Uit het schrijversleven van...Corrie Hafkamp

Terug naar lijst
 

'Vindt je man dat wel goed?'

Voor mij is schrijven niet iets wat je doet, maar een manier van leven. Op mijn zevende jaar had ik me al voorgenomen om schrijver te worden, en wel de beroemdste schrijver van de hele wereld. Ik mag dus nu wel een beetje opschieten.
Ik was ook een leeskind. Ik vrat letters met een niet te stillen geeuwhonger. Dat kwam wel goed uit, want ik was ook een oorlogskind en lezen was zo'n beetje de enige uitweg uit het ellendige, dagelijkse bestaan.
Ik ben begonnen met gedichten voor volwassenen en later twee boeken. In 1974 schreef ik, bijna per ongeluk, mijn eerste kinderboek, 'Vechten voor een veldje', dat in 1975 in de winkel kwam. Het werd meteen een klapper en ik ontdekte hoe leuk ik het vond om voor kinderen te schrijven. Dus ben ik er maar mee doorgegaan.
Toen er een paar boeken op de markt waren, begon ik ook lezingen te geven op scholen en in bibliotheken. Dan maak je nog wel eens leuke dingen mee.
Op een keer moest een meisje een stukje voorlezen uit één van mijn boeken. Dat deed ze heel netjes. Toen ze klaar was, vroeg ik: "Wat vind je nou van het boek?" en ze zei, nogal verveeld: "Och, ik vind het net als alle andere boeken." Nou, je kon aan haar gezicht wel zien dat ze alle andere boeken ook maar zo zo vond.
En dan die jongen, die pal naast de meester was gezet, duidelijk met de bedoeling dat hij zijn mond zou houden. Ik heb daar een fijne neus voor en kies altijd meteen partij.
"Wil jij ook wat vragen?" vroeg ik met een uitgestreken smoelwerk en ik zag het gezicht van de meester betrekken. De jongen vroeg iets heel gewoons: "Heb jij thuis ook boeken?" Ik vertelde hem hoeveel boeken ik had (kasten vol) en hij zei: "Gatverdamme, vindt je man dat wel goed?"
Op een dag kreeg ik een brief van een meisje van 9, dat van mij een boek voor boven de 14 had gelezen. Ze schreef: Lieve Corrie Hafkamp, ik heb je boek gelezen. Ik heb er niets van begrepen, maar je zal je best wel gedaan hebben. Schrijf je me nog eens?
Kijk, dat is nou waarom ik kinderen zo leuk vind!

Schrijven is een eenzaam vak. Je zit altijd alleen met een leeg vel voor je en niemand kan je vertellen hoe het moet. Je moet het allemaal uit jezelf halen. Ook als je niet achter een vel zit, gaat het schrijven in je hoofd altijd maar door. Je hebt dus eigenlijk nooit vakantie. Gelukkig heb ik nu een tegenwicht gevonden voor dat altijd in je kop zitten. Ik help de laatste paar jaar op het biologisch dynamische tuinbouwbedrijf van mijn jongste zoon.
Op je knietjes over de goede aarde kruipen en onkruid wieden, wat me de bijnaam oma Onkruid heeft bezorgd. Of lekker op een kistje zitten en boontjes van de struiken plukken. Bij weer of geen weer, met het wijde land om je heen, met je verstand op nul je handjes laten wapperen. Ik ben er helemaal verliefd op geworden. Ik voel me dan weer het kind van toen, dat zich al wel een schrijver voelde maar van het ploeteren wat dat met zich meebrengt nog geen benul had.
Toch zal ik het schrijven nooit kunnen laten. Zolang het koppie goed blijft ga ik ermee door tot ik omval. En ik weet al wat ik als tekst op mijn grafsteen wil.
"Hè hè, eindelijk afgeschreven!"

Nou, dat was het. Lees maar veel en lekker, dan word je mooi van binnen.

Corrie Hafkamp.
 

.
.