Uit het schrijversleven van...Margot Senden

Terug naar lijst
 

GEMIST

Het is half zeven ‘s ochtends. Ik lig opgerold onder de dekens en droom van tropische oorden met witte stranden. Ergens ver weg klinkt het lied ‘Bang, Bang, Bang’ van Christina Perri. Ik trek de dekens over mijn hoofd, draai me om en doezel nog een beetje. Christina’s stem klinkt steeds luider. Het is de wekker! Ik schiet rechtop in bed en roep luid: ‘Chips’.
Het is nog geen vakantie en mijn dochters moeten gewoon naar school. En… Oh ja,
vandaag mag ik naar de Midzomerkinderboekenborrel.

Het is negen uur. De kinderen zijn op school, manlief is weer onder de wol gekropen en ik rijd met mijn blauwe Honda Insight naar station Sittard, waar ik samen met kinderboekenschrijvers Li Lefébure, Esther Walraven en schrijvers-illustratoren Suzanne Diederen en Mark Janssen naar Amsterdam Centraal zal reizen.

Het is bijna half tien. Nog een klein kwartier voordat de trein vertrekt. De Tomtom stuurt me langs een andere route dan ik gewend ben. Ik vind het een beetje vreemd, maar ga ervan uit dat de Tomtom het wel weet. Dus niet. De tijd lijkt nu in sneltreinvaart te gaan.

Het is half tien. In de verte zie ik de parkeergarage bij het station. Ik draai de auto om en rijd als een vrouwelijke Max Verstappen richting de parkeergarage, zet de auto in het eerste het beste vak, pak mijn spullen en ren zo snel als ik kan, op mijn nieuwe blauwe hakschoenen, door de hal naar de hekjes.

De hekjes! Ze zijn dicht. ‘Chips’. Ik moet het treinkaartje scannen om door te kunnen. Ik vis het kaartje uit mijn volgepropte handtasje. Bijna de hele inhoud van mijn tasje valt op de grond en ik schiet in de stress als ik naar de klok in de hal kijk. Nog maar 2 minuten.

Snel graai ik de Tomtom, mijn schetsblok, potloden, portemonnee en wat kleingeld bij elkaar, prop alles in mijn handtas, trek mijn schoenen uit, scan mijn treinkaartje en sprint blootvoets zo snel als ik kan richting het spoor, de roltrap op. Ik struikel. De roltrap blijkt defect. Ik sta op. Ren naar boven en hoor, halverwege de trap, het fluitje van de conducteur. Ik zie nog net de trein wegrijden, ‘GEMIST’.

Ik app naar mijn vrienden dat ik de trein heb gemist.
Het is tien uur. Ik zit in de trein naar Amsterdam. Ik staar uit het raam naar de voorbijrazende landschappen en laat de gebeurtenissen nog eens door mijn hoofd gaan. Ik moet nu toch wel lachen om mijn oh-zo-typische-Margot-acties. Dan krijg ik ineens een nieuw idee voor een prentenboek. De titel weet ik al: GEMIST!

Het idee laat me niet los. Ze zeggen wel eens dat de beste prentenboeken ontstaan door gebeurtenissen uit je directe omgeving. Na een lang en uitvoerig gesprek met mezelf staat mijn besluit vast. Ik ga een eigen prentenboek maken, als ik het nu niet probeer, dan is het misschien een GEMISTE kans!

Margot Senden
kinderboekenillustrator en auteur in spé :-)

.
.