Uit het schrijversleven van...Sjoerd Kuyper

Terug naar lijst
 

Als je ooit een filmscenario schrijft, doe er dan dertig nonnen in. En een pastoor. Dan kun je zelf de pastoor spelen en heb je dat jaar in ieder geval één lollige dag. Op 24 september 2007 betrad ik een lokaal van de School voor Bijbelstudie in de bossen van Zeist en werd er bijna meteen weer uitgetrapt omdat er allemaal dames van tussen de zestig en de negentig jaar rondliepen in joekels van onderbroeken. Pas toen ik zei dat ik meneer pastoor was, mocht ik blijven. Wel werd ik nog steeds wantrouwig bekeken, maar dat snapte ik. Ik kreeg een fijn dun zwart pak aan met broekspijpen die bij het geringste briesje om je benen ritselden en ze trokken een vlijmscherpe scheiding in mijn haar die gefixeerd werd met lak. De rest van mijn haar mocht wapperen, de kleur was in orde, grijzer grijs dan op mijn kop vind je niet in een potje verf. Mijn zwarte laarzen moesten uit, ik kreeg schoenen met veters. En een wit boordje.

Zo speelde ik in de film die ik zelf bedacht en schreef: 'Morrison', een vrolijke en ontroerende familiefilm die op 23 april 2008 in de bioscoop komt. Weet je dat ook. Nou ja, ik speelde niet echt, ik hoefde bijvoorbeeld niks te zeggen. Ik was een figuur op de achtergrond. Een figurant. Als je ongeduldig bent kun je trouwens beter niet gaan figureren in je film. Zelfs niet als pastoor. Ze doen alles duizend keer opnieuw! Ik heb duizend keer een broodje ham gepakt van een schaal die mij werd voorgehouden door een non. Ik kende de non met de broodjes. Tien jaar geleden had ze mij voor een tijdschrift geïnterviewd over mijn boek 'De rode zwaan'. Een andere non had ik ontmoet toen ik een lezing hield op de Nederlandse school in Brussel. De supernon, in het verhaal Tante Zuster geheten, die gespeeld werd door een echte actrice, Nettie Blanken, kende ik ook - ik wist het zeker. Ach, dacht ik, die heb ik natuurlijk eens op het toneel gezien. Maar eenmaal thuis ging ik toch googleloeren, en ziet, ik zag een foto van haar die duidelijk jaren geleden gemaakt was en toen wist ik het.

Zeventien jaren her besteedde Het Klokhuis een aflevering geheel en alleen aan mij. Je zag me voorlezen op school en praten met kinderen en tussendoor waren er lollige sketches die over schrijvers en boeken gingen. In een daarvan vertelde een jongetje aan zijn moeder dat er de volgende dag een schrijver op school zou komen, ene Sjoerd Kuyper. De moeder stond meteen in vuur en vlam en vroeg of ze mee mocht om de verrukkelijke schrijver te ontmoeten. Maar dat mocht niet. Hoe de sketch verder ging kan ik me niet herinneren, maar aan het einde bracht de actrice die de moeder speelde haar gezicht vlak voor de camera en zei smeltend: ‘Dag Sjoerd.’ Ik kreeg verdomd een rooie kop toen ik dat voor het eerst zag. De sketch was, zo bleek later, geschreven door mijn vrolijke vriend Ted van Lieshout. De actrice was Nettie Blanken.

Maar dat wist ik nog niet daar op de set in Zeist dus ik pakte nog maar eens een broodje ham van de schaal. Niemand at meer van die broodjes want ze waren door ieders handen gegaan en geplet door broze vingers en een hoosbui van jewelste, en na nog twaalf opnames, takes heten die in filmtaal, na nog eens twaalf takes dus, hoefden die broodjes niet eens meer op broodjes te lijken. Het maakte geen moer meer uit, want er werd in de verte een achtervolging gefilmd en wij kwamen niet groter in beeld dan een zwerm muggen op de maan. Gefilmd vanaf de zon.

De meeste nonnen kwamen via een castingbureau, al waren er ook die bij het uitgaan van de kerk waren geronseld. Ongelogen. Maar echte nonnen zaten er niet bij. Ze verdienden vijfendertig euro per dag en kregen goed te eten. Ik was gek op die nonnen, ze hadden een hoop lol. Ze hadden er geen idee van waar de film over ging, dat heb ik dertig keer moeten vertellen. Wat een dag!

Op weg naar huis, in de trein en op de perrons, bekeek ik de vrouwen met andere ogen. Ze zouden allemaal goeie nonnen zijn, zag ik. Zegt dat iets over de vrouwen van Nederland, dacht ik, of over mij?

Sjoerd Kuyper.
 

.
.