Uit het schrijversleven van...Monique Hagen

Terug naar lijst
 

 

 

1 - Wij leven samen.
2 - Wij reizen samen en
3 - af en toe schrijven wij samen.
Over hoe je samen leeft of reist krijgen wij nooit vragen, maar wel over punt 3: ‘Samen schrijven? Hoe gaat dat? Wie doet wat?
Soms schrijft Monique (of Hans) een stukje en dan geeft de ander commentaar en dan werken we samen verder aan die tekst - naast elkaar aan één bureau of ieder apart. En dan zitten we net zolang te prutsen tot we het allebei mooi vinden van klank, idee en ritme. Vaak zijn we het niet met elkaar eens. Maar de afspraak is: we gaan door tot we er alle twee tevreden over zijn. Misschien was het handig geweest als we een geluidsopname hadden gemaakt tijdens het schrijven van deze column. Dan kon je horen hoe samen schrijven ongeveer gaat. Een van ons maakte een voorzet van deze column en toen de ander het las volgde dit gesprek:

- ‘Leuk stukje wel, maar dat 1, 2, 3 bovenaan…’
- ‘Grappig hè?’
- ‘…dat vind ik niet leuk.’
- ‘Ik wel.’
- ‘Ik hou niet van getallen. Kunnen ze niet weg?’
- ‘Maar dan haal je de hele opzet onderuit.’
- ‘Nee hoor, ze kunnen gewoon weg.’
- ‘Je kunt ze ook laten staan.’
- ‘Waarom?’
- ‘Nou uh…’
- …
- …
- ‘Ach, misschien is het ook wel leuk, laat maar staan. ’

We schreven samen (bijna) vier dichtbundels. En anderhalf jaar werkten we aan ‘Het paardenboek’. We reisden rond in de paardenwereld, in de echte en op het internet. We lazen boeken, tijdschriften en gedachten van paardenkenners. Of ze nou paardenslager waren of dierenarts, het was bijzonder om te merken hoe ze met hart en ziel van paarden houden. We schreven het boek helemaal samen. Twee koetsiers op de bok en allebei wilden we de teugels in handen houden. Met zachte en met harde woorden overtuigden we elkaar van ons gelijk. Soms steigerde de een, dan weer de ander. Regel voor regel smeedden we onze verhalen tot een geheel. We weten zelf niet meer wie er nu wat geschreven heeft. Achter het bureau vlogen we elkaar soms in de haren, maar tijdens het eten konden we weer lachen. We hoefden elkaar nooit lastig te vallen met verhalen over ons werk of een vervelende collega. Nu ‘Het paardenboek’ klaar is, gaan we verder met onze vierde dichtbundel, de opvolger van ‘Jij bent de liefste’. Hij is bijna af. Deze column ook.

- ‘Moet het niet langer?’
- ‘Waarom?’
- ‘Lieneke had vijfhonderd woorden.’
- ‘Nee joh, het is mooi zo.’
- ‘Niks meer aan doen?’
- ‘Niks meer aan doen!’

Monique en Hans Hagen.
 

.
.