Uit het schrijversleven van...Marjon Hoffman

Terug naar lijst
 

Mijn dagen zien er op het moment vooral heel rommelig uit. Ik schrijf aan het vijfde deel van Floor ('Floor tussen de regels') als Martine Schaap (uitgeefster) belt: ‘Marjon, zou jij voor Alex (illustrator) alvast even een verhaal voor Sem wil schrijven, zodat hij vast een omslag kan maken?’ Ondertussen wisselen aanvragen voor de kinderboekenweek 2009 (‘Marjon zou jij op 8 oktober 2009 naar Dordrecht willen?’) en de postbode met een pakketje voor de buren (‘Zou u dit pakketje aan uw buren willen geven?’) elkaar af. Net weer met een kopje koffie achter mijn laptop geploft als de bel wederom gaat. ‘Wie is dat nou weer!’ mopper ik en ik kijk op de monitor in de gang. Een man die ik niet ken, vast weer een postpakketje. ‘Dag mevrouw Hoffman, wij komen de boom omzagen,’ zegt de man in een oranje overall en hij loopt achter me langs de gang in. ‘Oja, die boom!’ Nu weet ik het ineens weer. De buren hebben er nu precies 5 jaar iedere zomer over geklaagd. ‘Willen jullie koffie?’ vraag ik, want ik weet dat als ze hun koffie hebben, ik weer even door kan met mijn werk. Ik lees mijn emails en open een leeg document waar ik: 'Sem krijgt vleugels' boven tik. ‘Tring!’ telefoon.

-‘Dag, spreek ik met Marjon Hoffman?’
-‘Ja, spreekt u mee?
-‘Met Marieke van de Flair, wij hadden vandaag een telefonisch interview gepland’
-‘?’
- ‘Om 11 uur…’

Ik kijk op de klok en zie dat het inderdaad alweer 11 uur is en stem in. Het gaat over de beste vriendin van, een nieuwe rubriek in de Flair, waarin ze de beste vriendin van een bekende Nederlander interviewen, alleen ben ik jammer genoeg niet die bekende Nederlander, maar de beste vriendin van… (Nienke Römer). Marieke stelt me vragen over vroeger. Over hoe Nienke en ik elkaar kennen en wat haar leukste eigenschappen zijn. Ondertussen trilt mijn mobieltje, waar ik toevallig Nienke’s naam in mijn display lees. Die bel ik zo wel weer terug… schiet er door mijn hoofd. Het interview gaat gepaard met gedwongen stiltes vanwege het gezaag in de tuin en net als Marieke me vraagt: ‘Wat zijn Nienke’s irritantste eigenschappen?’, komt Nienke zelf mijn huis binnenwandelen (‘Ik probeerde je net te bellen en ik wist dat je thuis was, want je telefoon was in gesprek en de deur was open.’) Nienke die de weg in mijn huis op haar duimpje kent, loopt naar de keuken om thee te zetten en ik loop naar boven, zogenaamd om de droger uit te zetten, maar eigenlijk om Nienke’s irritante eigenschappen tegen de interviewster te vertellen. Aan het eind van het interview vraagt Marieke of ik nog even 7 leuke foto’s van vroeger op hoge resolutie naar een ander redactielid van de Flair wil mailen.

En nadat Nienke en de tuinmannen eindelijk de deur uit zijn en ik met stofzuiger en dweil door het huis ben gegaan, is het half vier. Ik geef het pakketje aan de buren en spring op de fiets om de foto’s op te halen bij mijn ouders. Als ik thuis kom is het half zes. Ik open het document en zie de leegte onder de titel Sem krijgt vleugels. ‘Schatje, Ik ben er weer!’ hoor ik in de gang. Het is Michiel mijn man die zijn jas uit gooit en op de bank neerploft. ‘Ik doe helemaal niks meer’, zucht hij moe. Ik klik mijn computer uit. ‘Nee, ik ook niet’.

Marjon Hoffman
 

.
.