Uit het schrijversleven van...Theo Olthuis

Terug naar lijst
 

Goed bewaren!

Ik weet al heel lang dat sommige kinderen niet alleen lezen, maar ook schrijven. Kom ik op scholen, dan krijg ik vaak zelfgemaakte verhaaltjes en gedichten te zien. En dat vind ik hartstikke leuk! Ik geef dan ook altijd de raad deze schrijfsels NOOIT weg te doen, maar op te slaan in de computer of te bewaren in een schrift. Leuk voor later...

Ik bewaarde vanaf mijn tiende jaar alles wat ik schreef en de moeite waard vond in een rode map. Die map werd steeds dikker, maar helaas ben ik 'm kwijtgeraakt tijdens een verhuizing. Jammer, jammer... Dus een tip voor als je ooit gaat verhuizen: neem je kostbaarheden zelf mee de verhuiswagen in. Dan weet je tenminste zeker dat ze niet per ongeluk in een vuilniszak terechtkomen...

Vanaf mijn twaalfde (na die verhuizing!) zijn liedjes en gedichten goed bewaard gebleven in schriften, mappen en dozen. Daar kijk ik af en toe nog wel eens in. Zeer interessant. Bij het lezen daarvan weet ik meestal direct: O ja, dat was daar en toen voelde ik mij zo en zo. Veel over verliefdheden, ach...

Onlangs diepte ik uit een ouwe schoenendoos een vers op, dat ik eigenlijk nog best aardig vind. Het is een onzintaal-gedicht en heet: 'De krunt en de zolg'. Het is nogal lang, maar hier komt het eerste couplet:

...Een lorzig lijpelende krunt
roef brillig door het water.
Haar fluige vleugels hingen slat
in sliertjes om een flater...

En zo gaat het dan nog vier coupletten door. Het was het eerste gedicht van mij dat gepubliceerd werd. En dat nog wel in een krant! Daar was ik trots op, dat mag je best weten.
Ik ben nu vele jaren verder en schrijf nog steeds met veel plezier. Voor kinderen en grote mensen... Speciaal voor jullie nog een gedichtje, dit keer compleet. Het gaat toevallig over boeken!

Op jacht.

Ik droomde
dat ik op jacht was
naar spannende verhalen.
In donkere spelonken
liep ik urenlang te dwalen,
maar vond niets.
Eindelijk weer buiten
keek ik omhoog en gilde...
Zwermen boeken vlogen over!
Hun bladzijden trilden
en maakten een vreemd geruis.
Maar ik vergat mijn angst,
sprong en greep
tot ik niet meer kon dragen
en strompelde blij naar huis.

Theo Olthuis.

 

.
.