Uit het schrijversleven van...John Flanagan

Terug naar lijst
 

Eerlijk waar: ik vond Holland geweldig

Het was een onverwacht genoegen om op tournee te gaan en ik kan bijna niet uitleggen hoe blij en verbaasd ik was toen ik zag dat mijn boeken in een vreemd land zo graag worden gelezen. Ik had ze in het Engels geschreven, aan mijn bureau in Australië. En nu zag ik ze in een vreemd land liggen, in een vreemde taal (nou ja, vreemd voor mij dan, niet voor de Nederlanders natuurlijk) en met een andere titel. Het was verbazingwekkend. Het was onthutsend. Ik weet niet waarom, maar het is zo.
En het was totaal overweldigend om te zien hoe enthousiast de Nederlandse kinderen die boeken hebben verwelkomd… en mij erbij! De aanblik van rijen kinderen die geduldig stonden te wachten tot ik hun boeken zou signeren. De aanblik van kinderen in een mantel met een capuchon, met een pijl en boog, met een plastic dolk in hun– meestal te grote- riem gestoken. Ik had het totaal niet verwacht. En ik vond het geweldig!

Ik denk dat het in Groningen was: ik zat samen met Janneke van Gottmer, mijn tolk voor de dag, te signeren en met de kinderen te kletsen die met hun boek bij me kwamen. We zagen dat de rij tot achter in de winkel liep, dus ik had geen haast. Ik had helemaal niet door dat de rij niet korter werd, tot er iemand naar me toe kwam die fluisterde: ‘Ik zou maar een beetje opschieten! Deze rij houdt niet op bij de deur, die gaat gewoon verder op de stoep!’

Mijn Nederlandse uitgever, Gottmer, zorgde geweldig voor mij. Ik werd van Amsterdam naar Haarlem gevoerd en van Leiden naar Rotterdam naar Den Haag. Iedere keer dat ik een boekwinkel binnen kwam, was ik verbaasd over de zee van gezichten, wachtend tot ze me konden begroeten en met me konden praten over de verhalen en de mensen in mijn boeken. Voor mij zijn al die personages echt. Ik vind het geweldig om te zien dat ook andere mensen ze in hun hart hebben gesloten – volwassenen zowel als kinderen.
Vergeet niet dat ik een baan heb waarbij ik tijdenlang helemaal alleen aan mijn bureau zit te typen. Dan begin je makkelijk te twijfelen: ‘Gaat iemand dit ooit lezen?’ Dus het is heel fijn als het antwoord op die vraag zo duidelijk wordt gegeven.
 

Hoogtepunten van mijn bezoek? Dat waren er zo veel. Maar ik moet in ieder geval de onvoorstelbare gele klompen noemen die ik van boekhandel Paagman in Den Haag heb gekregen. In Sydney zijn ze niet echt in de mode, en iemand had blijkbaar gezegd dat ik schoenmaat 55 heb. Nu ik er nog eens over nadenk, misschien waren het wel geen schoenen. Misschien waren het bootjes en had ik erin over de Herengracht moeten varen.

De eerste sessie was ongelooflijk. Het was in Haarlem geloof ik. Toen het tijd werd om te signeren stormden er honderden kinderen op me af. Ze duwden van alle kanten tegelijk hun boeken onder mijn neus terwijl ze riepen: ‘Mijnheer, Mijnheer, sign my book!’ Het was opwindend. En het leek alsof ik helemaal onderop lag in een rugby scrum. Maar ik vond het fantastisch. 
 

Er waren ook twee bijeenkomsten in kastelen. Middeleeuwse kastelen zijn heel bijzonder voor Australiërs. Bij ons is niks ouder dan 150 jaar. En om dan in een torenkamer te zitten in een kasteel van 400 tot 500 jaar oud en een rij lezers te ontmoeten die eindeloos lijkt, dat is echt een verbijsterende ervaring. Dat was de Keukenhof. En een paar dagen later hadden we een middeleeuws banket in Kasteel Hoensbroek, met een groep lezers die de twijfelachtige eer te beurt viel om met mij te mogen dineren. (Mijn vrouw maakte nog de onaardige opmerking dat de winnaars van de tweede prijs zeker twee keer met mij uit eten moesten.)
 

Eerder die dag hadden we Dimitri daar ontmoet. Hij gaf lessen boogschieten en ik kreeg een paar aanwijzingen die mijn schietkunst onmiddellijk verbeterden. Ik zie er altijd tegenop om te schieten met lezers erbij. Ik oefen gewoon niet genoeg, en zoals iedere Grijze Jager weet: je oefent en oefent en als je klaar bent, dan oefen je nog een keer!
 

In Ermelo werd ik op straat al verwelkomd door een doedelzakspeler, naast meer dan honderd kinderen en hun ouders die rijen dik stonden te wachten op een ontmoeting met mij. Ik maakte mijn eerste opwachting op het platte dak van de boekwinkel. De eigenaar riep: ‘Kijk, kinderen, hier boven! John Flanagan!’

Dat denk ik tenminste, dat hij dat zei. Hij praatte Nederlands, dus misschien zei hij wel: ‘Mijn God! Er staat een inbreker op het dak van mijn winkel! Haal hem eraf! Haal hem eraf!’
Hoe het ook zij, het publiek begon hard te juichen en daarna ging ik naar beneden om boeken te signeren, te praten en te praten en boeken te signeren. En nog wat te praten en nog meer boeken te signeren. 
 

Ik vind het fascinerend dat mensen mij bedanken voor het signeren van hun boek. Ze realiseren zich helemaal niet wat een enorm compliment het is voor de schrijver als mensen om zijn handtekening vragen. Ik vind het heerlijk om boeken te signeren. Ik vind het heerlijk dat mensen het vragen. Soms kon ik niet álle boeken signeren, omdat de tijd te kort was of omdat er gewoon te veel mensen waren. Maar als er tijd is, en iemand heeft alle boeken gekocht, dan signeer ik ze met liefde allemaal. 
 

Algemene indrukken van Holland: leuke mensen. Vriendelijk, warm, hartelijk, grappig. En die duizenden dodelijke fietsen die door de straten van Amsterdam zoeven, om elkaar heen zwenkend en zigzaggend en steeds op zoek naar een onoplettende toerist om omver te rijden. Dankjewel Holland, we hebben een geweldige tijd gehad.
 

En heel speciale dank aan mijn fantastische agent/ assistent tijdens deze trip, Anne van Dijk. Ze fietste elke ochtend op haar fiets naar mijn hotel (waarbij ze onderweg waarschijnlijk een paar toeristen omver reed) en dan kwam de auto en voerde ons snel mee. Als ik iets nodig had – een glaasje water, een nieuwe pen, een kop thee, mijn rugzak, een broodje of een stroopwafel (jammie!) hoefde ik alleen maar om te kijken en Anne stond altijd klaar om mijn wensen te vervullen.
 

Dus: Holland. Geweldige mensen. Prachtige steden. Oude kastelen. Heerlijk Indonesisch eten.
Mag ik alsjeblieft nog een keer komen? Heel snel?
 

John Flanagan.
 

.
.