Uit het schrijversleven van...Rindert Kromhout

Terug naar lijst
 

Het kinderboekenweekgeschenk

Op een grijze dag in november van het jaar 2001 belde mijn uitgeefster me op. 'Ik heb een leuke vraag,' begon ze. 'Zou jij volgend jaar het kinderboekenweekgeschenk willen schrijven?'
'Het kinderboekenweekgeschenk... ik...?'
vroeg ik stotterend.
'Ja, jij,' zei mijn uitgeefster. 'Jij bent dit keer uitgekozen om het geschenkboek te schrijven, leuk hè?'
'Echt waar? Ik?'
vroeg ik.
Mijn uitgeefster zuchtte diep. 'Dat zeg ik toch, jij,' zei ze ongeduldig. 'De kinderboekenweek gaat over boeken en boten, Ay ay, kapitein! Maar daar hoeft het geschenk niet over te gaan. Je mag zelf weten wat je schrijft.'
Langzaam begon tot me door te dringen wat ze had gevraagd. Het kinderboekenweekgeschenk! Ik! Wat geweldig!
'Ja, ik wil!' riep ik uit.
Meteen rende ik naar een winkel om een fles champagne te kopen, en samen met mijn hond ging ik op weg naar de uitgeverij, om dit goede nieuws te vieren. Het regende. Het kinderboekenweekgeschenk. Ay ay, kapitein!
 

Onderweg naar uitgeverij Leopold zag ik ineens een vlot voor me. Het vlot dobberde op een rivier en zat vol met rare figuren. Een dikke dame, een dunne man, een orkest dat hoempapa-muziek speelde.
Ik grinnikte, want dat rare vlot beviel me wel.
We dronken de champagne op en ik ging weer naar huis.
Die avond zat ik achter mijn schrijftafel en ik dacht na.
Waarom dobbert dat vlot op die rivier? dacht ik. En die mensen aan boord, wie zijn dat? Waar gaan ze heen? Waar komen ze vandaan?
In mijn hoofd groeide een verhaal...

Ik begon te schrijven. Ik schreef over tante Jo en dunne Dirk, over een boek dat niemand kan lezen, over de jongen Boris die een geheim heeft. En ik dacht: Dit wordt het kinderboekenweekgeschenk. Meer dan driehonderdduizend kinderen gaan dit boek lezen. Wat zullen ze ervan vinden? Is het wel spannend genoeg voor al die kinderen? Vinden ze mijn grappen wel leuk? De avonturen de moeite waard? Vinden ze de mensen die ik heb verzonnen niet saai?
 

En toen ging het mis.
Meer dan driehonderdduizend kinderen keken over mijn schouder mee terwijl ik schreef... Het zweet brak me uit! Verschrikkelijk! Voor al die kinderen moest dit een goed en grappig en geweldig boek worden, en als dat niet zo was, zou het boek zijn mislukt.
Bij iedere zin die ik schreef, twijfelde ik. Leuk genoeg? Spannend genoeg?
Ik sliep niet meer, ik at niet meer. Ik dacht alleen maar: Iedereen moet dit boek leuk vinden. Dat moet, want het is het kinderboekenweekgeschenk.
Na een poosje stopte ik met schrijven. Ik kan het niet, dacht ik, ik kan niet schrijven als ik denk: Wat zouden alle kinderen van Nederland hiervan vinden? Ze moeten maar een ander vragen voor dat geschenkboek, iemand die dat wél kan.
'Ho, wacht even!' zei ik. 'Wat krijgen we nu, zeg! Geef je de moed op? Waarom? Trek je toch niks van die kinderen aan, schrijf gewoon een verhaal dat je zelf leuk vindt, en dan merk je later wel wat de lezers vinden. Dat doe je toch met ieder boek? Je schrijft een verhaal waar je zelf van houdt en de lezers worden pas belangrijk als het boek af is. Zo heb je ook 'Ellie en Nellie' geschreven, en 'Peppino' en 'Meester Max'.'
'Je hebt gelijk,' zei ik tegen mezelf. 'En boek schrijven voor iedereen kan niet. Ik moet vergeten dat dit het kinderboekenweekgeschenk wordt en gewoon lekker aan het werk gaan.
Goed idee!'

Vanaf dat moment keken er geen driehonderdduizend kinderen meer over mijn schouder mee. Er keek niemand meer mee. Zoals altijd zat ik alleen in mijn werkkamer, in de wereld van mijn verhaal. En met groot plezier schreef ik 'Boris en het woeste water'...

Rindert Kromhout.

 

.
.