Uit het schrijversleven van...Mirjam Mous

Terug naar lijst
 

Word je er rijk van?’ vragen kinderen me vaak tijdens mijn schrijversbezoeken. Ze kijken diep teleurgesteld als ik ze vertel dat ik geen privé-zwembad in mijn tuin heb. ‘Wat voor auto rijd je?’ roept er altijd wel een nieuwsgierige jongen met eurotekens in zijn ogen.
‘Een oud, rood Peugootje,’ zeg ik dan, waarop alle wenkbrauwen fronsen. Waarom zoek je geen beter baantje? zie ik ze denken. Popster of bankdirecteur of zoiets.
Nou: omdat schrijver het allermooiste beroep is dat er bestaat! Dat wist ik al toen ik drie jaar was. Helaas bestond er geen schrijversschool, dus ben ik heel veel gaan lezen. (Boek op het nachtkastje, naast de wc-pot, op de eettafel.) Daar leer je heel veel van. En oefenen, oefenen. Kilometers papier heb ik vol gepend en getikt. Tot het eindelijk lukte om een boek af te krijgen: 'Monsters Mollen!' Ik stuurde het op naar de uitgever met een brief erbij. Of ze alsjeblieft, alsjeblieft…
 

Het antwoord kwam met de post: wij overwegen een uitgave van uw boek en of ik maar even wilde bellen om een afspraak te maken. Na een indianendansje door de kamer, kroop ik zo ongeveer ín de telefoon.
‘Dan zie ik u dus over zes weken,’ zei een vriendelijke mevrouw.
Zes weken??? Het leek wel een eeuw!
Maar op een gegeven moment was het toch zover: ik tufte met mijn vriend in het oude Peugootje naar Houten. Mijn buik zat vol wriemelbeestjes en mijn hart leek wel een op hol geslagen paard. Ik ging in mijn eentje het grote gebouw in en meldde me bij de receptie. Martine, de uitgeefster, kwam me ophalen en nam me mee naar een kamertje. En daar zat Jacques Vriens! Man, wat had hij om mijn boek gelachen. ‘Als een mekkerende geit,’ zei hij. Er werd gepraat en gepraat en Martine was al bij het moment dat het boek gepresenteerd zou worden.
Huh? ‘Dus jullie gaan het echt uitgeven?’ stamelde ik.
Ze moesten drie keer knikken voordat ik het geloofde. Ik had bijna aan Jacques gevraagd of hij me even wilde knijpen. Een halfuurtje later reed ik met mijn vriend in een roes naar huis. Met een tussenstop bij een wegrestaurant, waar we heel veel taartjes hebben gegeten.
 

Toen kwam de grote dag van de presentatie. Een boekhandel vol familie en vrienden. Jacques, die op een stoel klom en een grappig praatje hield. Tot slot kreeg ik een pakje in mijn handen gedrukt. Ik scheurde het papier los en jawel… daar was míjn boek, met míjn naam erop. Het is nog steeds het allermooiste cadeau, dat ik ooit heb gekregen. Sindsdien voel ik me rijker dan de rijkste miljonair. Ik verdien mijn geld met datgene wat ik het allerliefste doe: schrijven. Daar kan geen zwembad of Ferrari tegenop!

Mirjam Mous.

 

.
.