Uit het schrijversleven van...Elisabeth Mollema

Terug naar lijst
 

Een gewone dag uit het leven van Elisabeth Mollema


Rechts onderaan mijn computerscherm staat dat het één minuut over half elf is. Dat is laat voor mijn doen. Meestal zit ik al om negen uur te werken. Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan, heb de hond eten gegeven en uitgelaten en ben gaan zwemmen. Lekker een half uurtje baantjes trekken. Daarna ben ik de post gaan doen. Dat moest echt gebeuren, want er lag een stapel van hier tot Tokio.

En dan nu het echte werk Eerst moet ik altijd even wennen. Wat had ik gisteren ook al weer geschreven? Nee, toch maar eerst de e-mail lezen en beantwoorden. Oeps! Ik moet alweer een nieuw verhaal voor het blad Tsjakka schrijven. Dat doe ik elke maand. De redactie van het blad verzint een thema, maakt daar omheen strips, tekeningen, tips en weet-ik-wat nog meer. Als het thema helemaal is uitgemolken, mag ik. Soms denk ik: ze verwachten natuurlijk dat ik echt niks meer weet, maar ik vind het een sport om weer iets origineels te bedenken. Tot nu toe is het steeds gelukt.
Ik werk ook aan een superspannend boek. Het is nogal ingewikkeld van structuur en ik loop er de hele dag over na te denken. Daardoor slaap ik niet zo goed. Het maalt maar door in mijn hoofd. Soms doen mijn hersenen er pijn van.
‘Hou er dan mee op!’ zul je misschien zeggen.
‘Dat kan ik niet,’ zou ik dan antwoorden. Ik ben een beetje verslaafd aan dat schrijven. Als ik een verhaal in mijn hoofd heb ( in grote lijnen dan, want de details komen tijdens het opschrijven) dan moet het eruit. Het zou zonde zijn om het te laten liggen. En de personages leven inmiddels in mijn hoofd alsof het mensen zijn die echt bestaan. Ze hebben zich in een avontuur gestort, of liever gezegd: ik heb ze in een avontuur geduwd, en nu wil ik weten hoe het afloopt. Hoe dat precies zal zijn, weet ik nog niet. Ik heb een idee, maar tijdens het schrijven, willen de personages soms andere dingen dan ik voor ze had bedacht. En dát is nou precies het leuke aan schrijven. Dat je een verhaal begint en dat het zomaar onder je handen vandaan loopt in een richting, die je nooit van z’n leven van te voren had kunnen verzinnen. De kunst is om het plannetje dat je had, te durven loslaten en je fantasie de vrije loop te laten. Terwijl ik zit te schrijven, denk ik dan wel steeds: Kan dit wel? Is dit logisch? Is het geloofwaardig? Dat wil zeggen; zouden echte mensen dit ook doen of zeggen? Past het wel bij dat personages om die woorden te gebruiken? Ik moet mijn personages soms echt in de hand houden, anders gaan ze er met mij vandoor en zeggen, of doen ze dingen, die echt niet kunnen.

Voor ik het weet, zit ik al weer twee uur geconcentreerd te schrijven. Mijn handen doen pijn van het mennen van die eigenwijze mensen in mijn verhaal. Tijd voor een kopje koffie! Straks weer verder!

Elisabeth Mollema

 

.
.