook bedoeld. Dieter heeft zijn droomberoep gevonden, ik natuurlijk ook, maar nog steeds kijk ik vol verwondering naar alle illustraties en verhalen, zodra ze af zijn en soms zucht ik radeloos:

Als we nu een ander beroep hadden gekozen, was alles veel makkelijker…’

Oeps, wat dan?

Nou ja, niet meer uit te hoeven te leggen….Hoeveel mensen kijken niet vreemd als wij vertellen dat we prentenboeken maken. Tussen de verbazing door, voel je toch ook wel ’ns onbegrip: ‘tekenen jullie elke dag? Samen in één tekening?’ (NEE!) ‘Is dat niet saai? Wie doet nou wat? Hebben jullie niet de behoefte om eens wat anders te doen? Voor oudere kinderen?’ En als absolute hoogtepunt: ‘is het tekenen nou werk of eerder een uit de hand gelopen hobby?’

Tja, dan sta je met je mond vol tanden. Ik heb nog wel eens de neiging om op vragen in te gaan. Dieter niet. Het is geen poging tot mythevorming; dat we niet veel kwijt willen over hoe wij nu precies werken. Het is gewoon, nou ja, gewoon, vier handen, twee hoofden en verder eensgezindheid.

Ha, ha, ben benieuwd wat Dieter hiervan zegt. Hij is en blijft mijn held en in elk boek zit een autobiografisch element. Het kleine detail, alleen voor ons tweetjes bedoeld.

Ingrid Schubert.

.
.