Uit het schrijversleven van...Ludwig Volbeda

Terug naar lijst
 

De Watals

De bomen staan als zonnewijzers voor het huis. De balkondeur staat open en ik hang met mijn voeten naar buiten. Op mijn schoot ligt een schetsboek. Een lijntje op papier. Is dat lijntje een horizon? Ik zet een streepje op de eerste lijn. Is dat nu een mens in de verte? Wat als ik nu stippen zet. Sneeuwt het? Of zijn dat vliegen? Zet je een lijntje, dan kan het een horizon, mens, de vlucht van een vlieg, een fiets van boven, een vogelpoot zonder teentjes zijn. Het kan zoveel zijn.

In het trappenhuis aan de overkant loopt een man naar boven. Hij gaat steeds trager. Zijn rug verdwijnt uiteindelijk achter de kruin van de boom. Wat als je dingen kan aanraken met je ogen? Dan had de man in het trappenhuis nu twee putjes, twee kleine oogafdrukken in zijn rug. Dan kon je iemand blauwe plekken kijken.

De overbuurvrouw steunt bellend op de rand van haar balkon. Wat als ze die telefoon laat vallen? Hoort de persoon aan de lijn het moment waarop de telefoon de grond raakt? Wat als je stemmen kon zien? Wat als alles van glas was? Hoe mooier de wereld, alles van glas. De kappen van auto’s, de zuigers, de as, wat kleine ontploffingen, rook gaat door glas. En je eigen kasten van ribben, bloed door de arm, kleine stuwingen, wat brood door de darm. De wormen, de wortels, de sappen, de gallen, de dekens, de muren, de hond van de buren.

Mijn schetsboek staat vol met ‘wat als’ ideeën. Dat boekje is de kraamkamer van al mijn tekeningen.

Deze gedachten komen door de Watals. De Watals is het diertje dat in mijn hoofd woont. De Watals spint tevreden bij een goed idee of bij een geslaagde tekening, bij alle nieuwe dingen die ik leer. Maar het is ook de Watals die hondsdol kan worden. Dan blijft hij rondjes lopen met één gedachte in zijn bek. De Watals doet twijfelen of het blauw in een tekening misschien niet iets blauwer moet zijn, of toch maar rood en moet dat hoofdje niet drie millimeter naar links? Het is de Watals die ervoor zorgt dat je na een dag tekenen tevreden gaat slapen en de Watals die je wakker houdt als het niet lukt.

Misschien heb jij óók een Watals in je hoofd. En ook al word je soms dol van hem, voer hem toch, verzorg hem goed, want niets is zo verdrietig als een Watals die zich niet meer laat wekken. Als een lijntje maar een lijntje blijft en een stipje een punt.

Ludwig Volbeda. 

.
.