Uit het schrijversleven van...Ineke Mahieu

Terug naar lijst
 

Toen ik negen jaar was stond er op mijn lijstje van Leukste Beroepen; één: wereldreiziger, twee: ballerina, drie: poppenspeler, vier: juf, en vijf: journalist. In die volgorde van leukheid.
Wereldreiziger wilde ik worden, omdat ik het altijd geweldig vond om op vakantie te gaan. Ik voelde me al een wereldreiziger wanneer we in een klein, gammel autootje naar Frankrijk tuften.
Maar tijdens mijn eerste vliegreis (ik was een jaar of tien) zat ik van pure angst zo verstijfd en grauw in mijn stoel, dat één van mijn broertjes gilde dat ik de pijp uit ging. Het werd allemaal heel vervelend, met een spuugzakje dat lekte en zo. Ik geloof dat we nog net geen noodlanding hebben gemaakt. Je begrijpt, ik schaamde me rot. Daarna streepte ik ‘wereldreiziger’ van mijn lijstje. Trouwens, het is niet eens een echt beroep.
Dat ik ballerina wilde worden, kwam vooral door de Russische danser Noerejev. Tjonge, wat vond ik die leuk. Ik huppelde iedere week trouw naar balletles en droomde ervan om ooit als prima ballerina over het podium te zweefdansen. Dan zou ik natuurlijk worden opgevangen door iemand die net zo sterk en knap was als Nourejev.
Helaas bewoog ik als een soort kamerolifantje. Voordat ik twaalf werd, begreep ik dat het niets zou worden met dat ballet, en ik hing mijn tutuutje aan de wilgen.
Daarna stond er ‘poppenspeler’ op mijn lijstje. Ik had een poppenkast en massa’s poppenkastpoppen. Ik gaf voorstellingen op zo’n beetje alle verjaardagsfeestjes bij ons in de buurt. En ook al ging dat vaak mis, toch hield ik vol. Zo gebeurde het meer dan één keer dat de poppenkast halverwege mijn voorstelling voorover donderde. Dan zat ik daar plotseling een beetje sullig met mijn armen in de lucht, terwijl de toeschouwers dubbel lagen van het lachen. Of er waren van die snottebel-kinderen die niet wilden blijven zitten tijdens mijn voorstelling. Die kwamen de poppen een handje geven en lieten vervolgens niet meer los. Niet leuk.
Al wilde ik nog zo graag poppenspeler worden, ik geloofde de mensen die zeiden dat ik er nooit een boterham mee zou kunnen verdienen.
Dus besloot ik juf te worden. Een beetje een vergissing, want toen ik mijn diploma had gehaald om les te geven, was er geen werk te vinden voor nieuwe juffen en meesters.
Toen bleef er alleen nog journalist over, en eindelijk, eindelijk ontdekte ik hoe leuk het was om te schrijven.
Ik was al vijftig toen mijn eerste kinderboek verscheen. ‘Was jij toen eigenlijk niet veel te oud om nog schrijver te worden,' merkte een lezertje onlangs op.
Die had het niet helemaal begrepen; schrijver word je niet, dat ben je gewoon. Ik was daar alleen al die jaren nog niet achter. 

Ineke.

.
.