Uit het schrijversleven van...Karine Jekel

Terug naar lijst
 

Colabubbels

‘Ik heb geen zin om mijn kamer op te ruimen.’
‘Dan maak je maar zin!’

‘Ik heb geen zin om mee naar oma te gaan.’
‘Dan maak je maar zin!’

Herkenbaar? Krijg jij ook wel eens te horen dat je zin moet maken? Ik wel, hoor. Van mezelf! Met schrijven gaat het namelijk ook een beetje zoals hierboven.

Soms heb je als schrijver geen inspiratie. Volgens het woordenboek betekent inspiratie: de kracht om nieuwe ideeën te krijgen. Een mooi woord en een mooie omschrijving, maar volgens mij betekent het bijna hetzelfde als ‘zin’. Zeggen dat je geen inspiratie hebt, is eigenlijk gewoon een smoesje om televisie te kijken in plaats van te schrijven. Als je een spannend, mooi, geweldig, bijzonder boek wilt schrijven, moet je aan het werk gaan. Niet blijven wachten tot je zin of inspiratie krijgt, maar je schrijfblok of laptop pakken! ‘Dan maak je maar zin,’ spreek ik mezelf streng toe als ik mopper dat ik geen inspiratie heb. Als ik geen zin heb om te gaan schrijven, geen kracht om nieuwe ideeën te verzinnen, moet ik maar zorgen dat ik zin kríjg.

Toen ik mijn eerste boek ‘Rover en Broertje’ schreef, kwam het weleens voor dat ik niet precies wist hoe het volgende hoofdstuk eruit moest zien. Soms koos ik ervoor om te luieren in de hoop dat er spontaan een bruisend idee in me opkwam. Dat gebeurde natuurlijk nooit. Vaker koos ik er dus voor om met mijn schrijfblok op mijn favoriete IKEA-stoel te kruipen. Inspiratie zoeken. Zin maken. Wat moet er in het volgende hoofdstuk gebeuren? Wat heeft het verhaal nodig? Een coole roofactie, zodat de twee jonge rovers trots op zichzelf kunnen zijn? Of een mislukte roofpoging, waardoor ze in een spannende situatie belanden? Krijgen ze onverwacht hulp aangeboden? Of moeten ze hun problemen zelf oplossen? Zulke vragen stelde ik mezelf, zoekend naar inspiratie.

Aan het begin van het boek ontdekken Rover en Broertje dat hun ouders verdwenen zijn. Het zal je maar gebeuren! Natuurlijk hebben ze even geen idee wat ze moeten doen. Ze kunnen sip wachten tot hun vader en moeder terugkomen. Ze kunnen hun ouders zoeken. Maar dat doen ze in eerste instantie niet. Ze gaan voor zichzelf zorgen, hoewel ze geen idee hebben hoe dat moet. Dapper, hè?

Zo dapper als ‘mijn’ rovers wil ik zelf ook zijn! Het kan best eng zijn om te zóéken naar dat ene superleuke verhaal. Veel veiliger is het om te wachten tot de inspiratie zomaar voorbij komt fladderen. Hoewel ik soms dankbaar gebruik maak van het inspiratiesmoesje (ik hou tenslotte óók erg van televisie kijken), ga ik veel liever dapper op zoek naar een mooi verhaal. En weet je wat ik het allerleukste aan schrijven vind? Als ik eenmaal ben begonnen, komen de woorden vanzelf. Ze ploppen in mijn hoofd omhoog als bubbels in een glas cola. Ineens is daar tóch de inspiratie! Dus gewoon gaan zitten. Schrijven. Zin(nen) maken.

.
.