Uit het schrijversleven van...Lydia Rood

Terug naar lijst
 

Wat hebben vuurtjes stoken en schrijven met elkaar gemeen? Voor mij alles. Ik was zo'n kind dat de Wijde Wereld in wilde, ik wilde reizen in de ruimte en reizen in de tijd, ik wilde onder holenmensen leven en bij de jagers op de steppen, ik wilde trouwen met een Toeareg en toch in winternachten het Noorderlicht zien... In boeken kwam ik al die dingen tegen, en al lezend kon ik reizen waarheen ik wilde. In werkelijkheid kwam ik Nederland niet uit, tenminste niet als kind. Een groot gezin, geen auto, weinig geld... vakantie was hooguit een weekje uit logeren, en verder op blote voeten in de tuin fantaseren dat je ergens anders was. Ik maakte fikkies en verbeeldde me dat er een heel roversnest omheen zat en het vet van het gebraden zwijn sissend in de vlammen viel. Schrijven deed ik ook, zoetige verhaaltjes over elfjes en prinsesjes, en dat was weer een ander soort fantaseren. Maar de dag dat ik ontdekte dat ik mijn eigen reizen kon bedenken, was mijn geluk compleet.
 

Zeker toen ik officieel schrijver werd. Want toen kon ik naar verre landen gaan en deftig rondvertellen dat ik daar `onderzoek' deed voor een boek... Ik kon er zelfs geld voor krijgen van uitgevers, die dachten dat ik mooiere boeken zou schrijven als ik ergens anders op de wereld rond ging kijken. Op die manier kon ik twee keer op reis: een keer in levende lijve, en nog eens opnieuw als ik een boek schreef dat speelde in het land waar ik geweest was. Kon? Waarom zeg ik dat in de verleden tijd? Ik kan het nog steeds! Mijn dochter en ik zijn net terug uit Marokko, waar we met een stel Berbers in de Sahara hebben rondgetrokken. Ik weet nu hoe je brood in het zand moet bakken en hoe je de weg vindt naar een waterput, en dat de woestijn geen eindeloze rijen zandheuvels zijn maar een landschap dat net zo afwisselend is als Drenthe. Dat je best een tijdje zonder douche kan, heb ik geleerd, en dat stinken niet erg is als iedereen stinkt. Hoe veel licht de volle maan geeft als er nergens lampen zijn, zodat er scherpe schaduwen over de stenenvlakte vallen. Ik heb `Oetssssj' leren zeggen tegen een dromedaris, zodat hij gaat zitten en ik op zijn rug kan klimmen, en ik weet dat er geen water zit in zijn bult. Mijn zitknobbels doen nog pijn van dat keiharde vet!
 

Deze tocht maakten we voor ons eigen plezier, maar ik weet zeker dat ik, als ik heimwee krijg naar de woestijn, een boek zal verzinnen waardoor ik er in mijn verbeelding nog eens heen moet gaan. Om de muziek en de sfeer ging ik naar Ghana, maar ik kwam er opnieuw toen ik Anansi's web schreef. En gek genoeg reisde ik niet alleen in de ruimte, maar ook in de tijd, toen ik voor dat boek een kijkje ging nemen in het binnenland van Suriname... en in het Afrika van driehonderd jaar geleden terechtkwam! Mijn twee grote dromen zijn uitgekomen, en ik kan nog steeds, zoals vroeger, uren fantaseren - al heet dat nu werken!
 

Schrijven is het spannendste beroep dat je kunt hebben. Op het oog ziet het er saai uit: een toetsenbord, een scherm, uren zitten op dezelfde stoel... Maar in je hoofd gebeuren de vreselijkste rampen! Als ik uit mijn raam kijk, zie ik de haven van het voormalige eilandje Marken. Maar ik kan het beeld ook op 1900 zetten, want ik heb een verhaal geschreven dat in die tijd speelt, toen Marken nog echt een eiland was en het IJsselmeer nog Zuiderzee. Toen de mannen de hele week op zee waren en de vrouwen het thuis voor het zeggen hadden; toen je de koffiepot omspoelde in de sloot waarin je ook de pispot leeggooide. In 1916 sloegen de golven over de dijkjes en raakten hele huizen op drift; dat kan ik zó voor me zien omdat ik het tenslotte op moest schrijven. Die reis in de tijd heb ik toen gemaakt met behulp van boeken en de verhalen van oude mensen.
 

Er waren zoveel verhalen rond op aarde dat het bijna onmogelijk is nog iets nieuws te verzinnen. Maar dat is precies hetzelfde als met die ontdekkingsreizen. Voor mij bestaat de Sahara pas als ik er zelf ben geweest. En de verhalen die ik bedenk zijn gloedjenieuw, ook al zijn ze in andere vormen door andere mensen verteld. Ik ben van plan behoorlijk oud te worden. Vooral omdat er nog zoveel te ontdekken valt. En ophouden met schrijven doe ik pas als ik zo dement geworden ben dat ik vergeet dat ik aan het fantaseren ben...

Lydia Rood.
 

.
.