Uit het schrijversleven van...Leo Timmers

Terug naar lijst
 

Het is Februari. Deze maand verjaar ik!
Ik word 45 jaar. ‘Oud!’, zul je denken, maar zo voel ik me helemaal niet.
Hoewel ik intussen getrouwd ben, 2 kinderen heb en veel grijze haren voel ik me nog steeds een jongetje van 10. Ik heb zo’n idee hoe dat komt…

Als kind was ik altijd aan het tekenen. Ik vond het jammer als ik naar bed moest of naar school, want dan kon ik niet verder tekenen!
Ik tekende altijd aan de salontafel in de woonkamer. Ik zat er op mijn knieën, met gekromde rug over mijn vel papier gebogen.
Ik moet ongeveer 10 jaar geweest zijn toen mijn vader op een dag thuiskwam met een echte tekentafel. Je kent het vast wel, zo’n tafel die door architecten gebruikt wordt om grote bouwplannen op te tekenen. Er staat een mechanische arm op met latten waarmee je rechte lijnen kan trekken.
Het was een loodzware tafel, met dikke metalen poten. En er zaten veren aan waardoor je het tafelblad in verschillende standen kon zetten. Eigenlijk was het niet eens zo’n mooie tafel. Hij was een beetje saai en plomp, maar heel erg stevig.
Mijn vader had ’m voor een klein prijsje kunnen kopen en ik was er superblij mee!
Aan deze tafel tekende ik geduldig mijn allereerste stripverhalen. De latten waren heel handig om al de kadertjes mee te tekenen!

Ik groeide op en ging studeren, maar ik bleef elke dag verder tekenen aan dezelfde tafel. Na mijn studies werd ik illustrator en tekende ik er mijn eerste boeken op.
Toen ik trouwde en verhuisde ging de tafel mee, als een trouwe hond.
Hoe zwaar hij ook was, bij elke verhuizing werd hij netjes uit en weer in mekaar geschroefd op het nieuwe adres. Pas als mijn  tafel er stond, voelde ik me er thuis.

Nu, 35 jaar later, staat de tafel hier in Brussel. Hij ziet er nog precies hetzelfde uit.
Dag in dag uit zijn wij samen, en wat hebben we veel meegemaakt!
Tekenen, schetsen of schilderen… honderden tekeningen maakte ik intussen aan deze tafel, en dat schept een band.
Ik beleef er momenten van intens geluk, maar ook van verdriet en teleurstelling. Als een tekening lukt, ben ik blij, maar soms gaat het minder goed, dan komen de ideeën niet, of ik maak een vlek!
Gelukkig blijft mijn tafel altijd rustig. Aan hem kan ik me vasthouden als het in mijn hoofd stormt. Alsof die zware, sterke stalen tafel tegen me zegt: ‘Het komt allemaal wel goed’. Dat geeft me dan weer nieuwe moed.

Ja, wij zijn na al die jaren met elkaar vergroeid.
Mijn leeftijd is veranderd, de omgeving ook, maar mijn tafel is altijd hetzelfde gebleven.
Achter mijn tafel voel ik me nog steeds die kleine jongen die elke ochtend blij is dat hij weer een hele dag mag tekenen.

Leo Timmers.

.
.