Uit het schrijversleven van...Sylvia Vanden Heede

Terug naar lijst
 

Kerstboom

In januari gaat de kerstboom de deur uit. Dat is elk jaar zo. Voor het eerst hebben we een boom die niet prikt. Hij verliest ook zijn naalden niet. Maar hij ruikt niet naar kerst, niet naar sparren, niet naar een donker en geheimzinnig bos.
Mooi is hij wel. Als ik kon, liet ik hem staan tot ver voorbij Driekoningen, voorbij de krokusvakantie, voorbij carnaval en Pasen. Er zijn immers geen seizoenen meer. De herfst was voorjaarsachtig warm, de winter herfstachtig, deze lente krijgen we vast een hittegolf en komende zomer valt er ongetwijfeld sneeuw.
Maar de kalender verandert niet. Sinterklaas, Kerstmis, nieuwjaar: de feestdagen blijven trouw op post. Al eeuwen gaat dat zo. Al jaren tuig ik daarom op Driekoningen de kerstboom af, weer of geen weer. De glimmende ballen glimmen niet meer zo erg. Ik veeg met mijn vinger het stoflaagje weg. Het snoer van de lampjes raakt in de war. Ik vecht met het kluwen en geef het op. De beeldjes van de kerststal laten zich gedwee opsluiten in hun doos, veroordeeld tot weer een jaar lang duisternis in een hoekje van de garage.
 

De kerstboom prikt niet, dus blijven me deze keer de venijnige naalden bespaard die in mijn huid blijven steken.
Hij ziet er nog erg mooi uit, onze boom. Zelfs zonder ballen, slingers en lampjes. Het is zonde om hem weg te doen. Ik zou hem in de tuin kunnen planten als hij nog wortels had. Die heeft hij niet. Ze hebben hem omgezaagd op de plek waar hij stond. Zijn voeten zitten daar nog in de aarde. Hij was ten dode opgeschreven nog voor we de kerstballen in zijn takken hingen. Het is natuurlijk maar een boom.
Een boom voelt niets.
Natuurlijk niet.
Recht en trots staat hij in onze kamer. De top raakt bijna het plafond. In een bos zou hij een miezerig klein opdondertje zijn. In het bos van Vos en Haas bijvoorbeeld, waar eiken tot de hemel groeien.
Staan er sparren in het bos van Vos en Haas? En worden die dan ook omgezaagd voor kerst? Of worden ze gerooid met kluit, zodat ze in een pot kunnen staan? En later in de tuin?
 

Op sommige vragen heb zelfs ik geen antwoord.
‘Houdt het bos van Vos en Haas ooit op?’ is zo een vraag.
‘Mmmm… mja…’, zeg ik na lang nadenken.
‘Waar dan?’
‘Op de rand van de kaart’,
antwoord ik slim.
Maar dat is natuurlijk niet waar. De kaart houdt op en het bos gaat door. Niet voor altijd, niet voor eeuwig, want ergens begint de Wijde Wereld.
‘Waar dan?’
Ik zucht vermoeid. Ik pak de stofzuiger, want een paar naaldjes verliest de boom wel.
Waar begint de Wijde Wereld?’ zeurt het stemmetje in mijn hoofd.
‘Vraag dat maar aan Piep’, antwoord ik. ‘Hij is er geweest. Hij kan het weten.’
‘En het eiland? Is dat erg ver? Midden in de wijde wereld of nog verder?’
‘Nog verder’, zeg ik. ‘In het zuiden. Daar is het altijd warm. Daar kun je de winter overslaan.’
‘Hier ook’, grinnikt het stemmetje.
‘Hier ook’, geef ik toe.
 

Het stemmetje zwijgt. Gelukkig. Terwijl ik stofzuig, denk ik na over de Wijde Wereld. Die komt wel heel, heel dichtbij.
Maar in het bos van Vos en Haas valt er ’s winters nog echte, dikke, witte sneeuw.

Sylvia Vanden Heede.
 

.
.