Uit het schrijversleven van...Mies van Hout

Terug naar lijst
 

Wat moet ik nou schrijven over mijn werk? vraag ik me af.
Ik zit gewoon elke dag in mijn atelier te tekenen. Dat is voor mij het leukste wat er is. Maar wat moet ik erover vertellen?

Nou ja, er gebeuren natuurlijk soms wel bijzondere dingen. Zo moest ik afgelopen zomer een pop van een vlinder schilderen voor ‘De dwergjes van Tuil' van Paul Biegel. En toevallig vond ik in onze tuin precies zo'n pop.
Dat is handig, dacht ik, nou heb ik een voorbeeld.
Ik bewaarde de pop in een bakje op mijn tekentafel.
Ik vergat hem vervolgens en (je voelt het al aankomen) op een dag kwam hij uit.
O, wat romantisch! dacht ik, er gebeurt in het echt waar ik over aan het tekenen ben.
Maar er kwam een heel raar beest uit. Hij had een dik harig lijf en lange poten en hij begon zenuwachtig over mijn tekeningen te lopen.
Jij bent vast gelukkiger als je buiten bent, dacht ik. En ik ook.
Met een papiertje schoof ik hem in het bakje terug. En buiten zette ik hem op een blaadje. Daar heeft hij de hele verdere dag gezeten. Ik ging telkens even kijken, want heel langzaam veranderde hij. De twee rare frummeltjes aan de zijkant werden vleugels. Tot mijn verbazing werd hij echt prachtig. Ik had nog nooit zo'n vlinder gezien. Ik zocht het op in een vlinderboek: het was een pijlstaartvlinder. Bijzonder hè? De volgende dag was hij weg.

Maar nu is het winter. Onze drie kinderen zijn net naar school, ik doe de kachel aan in mijn atelier en kijk of er e-mail is. Ja, van het gevangenismuseum. Het gaat over het optreden. Morgen ga ik daar verhalen vertellen aan kinderen. Vijftien kinderen hebben zich hiervoor opgegeven. Dat is fijn om te weten.
Ik bedenk dat ik het Schatje en Scheetje-lied nog even moet oefenen. Ik heb Erik van Os en Elle van Lieshout, de schrijvers van ‘Schatje en Scheetje', namelijk gevraagd of ze het liedje voor me op cd willen zetten. De bedoeling is dat ik de cd aanzet tijdens de voorstelling en dan meezing. Ik draai het lied zes keer en zing uit volle borst mee.
Ik besluit het refrein op een groot vel te schilderen, dan kunnen de kinderen ook meezingen. Zo geweldig kan ik namelijk nou ook weer niet zingen. Hoewel, het gaat best goed vandaag.
Tussen de middag komen onze twee jongens thuis om te eten. We hebben het over schaatsen, want het is sinds lang weer eens echt winter.
Na het eten ga ik verder met mijn boek. Ik ben met een prentenboek bezig en ik ben niet tevreden over een tekening. Ik heb roze kwallen geschilderd, maar ze zijn wat stijfjes. Ik wil dat ze meer bewegen. Zal ik hem overmaken? vraag ik me af. Maar het was twee dagen werk. En je weet nooit van tevoren of het beter wordt.
Vooruit: doe nou maar.
En omdat ik nu beter weet waar ik heen wil, gaat het gelukkig veel beter. Aan het eind van de middag heb de nieuwe versie bijna af. Ik ben zowaar tevreden.
De volgende dag ga ik naar het gevangenismuseum.
Er zijn wel 35 kinderen. Wat goed! De mensen van het museum hebben affiches naar scholen gestuurd en het staat ook in een plaatselijke krant.
Soms maak je een lange reis voor een bezoek en dan komt er bijna niemand.
Het gevangenismuseum ligt midden in Drenthe op een plek waar bijna niemand woont. Dus dit is echt supergoed geregeld van ze.
Ik vertel aan de kinderen de verhalen van ‘Schatje en Scheetje' en als extraatje vertel ik ook ‘Bang Mannetje'.
Daarna moet er gezongen worden. Ik oefen met de kinderen het refrein en zet de cd aan om het lied met ze te gaan zingen.
Maar help, de muziek op de cd is een halve octaaf hoger (of lager, dat kan ik zo snel niet ontdekken). Hoe kan dat nu ineens? Gisteren ging het toch goed?
En het gaat ook zo snel. De kinderen houden het niet bij.
Ik doe maar net of ik het niet merk. Maar het klonk echt voor geen meter.
Volgende keer moet ik dit anders doen.
Gelukkig lijken de kinderen er weinig last van te hebben.
Daarna hebben ze nog boeven getekend en wel tien boeken gekocht.
Moe maar voldaan ga ik naar huis.
Morgen weer fijn tekenen.

Als je meer wilt weten over mijn boeken kun je kijken op mijn website: www.miesvanhout.nl

Mies van Hout.
 

.
.