Uit het schrijversleven van...Francine Oomen

Terug naar lijst
 

Ik mag een column schrijven voor Leesfeest. Het onderwerp is: 'schrijversleven'. Hoe ziet mijn schrijversleven eruit? Nou...ik moet deze column dus vandaag inleveren. Het is nu 21.30 en ik herinner het me nu pas. O, help.

Ik heb net snel de columns van mijn collega-schrijvers gelezen, om te kijken welke richting ik op moet. Om de meeste moest ik lachen. Vervolgens denk ik, o jee, als het mij maar net zo goed lukt. Misschien kan ik het niet meer... (Deze gedachte hoort bij het dagelijkse schrijversleven. In ieder geval bij het mijne)

Een schrijver heeft meestal dus een deadline. (Wat een rotwoord, een dooie lijn, hoe verzinnen ze het) Een deadline betekent: het moment waarop je iets écht af moet hebben en in moet leveren. Nu moet je weten dat ik:
1. een ochtendmens ben en na 14.00 niet veel meer produceer dan spelfouten.
2. twee glazen wijn bij het avondeten gedronken heb (frietjes, sla en een ei, standaard vrijdag-maal)
3. pijn in mijn nek heb
4. moe ben
5. eigenlijk het liefst met een boek naar bed wil

Hm...leuk, zullen ze nu wel bij Leesfeest denken. Fijn, Francine... Nou ja, eerlijkheid duurt het langst, denk ik maar. En eerlijk gezegd vind ik eerlijk altijd véél interessanter dan poppenkast. Goed, het schrijversleven. Wat heb ik vandaag gedaan? Ten eerste: ik ben niet bezig aan een boek. Ik ben in het voorkauwstadium (koeien herkauwen, ik voorkauw) Je kunt ook zeggen: ik ben aan het broeden op iets nieuws. Het broeden is, net zoals bij een kip, het belangrijkste stadium van ontstaan van een boek (c.q kuiken). In tegenstelling tot een kip, blijf ik niet op mijn nest zitten. Integendeel, ik scharrel alle kanten op. (Vroeger werd ik boos op mezelf, om dat gescharrel, maar nu weet ik dat dat er bij hoort.) Vanmorgen (06.30) heb ik eerst een beetje zitten tekenen. Voor 'Lena Lijstje' (nee, geen boek, maar net zoals bij HOI komen er leuke spulletjes van Lena). Toen heb ik ontbeten, gestofzuigd, de kippen eten gegeven, dochter naar school gebracht, de was opgehangen. Toen weer tekenen. Om 10.30 kreeg ik teveel last van mijn nek (lang verhaal hoe dat komt, daar zal ik jullie niet mee vermoeien, heeft niks met mijn 'schrijversleven' te maken. Alhoewel...ik kan het misschien best ergens voor gebruiken...) en dacht ik: kom, ik moet nodig even naar buiten. Even mezelf uitlaten.

Wat ik graag doe is flierefluiten in Amsterdam. Zogenaamd om inspiratie op te doen. (Lees: sjoppen, geld uitgeven, taart en koffie consumeren en mensen van hun werk houden) Vandaag ging ik een broodje eten bij Philip Hopman, jullie welbekend als een van de allerbeste illustratoren die er bestaat. (Zakenlunch zogenaamd) Het gesprek kwam op het naderende Gouden kinderboekenbal (5 oktober 2004). Philip is tegelijkertijd vriend en vriendin voor mij, net zoals Jonas voor Rosa, en ik vroeg aan Philip, boven een heerlijk broodje mozzarella: 'Zeg, wat doe jij nou aan? Het kledingvoorschrift is gala. Deftige avondjurken en smokings dus. Pfoe.' Philip vertelde dat hij een prachtig zilveren zijden pak had. Wow. 'En jij, Francine?' 'Nou...weet ik niet. Ik heb geen hupse kleren.' 'Francine! Je gaat niet in je spijkerbroek. Je waagt het niet! We gaan nú de stad in iets moois uitzoeken...' 'Maar, maar...'sputterde ik tegen. 'Ik ga echt niks duurs kopen, hoor, zo'n flutjurk die ik dan vervolgens nooit meer aandoe. Kbenniegek!' Afijn, je raad al waarmee ik thuis ben gekomen. Iets heel duurs. Een flutjurk. Maar wel mooi (geloof ik) en ik heb van Philip een prachtige zijden sjaal erbij gekregen, om over mijn schouders te draperen. Dat wordt lachen. En ik kan de jurk best wel aan als ik in Spanje uit eten ga. Alleen staat volgens mijn dochter geen enkel paar schoenen dat ik bezit er bij. Oew... Krijgen we dat weer.

Goed, de rest van de dag: snel weer naar huis, dochter van school halen, boodschappen doen, eten koken, bellen met uitgeverij (ik ben uitgenodigd op een Nederlandse school in Boedapest!), post opengemaakt (een brief van een fan uit Ethiopie!), mail lezen (ik krijg elke dag fanmail op mijn website, wat ik heel leuk vind; net een soort gebakjes, waar je niet dik van wordt) en daarna achter de computer, snel nog dit stukje schrijven, zodat ik geen mopperende mensen aan de telefoon krijg... En dan nu met een boekje naar bed. Geen leuker leven dan een schrijversleven. Echt waar!

Francine Oomen.

.
.