Uit het schrijversleven van...Koos Meinderts

Terug naar lijst
 

Helemaal verkeerd bezig
 

Kinderboekenschrijvers zijn vrouwen, ze houden van kinderen en zijn begonnen met kinderboekenschrijven toen ze moeder werden en schattige verhaaltjes vertelden aan hun kinderen voor het slapengaan, waarvan hun echtgenoten zeiden: 'Die zijn echt leuk, die verhaaltjes van je over verdrietige kaboutertjes, schrijf die nou eens op!'
Helaas, ik pas niet in dit vooroordeel. Ik ben een man, ik ben lang voor ik vader werd (een vader is een soort moeder, maar dan anders) begonnen met schrijven voor kinderen en aan kabouters heb ik een onberedeneerde bloedhekel. Wat mij betreft: Alle kabouters het land uit.
Vol=vol!
 

Eén zoon heb ik, Thijs, en natuurlijk heb ik hem als een echte vader verhalen verteld, maar ik heb hem nooit gebruikt als proefkonijn, om erachter te komen of het verhaal waarmee ik bezig was wel geschikt was voor kinderen. Hoe had hij dat trouwens ooit kunnen beoordelen. Alsof hij in zijn eentje voor alle kinderen zou kunnen spreken.
Hoewel, naarmate hij ouder wordt en dus steeds verder af komt te staan van het kind dat hij was, lijkt hij steeds beter te weten wat kinderen leuk vinden en dus leuk vinden om te lezen. Zestien jaar is hij inmiddels en kon hij vroeger op 8-jarige leeftijd nog wel eens stralend van trots thuiskomen van school omdat de juf uit 'De club van lelijke kinderen' had voorgelezen - een boek van zijn vader met tekeningen van zijn moeder (een moeder is een soort vader, maar dan anders)- tegenwoordig beziet hij als VWO-scholier met Economie 1 en 2 in zijn profiel, mijn kinderboeken als produkt dat je strategisch in de markt moet zetten.
 

Ik ben dan ook helemaal verkeerd bezig, bleek laatst tijdens een goed gesprek onder het eten (kaboutertjes in rode wijnsaus).
'Ik heb jouw laatste boek gelezen, Koos. Over Keizer en zijn verhalenvader. Mooi boek, hoor. Mooi geschreven, maar dat leest toch geen hond!'
'Denk je?'

'Mooi verkoopt niet.'
'En wat verkoopt volgens jou dan wel?'

'Kom ik zo op. Eerst een vraagje: wie lezen er meer, jongens of meisjes?'
'Meisjes.'
'Dus?'
'Dus wat?'
'Dus moet je een boek schrijven voor meisjes.'

'Een meidenboek?'
'Heel goed, Koos. Je leert snel. Volgende vraag. Waar houden meisjes van?'
'Weet ik veel, er is zoveel waar meisjes van houden.'

'Van paarden. Dus?'
'Dus moet ik een verhaal over paarden schrijven?!'
'Je mag nooit meer raden.'
'En waar moet zo'n paardenboek dan over gaan?'
'Heb ik over nagedacht. Over een meisje dat een eigen pony heeft, de pony is zwanger en wordt gestolen door een bende paardendieven. Het meisje richt met een clubje vriendinnen een detectiveclub op, ze gaan op onderzoek uit en net als je als lezer denkt: die pony zien we nooit meer terug, komen ze de bende op het spoor en vinden ze de pony terug in een donkere stal met veel te weinig hooi. Precies op tijd, want de pony bevalt nog geen bladzijde later van een pracht van een veulentje. Ping, ping, kassa!'
'Ik ben ontroerd Thijs. Heb je al een titel?'

'Zeg, wie is hier de schrijver? Jij mag ook weleens wat doen, luie donder. Hup aan de slag!'

Koos Meinderts.
 

.
.