Uit het schrijversleven van...Peter van Gestel

Terug naar lijst
 

Mijn computer en ik
 

Ik werk op een computer. Dat is niet altijd even leuk. Maar ganzenveer, vulpen, zelfs potloden en ballpoints zijn uit de gratie. Zoals ook het schrijven bij een brandende en druipende kaars, of met een blocnote op je schoot in het park. Nu ja, dat laatste kan nog wel hoor, want dan verwerk je het later in je computer: dat helse apparaat dat soms een week lang goed geluimd is en dan weer een hele week nukkig is en de ene streek na de andere uithaalt. Het zijn nog geen levende wezens, computers, maar het scheelt niet veel. Toch moeten ze nog altijd in de fabriek gemaakt worden, omdat ze zichzelf niet kunnen voortplanten. Maar het duurt vast niet lang meer, of ze gaan zelf die fabrieken bouwen en dan kun je al een beetje van voortplanting spreken. Nog een paar honderd jaar en er zal een grote oorlog uitbarsten tussen mensen en computers, niets aan te doen. De Chinezen gebruikten buskruit om er vuurwerk van te maken. In onze gebieden werd heel veel later het buskruit ook uitgevonden en toen kregen we geweren en kanonnen; uitvindingen zijn vaak mooier en minder mensonvriendelijk dan de uitvinders zelf.

Ik werk op een computer. Zei ik dat al? Ik heb er het ene na het andere kinder- of jeugdboek op geschreven, of beter: getikt, en hij heeft het allemaal voor zoete koek geslikt. Soms gooide hij geheel uit eigen beweging een pagina weg, of ging eigenaardig piepen en wou hij opeens niks meer; je kon hem niet eens meer uitzetten. Maar gelukkig liet hij nooit stiekem merken of ie een geschreven pagina mooi of lelijk vond, dat komt nog wel.

Wat aardig van een computer is: je kunt sneller schrijven dan je denkt. Dat was met die goeie brave vulpen wel even iets anders: dat ging zo traag, ja. Dan was je in gedachten al met het tweede hoofdstuk bezig en zat je pen nog steeds te priegelen aan het eerste hoofdstuk. Sneller schrijven dan je denkt, je raakt buiten adem, ziet als je terugleest van alles staan, waarvan je je verbaasd afvraagt: hé, heb ik dat geschreven? Je hebt ook de gekste fouten gemaakt, soms zie je zoiets als Fttiokaanen staan en dan vraag je je af: wat heb ik daar in godsnaam mee bedoeld? Zit je een tijdje te denken, kom je er eindelijk uit, ja ja, het moet frietkraam zijn, maar waarom? Ik heb het in mijn boeken nooit over een frietkraam. Wat ik maar wil zeggen: als jullie een boek van mij lezen en denken: wat een raar boek is dat, dan komt dat niet door mij hoor, nee, dan is het de schuld van mijn computer.

Peter van Gestel.
 

.
.