Uit het schrijversleven van...Marije Tolman

Terug naar lijst
 

Het is stil in de stad. Mijn atelierdeur staat open, de vroege ochtendzon kijkt naar binnen. De werkende wereld is vrij vandaag. Dit zijn voor mij de fijnste dagen om te werken. Voor mij liggen 280 op maat gesneden papiertjes. Het Robin formaat. ‘Robin’, geschreven door Sjoerd Kuyper. Hij zal in september de welverdiende Theo Thijssenprijs in ontvangst nemen.

Tweehonderdtachtig keer een verrassing op papier toveren. En nooit wil ik daar een letterlijke vertaling van de tekst tussen hebben. Ik zoek naar de rijke verbeelding van Robin, en pak daar een detail uit, probeer de échte beleving van Robin te raken. Geen gewone wandeling door de sneeuw. Nee, Robin zwemt door de lucht, tussen kleine en grote sneeuwvlokken door een muts op en zwembandjes om, samen met Knor, zijn knuffel. Deze Robin is te bijzonder om zomaar door de sneeuw te laten lopen, deze Robin moet vliegen.

Als ik werk, denk ik niet na. Zodra ik achter mijn tekentafel zit, ben ik weg. Vlieg ik mee met Robin door de sneeuw, of met de ijsbeer op zoek naar mijn ultieme eiland. Of ben ik daar al?

Een koolmees zingt in de magnolia voor mijn atelier. Ik denk aan mijn eigen 4-jarige Mees. Even zit ik op een ander eiland. ‘Ga jeweer tekenen?’, vraagt Mees in de ochtend, als we samen naar school fietsen. Voor hem is het heel gewoon. Grote mensen zijn gewoon de hele dag aan het tekenen alsze moeten werken. Wat zou dat een feest zijn. Als de hele stad zou bestaan uit ateliers en krassende potloden. En bergen potloodslijpsel op de stoep, op de straten, met prachtige verschillende kleuren aan de rand van de krullen. Misschien wordt het slijpsel een nieuw wegdek, platgelopen als een schelpenpad op Terschelling. En als je op je blote voeten over het potloodslijpselpad wandelt, of met knisperende fietsbanden over het pad fietst, en heel goed om je heen kijkt, dan vindt je misschien een hele krul. Een hele! Net als een fijne kokkel op het schelpenpad van Terschelling. Daar stap je voor van je fiets. Dat is een cadeau. Een cadeau van die dag.

Het is het stil, doodstil in de stad. Een aantal jaar geleden heb ik mijzelf een elektrische puntenslijper cadeau gedaan, van mijn eerste verdiende geld voor een boek. Dat is vandaag het enige werkgeluid hier in het hofje.

Mijn buren zijn er niet. Ik werk in een hofje, met 5 ateliers. Allemaal ambachtelijke, autonome beroepen. Een zilversmid, meubelrestaurator, illustrator en filmmaakster. Bij mooi weer gaan de atelierdeuren open en klinken er verschillende soorten muziek; hamers en spijkers, een zaagmachine, er valt een blokje hout, of ik hoor de zilversmid polijsten. Deze geluiden vind ik heerlijk. Ze doen mij denken aan vroeger. Uit het atelier van mijn vader klonken ook altijd avontuurlijke geluiden. Het geknisper van een lasapparaat, het ciseleren van een bronzen beeld. En als mijn vader ging schilderen of etsen dan mocht ik op de grond bij hem zitten spelen, met de geur van terpentijn en drukinkt om ons heen.

Diezelfde geur zit ook in de boeken, de prentenboeken die wij samen maken. Mijn vader en ik. Na 'De Boomhut' is een aantal weken geleden ons tweede boek verschenen 'Het eiland'. Ik kijk naar de vuurtorenlamp in mijn atelier. Mijn opa is geboren op Terschelling. Als kleine jongen heeft hij deze lamp van de vuurtorenwachter gekregen. Een echte Brandarislamp. En hij zou het nog moeten doen. De lampen werden uit voorzorg verwijderd voordat ze op waren. Als ik de lamp hier aan zou doen, blaas ik de hele binnenstad op. Ik laat de lamp rustig hangen. Aan het knalrode strijkijzerdraad.

Alles wat ik maak, dat ben ik zelf. Heel even, achter de tekentafel. Als mijn atelierdeur te lang dicht blijft, dan gaan al die figuren er vandoor in mijn gedachten. Ze springen en rennen dwars door elkaar. In mijn hoofd. Ze moeten eruit, allemaal! Stuk voor stuk via een wit vel papier en een paar lijnen, kleuren, vlakken, punten wandelen ze uit mijn gedachten de werkelijke wereld in. Althans, mijn werkelijkheid. En dan is het iedere keer weer spannend of deze werkelijkheid te volgen is, herkenbaar is, interessant, spannend genoeg, mooi genoeg om de dagelijkse realiteit te overstijgen.

Straks, in het najaar begin ik aan een spannend project waar ik mij zeer op verheug. Een nieuw prentenboek bij een heel bijzondere gelegenheid. Een verjaardagsfeest voor heel veel dieren. Ze worden allemaal 100 jaar oud. Ik mag er niets over schrijven. Het boek is nog geheim. Daar is de koolmees weer. Hij zingt in de magnolia. Zou er ook een mees in het boek voorkomen? 

Marije Tolman. 

.
.