Uit het schrijversleven van...Lenneke Westera

Terug naar lijst
 

Pocahontas naast de volle melk.

Het was de dag voor Pasen. Ik deed de koelkast open en zag dat de eieren over de datum waren. Ik schreef ze erbij op mijn boodschappenlijstje.
Even later bij de supermarkt trok ik een deur van de koeling open, om een paar roomtoetjes te pakken.
Twee meter verderop deed een jonge vader ook een koeldeur open. De vader had een kind bij zich, een jongetje, Brem.
‘Pak maar zo’n roze toetje, Brem,’ zei papa.
Brem twijfelde geen seconde, greep een pak luchtig-toetje-framboos en mikte het in hun winkelwagen. Ik stond te twijfelen bij de roomtoetjes. Bosbes of passievrucht?
‘Papa,’ zei Brem luid en duidelijk naast het vak met volle melk. ‘Ik vind dat Pocahontas mooier kan zingen dan mama. Vind jij dat ook?’
Papa was verdiept in zijn boodschappenlijstje.
Dromerig keek Brem naar het pak luchtig-toetje-framboos.
Weer zei hij: ‘Papa, ik vind dat Pocahontas mooier kan zingen dan mama. Vind jij dat ook?’
Papa zette drie pakken melk in het wagentje en zei: ‘Ja, dat vind ik ook.’
Mijn blik kruiste papa’s blik. Papa werd rood. Had ik hem betrapt?
Ik moest weten hoe dit afliep.
Ik liet mijn boodschappenmandje vallen en rende de winkel uit.
Thuis in mijn schrijfkamer schreef ik:

Papa en Brem ruimden de boodschappen op. Alles paste maar net in de koelkast.
Mama kwam binnen. Mink sjokte achter haar aan. Ze kwamen terug van hockey, verregend en wel.
Mama keek blij als altijd. Regen doet mama niks.
Mama pakte de soeppan.
Elke zaterdag maakt mama soep. Heerlijk vindt Brem dat. Hij kon hem al ruiken.
‘Waar is het gehakt?’ vroeg mama, turend in de volle koelkast.
‘Oh, vergeten,’ zei papa.
Het deed mama niks.
Ze vulde de soeppan met water, hakte groente en brak vermicelli.
In de vriezer vond ze een pak kipblokjes, in het kruidenrek een zakje bouillonpoeder.
Mama gooide alles in de pan, en roerde vol overgave.
En toen gebeurde het.
Ze begon ze te zingen.

Ik legde mijn pen neer.
Wat zou ik kiezen?
Sowieso het nummer Colours of the wind. Dat zong mama, vond ik.
Maar zong ze het afschuwelijk? Of zong ze het prachtig?
En als ze het afschuwelijk zong, duwde papa dan zijn handen tegen zijn oren omdat hij het niet aan kon horen? En liep hij stampend naar buiten, de gutsende regen in?
Deed dat mama verdriet? En zat ze de volgende dag helemaal down aan het Paasontbijt?
Of zei papa: ‘Mooi schat. Maar Pocahontas zingt nét iets mooier.’
Begonnen mama’s wangen dan te glimmen? En zoende ze papa boven de soeppan? Vond Brem dat leuk? Of juist vies? En riep hij: ‘Ik hoef die smerige soep niet meer!’
Of stormde papa de keuken in en riep hij: ‘Nu ben ik het zat! Altijd dat gekrijs! En dat eeuwige goeie humeur van je!’
En gingen Brems ouders dan scheiden?
En kwam dat dan door Brems vraag bij de supermarkt? Omdat papa door die vraag opeens besefte: Ik ben mijn vrouw hartstikke beu. Ze lijkt in niks op Pocahontas.
Of zong mama prachtig? Bijna net zo mooi als Pocahontas? En ging ze dan op auditie? Voor een Engelse musical, naar het verhaal van Pocahontas? En kreeg mama dan de hoofdrol? En wilde ze die wel?
Werd Brem het kind van een musicalster?
En vond hij dat dan leuk? Of werd hij er niet goed van? Altijd dat gezeur: Je  bent zeker wel trots op je moeder?

Wat een eindeloze mogelijkheden.

Ik wil alleen maar zeggen:
Alles om je heen leeft verder zoals jij het verder laat leven.

Lenneke Westera.

.
.