Uit het schrijversleven van...Floortje Zwigtman

Terug naar lijst
 

Mijn stomste boek

Als je dit leest, houd je van boeken (denk ik tenminste). Misschien houd je ook wel van schrijven. Wie weet droom je er zelf ook wel eens van schrijver te worden. Een hele dag alleen maar verhalen verzinnen, dat leek mij vroeger wel wat. Geen sommen maken die ik niet snapte, geen vogelnestjes maken in de ringen, nooit meer keurig op de lijntjes moeten schrijven met een vulpen die altijd vlekte. Gewoon de hele dag doen waar ik zin in had en waar ik goed in was.

Ik denk wel eens terug aan die dagdroom. Vooral wanneer ik weer eens naar mijn lege beeldscherm zit te staren, met een al even leeg hoofd. Er is namelijk één ding waar ik je voor moet waarschuwen, wanneer je er, net als ik vroeger, van droomt schrijver te worden. Schrijven is namelijk lang niet zo leuk als het lijkt. Tenminste, meestal niet. Of niet altijd. Heel vaak lijkt het op sommen maken, op weer eens hopeloos in de knoop raken in de ringen. Op iets moeten doen dat je helemaal niet kunt.

Op die dagen, is mijn grootste vijand de volgende zin. Die volgende zin moet er komen, anders komt er geen verhaal. Maar hoe mijn hersens ook knarsen, die zin komt er niet. Alles wat ik bedenk, klinkt belachelijk, stom. ‘Niet goed genoeg,’ zeurt een stem in mijn oor. ‘Je kunt veel beter.’ Het is het duiveltje dat op mijn schouder zit en dat altijd precies weet wanneer ik iets fout doe. Maar wat ik dan wél moet doen, zegt het er nooit bij. Daar heb ik mijn engel voor, die op mijn andere schouder zit. Maar op dagen dat het niet gaat, houdt die engel altijd zijn mond.

En dus moet ik het zelf doen, met het talent dat ik heb en op zulke dagen geloof ik dat het niet veel is. Er komen woorden op het beeldscherm te staan, zinnen zelfs. Maar bij alles wat ik uittik, denk ik: wat stom, wat slecht, ik kan het niet meer, help!

Dat zijn dagen waarop ik wens dat ik bakker geworden was. Of loodgieter. Of tuinvrouw. Dat ik een beroep gekozen had, waarbij je aan het begin van de dag precies weet wat je gaat doen. En hoe je het gaat doen. Waarbij je je niet elke morgen angstig afvraagt: zal het vandaag wél goed gaan?

Maar heel langzaam leer ik minder op de slechte dagen letten. Omdat slechte schrijfdagen niet altijd slechte boeken opleveren. Vorig jaar zomer schreef ik bijvoorbeeld mijn stomste boek. Tenminste, dat dacht ik toen. Ik was moe, buiten was het mooi weer en ik wilde niet meer achter die computer zitten, schoppend tegen elke zin. Maar ja, er was een deadline: over twee weken moest het boek af zijn. En dus moest ik doorschrijven, doorschrijven…

Het boek kwam af en nog op tijd ook. Maar ik wist zeker dat het mijn stomste boek ooit was. Toen het twee weken geleden, gedrukt en al, als pakje bij mij thuis werd bezorgd, maakte ik dat pakje dan ook niet open. Ik wilde het boek niet zien. Tot er een paar dagen later dit berichtje in mijn mailbox lag…

Wat een mooi boekje deze maand: 'En zo is het altijd geweest' van Floortje Zwigtman.
Heel spannend en intrigerend.
Het is nu mijn dochters lievelingsboek.

Blijkbaar was er iemand op de wereld die het boek niet zo stom vond als ik… Die het zelfs haar lievelingsboek noemde. En heel, heel voorzichtig, durfde ik het boek uit te pakken. Om het later misschien, heel misschien te durven lezen.

Maar belangrijker dan dat, is dat ik geleerd heb dat je altijd moet durven schrijven. Ook al lijkt wat je schrijft, je stomste boek ooit te worden. Als het schrijven moeilijk gaat, zegt dat niets over het boek dat er uiteindelijk komt. Dus moet je blijven schrijven. Zelfs op dagen dat je liever bakker wilt zijn.

 

.
.