Uit het schrijversleven van...Lotte van Dijck

Terug naar lijst
 

Verderkijker

Taal is er niet meteen, taal sprokkel je langzaam. Van een paar houtjes die je opraapt (papa, mama, hap, kiekeboe) maak je een boom. En die boom groeit en krijgt steeds meer takken (ogen, oren, tatuuu, olifant) en blaadjes (welterusten, limonade, vliegtuig, maneschijn). 

Ik luister stilletjes mee terwijl mijn dochter van bijna twee sprokkelt en bouwt. En ik zie met verwondering en plezier hoe de boom steeds sterker en hoger wordt. Sommige woorden zou je moeten bewaren en niet moeten vervangen door wat klopt. ‘Mama, ik wil er onderheen’ bijvoorbeeld, toen ze onder de tafel door wilde kruipen. Of ‘Het is een beetje misselig’, wanneer de wolken laag hangen en ze de kerktoren niet kan zien.

Mijn broer bouwt al zijn hele leven aan een bijzondere boom. Ik vond het mooi hoe de stam, takken en bladeren net een andere vorm en kleur hadden dan die van de meeste bomen. Voor hem was het heel vanzelfsprekend dat een verrekijker een verderkijker was. Een woord dat ik zo fijn vond dat ik het vijf jaar geleden adopteerde toen ik een naam zocht voor de fototekeningen die ik maak. Zijn dyslexie maakte dat hij de dingen soms een heel eigen naam gaf. Ooit schreef hij een verhaaltje over een ‘srilpat’. Ik moest lachen, niet omdat hij het anders schreef, maar omdat ik een schildpad zo’n volkomen ander dier vind dan een srilpat. Teken ze maar en je zult het zien.

De woorden die je tijdens het sprokkelen verkeerd zegt, noem ik bloesemwoorden. Ze zijn er maar even, en ze verdwijnen steeds weer als sneeuw voor de zon. Maar ik geniet ervan zolang ze klinken. Van mij mag ze even bezelig zijn als ze dingen te doen heeft. Mag haar verjaardag een lalach zijn. De speeltuin een sisluin. Frambozen boosjes. Een jurk een leurt.

Voor het boek Kom je verdwalen’ dat in oktober verscheen bij Querido, schreef ik een gedicht over die nieuwe woorden. En over hoe je ze verzamelt. Doordat ze jou vinden in plaats van jij hen. Je hoeft ze alleen maar op te rapen, en er een mooie boom van te maken om in te klimmen.

Jij vindt niet de woorden
de woorden vinden jou
één voor één

voorzichtig stapel je ze 
tot een trap

je klimt
pratend en zingend
overzie je

de wereld die na elke stap
weer aan je voeten ligt

Lotte van Dijck.

.
.