Uit het schrijversleven van...Mark Janssen

Terug naar lijst
 

Hee, ik ga je wat vertellen, maar zeg het niet door aan al die grote mensen.
Okee? Ze zouden het toch niet snappen.

Zo begint het meestal; ik sta tussen allerlei mijnheren en mevrouwen op een feestje.
Dan vragen ze wat ik voor werk doe en dan antwoord ik: ‘kinderboekillustrator’.
Stilte.
‘Euh, wat doe je?’
‘Ik ben tekenaar van kinderboeken’.
‘O, wat apart! Dus je tekent de hele dag door?’
‘Ja, heerlijk! Ik zit de hele dag te tekenen. En ik heb mijn tekenkamer lekker thuis.’
‘O, dus je hoeft niet weg van huis om te werken? En heb je nog andere mensen om je heen dan?’ ‘Nou nee...’ zeg ik dan.
‘O, okee..........dus’.
En dan draaien ze zich om naar die vliegtuigpiloot of brandweerman.
Die hebben wel spannende verhalen.
Maar ik weet wel beter...
Zit je goed? Ik ga het nu zeggen.

Mijn tekenkamer is namelijk een TELETIJDMACHINE!
Je weet wel; zo’n ijzeren kast die door het heelal vliegt!
En elke morgen gaat het zo:
Als ik de ijzeren deur open doe, dan zie ik kleine vonkjes in de lucht. Het knettert een beetje.
Dan wordt het stil als ik naar mijn tekentafel loop. Lampjes flikkeren in allerlei kleuren op mijn computer. Rood blauw rood blauw.
Ik ga op mijn stoel zitten en leg mijn handen rustig op tafel, naast de potloden en potten verf.
Voor me ligt een papier met een verhaal erop geschreven. Daar komt een vreemde gloed vanaf. Soort van groen licht.
Ik lees een klein stukje en dan weet ik dat ik er klaar voor ben: Ik ga een tekening maken.
Potlood en een nieuw vel papier. Ik weet wat er gaat gebeuren als het puntje het papier raakt.
Dat is altijd zo.
Dan gebeurt het..... ZOEFFFF!!! Daar ga ik!
Als een raket word ik afgeschoten. Ik begin steeds sneller te tollen en mijn armen draaien als molenwieken in het rond. Als ik bijna flauw val, kom ik met een plof op de vaste grond neer.
Fel zonlicht schijnt op mijn gezicht en het is warm.
Ik hoor geschreeuw en bulderende kanonnen. Waterspetters op mijn kleren.
Help, ik ben op een piratenschip! Geweren en zwaarden zwiepen langs mijn oren en ik krul me helemaal op in een hoekje van het schip. Ik hoop dat niemand me ziet!
Maar dan...
‘Voor den duuvel! Kijk wie hier ligt! Een landrot en wat heeft hij in zijn handje? Een potloodje! Haha! En wie denk je daar mee te gaan prikken? Mij?’
‘Wel alle zeekonijnen, ik zal je eens even met mijn zwaard....!’
Ik schreeuw en van schrik laat ik het potlood los.

In een flits zit ik weer op mijn stoeltje in mijn tekenkamer, eeeh.... teletijdmachine. Mijn hoofd valt moe op de tafel. Poeh hee!
Saai? Nou nee!

 

 

.
.