Uit het schrijversleven van...Kaat Vrancken

Terug naar lijst
 

Voorlezen in scholen of bibliotheken doe ik nog liever dan schrijven. Met het grootste plezier vertel ik aan een groep kinderen verhalen over Cheffie, de koppige teckel en over Hannah, het grappige meisje. Na al die jaren kan ik precies voorspellen hoe de kinderen zullen reageren. Maar soms loopt alles anders…

'Wie heeft géén broertje of zusje?' vraag ik in een klas ergens in Vlaanderen. Drie vingers gaan omhoog.
'Vinden jullie dat jammer? Zijn jullie daar verdrietig om?' vraag ik. Altijd en overal, in elke klas van Vlaanderen en Nederland, zullen de leerlingen ja antwoorden. Op dat moment kan ik hen vertellen dat vrienden heel erg belangrijk zijn.
Maar nee hoor, deze keer roepen drie kinderen in koor: 'Nee!' Ze vinden het helemaal niet jammer dat ze geen broertje of zusje hebben.
Oeps, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Een van de drie gaat nog een stapje verder: 'Ik vind het heel fijn dat ik geen broer of zus heb, want dan hoef ik niets te delen.' Trots zegt deze jongen: 'Dan is alles voor mij alleen.'
Zijn klasgenoten kijken hem jaloers aan. Ik slik even. Een andere jongen steekt zijn vinger op: 'En ik ben verdrietig omdàt ik een broer heb.'
Heel de klas lacht. Wel tien armen schieten omhoog. Die kinderen willen mij allemaal vertellen waarom ze hun broer of zus liever kwijt zijn. Ik probeer de situatie te redden. 'Zelf heb ik drie broers,' zeg ik. 'En ik ben heel blij met hen. We doen heel wat dingen samen.'
Nu vertel ik hen het verhaal over de eenzame bever. Hij heeft geen broer of zus, maar hij kan wel vrienden maken.
'Ook al heb je geen broer of zus, je hebt nog altijd je vrienden,' zeg ik serieus.

We spelen toneel. Leerling Sofie speelt de eenzame bever en Bob is de otter.
'Mag ik met je meelopen?' vraagt Bob de otter aan Sofie de bever. Altijd en overal, in élke klas van Vlaanderen en Nederland zal de bever ja antwoorden. De bever is blij dat hij een vriendje krijgt. Maar deze keer loopt ook dat anders.
'Nee,' zegt bever Sofie. 'Jij mag niet meelopen. Ik blijf liever alleen.'

Niet elke lezing is voorspelbaar. En maar goed ook.
 

.
.