Uit het schrijversleven van...Anke Kranendonk

Terug naar lijst
 

Gakko! Ol jen eem keesbrul.
Wavht eben.
Kunnen jullie me lezen? Ik niet. Ik moest even oefenen met typen.
Ik heb namelijk iets nieuws: een leesbril. Ik vind het ongelooflijk interessant, eindelijk heb ik er één op mijn neus. Al toen ik 11 jaren oud was deed ik mijn best om een bril te krijgen. Het leek me een mooi gezicht: Anke die iedere minuut met een beheerst gebaar de bril tussen haar ogen duwt. Hoe vaak had ik koppijn als ik naar het bord staarde, maar nooit was het ernstig genoeg om een leuk brilletje te krijgen.
Mijn broer daarentegen had -6! Dat leek me wel wat.
 

Enfin, inmiddels ben ik oud, grijs en wijs geworden, maar bovenal schrijver. Ik kreeg iedere dag hoofdpijn van het staren naar het toetsenbord. Ik dacht dat het kwam omdat verhalen bedenken erg moeilijk is. Ik schreef mezelf al een hersen RSI toe, of bedacht me dat je van denken spierpijn in je hersens krijgt.
Erger werd het me lezingen geven. Ik kwam in de klas als leuke kinderboekenschrijver, kinderen wilden mij vragen stellen en staken keurig hun arm in de lucht.
'Jij,' zei ik dan, en wees een kind aan. Het betreffende kind reageerde niet, of keek verbaasd om zich heen om te zien wie ik nu eigenlijk bedoelde.
'Jij!' zei ik dan weer, en wees recht op het kind. Nog werd er verbaasd en vertwijfeld gereageerd. Uiteindelijk moest ik opstaan, naar het kind toelopen, haar een tikje op het hoofd geven en weer zeggen: 'Ik bedoel jou.'
Tijdens de kinderboekenweek werd het echt een grote ramp, hoe meer scholen ik bezocht, hoe scheler ik werd. Maar ook met bril vindt Anke het erg leuk om scheel te kijken...

Twee weken geleden ben ik naar de brillenwinkel gestapt, en heb me een bril laten aanmeten. En wat nu zo fijn is: ik heb heel aparte ogen. Eigenlijk moet ik een bril voor dichtbij én veraf én om de loensende ogen recht te krijgen.
Ik heb er lang op gewacht, maar na 31 jaren blijk ik toch erg bijzonder te zijn, en mag ik eindelijk mijn bril in ontvangst nemen.
Gisteren kreeg ik hem, en ging meteen achter het toetsenbord zitten. De letters dwarrelden voor mijn ogen, en ik snapte niet meer wat ik opschreef.
Inmiddels ben ik al gewend, het schrijft geweldig met een bril op mijn neus.
21 november is mijn nieuwe boek uitgekomen. "Dag Boet" heet het. Ik nam het feestelijk in ontvangst met de bril op mijn neus!
En mocht ik ooit jou school bezoeken, al of niet met bril, en ik geef ongeveer jou de beurt om iets te mogen zeggen, weet dan: ik bedoel niet je buurman, niet het kind erachter, ik bedoel jou! Ook bij Ankes man en kinderen is de brillengekte losgebarsten!

Anke Kranendonk. 

.
.