Uit het schrijversleven van...Hanneke Siemensma

Terug naar lijst
 

Vieze vingers

Heb jij wel eens met houtskool getekend? Dat lijkt een beetje op tekenen met een afgebrande lucifer, maar dan dikker. Ik werk er graag mee. Met houtskool teken ik dikke zwarte vlakken en lijnen. Helemaal niet fijntjes of precies zoals met potlood of pen. En ik kan heel netjes tekenen hoor, maar soms wordt het saai. Houtskool is nooit saai. Houtskool vlekt en groezelt. Alles wordt lekker vies. Als je houtskool in een dikke laag op je papier krast, kun je er lijntjes in trekken. Met een prop papier bijvoorbeeld. Of met een kwastje. En dan veeg je het weer weg. Of je gumt het uit met een kneedgummetje.

Ook voor het prentenboek 'Snip' tekende ik met houtskool. Snip is een vogeltje dat niet durft te vliegen. Soms is-ie bang, soms blij. Het duurde even voor ik hem te pakken had. Een vogeltje tekenen is niet zo moeilijk. Een lijfje, twee vleugels, een kop en een snavel. Maar laat hem maar eens blij zijn. Of verdrietig. Snip heeft namelijk een snavel, en geen mond. En een glimlachende snavel, dat ziet er raar uit! Na veel schetsen en vieze, zwarte vingers wist ik het. Het lijfje moest het doen. Zijn vleugels wapperen als hij blij is. Dan heb je geen glimlach meer nodig.

Als ik klaar ben met de houtskooltekening, dan scan ik hem in. Dan komt hij in de computer. Daar voeg ik kleuren toe, want houtskool is altijd zwart. Ook teken ik er nog wat bij. Blaadjes. Lijntjes. Krasjes. Ik ga door tot ik tevreden ben. Dat duurt soms best lang. Dan komt de computer goed van pas. Je kunt alles door elkaar schudden, omgooien, omkeren. Soms werkt dat, maar soms niet. Dan moet ik snel weer met papier, houtskool en gummetjes aan de slag.

Op één tekening praat Snip met een eekhoorn die nootjes moet verzamelen voordat het winter is. Snip gaat helpen. Maar hoe liet ik dat zien? Ik ben een paar keer opnieuw begonnen. Met de eekhoorn in de boom. Dat ging zo: die boom is te dun. De stam is te lang. Een stevige dikkerd moet dat zijn. Dé boom van het bos. Groter dus. Zo groot? Nee, groter. Nee, nog groter! Zoooo ja, dat begint erop te lijken. En helemaal rood, want het is herfst. Zoiets ja. En nu weer de eekhoorn. Waar is hij? Hij zoekt in de boom naar nootjes. Zijn vacht is dezelfde kleur als de bladeren, je ziet hem bijna niet. Dus waar is de eekhoorn? Die moet je zoeken. Net als hij naar de nootjes. Snip vangt ze wel op.
Die tekening is op de voorkant gekomen.

Ben jij niet tevreden over een tekening, maar weet je niet waarom? Dan heb ik nog een tip. Houd je tekening eens voor de spiegel. Dan zie je meteen wat er niet klopt. Je kijkt zoals iemand anders ernaar kijkt: hé, dat oog zit scheef. Of: dat hoofd is veel te groot! Nu zie je het meteen. Dat je dat niet eerder zag!

.
.