Uit het schrijversleven van...Evelien Feltzer

Terug naar lijst
 

Een feestje

Deze maand verschijnt mijn nieuwe boek ‘Tien vragen aan mijn vader’. Ik sleep al weken met drankjes, versieringen en champagneglazen voor de boekpresentatie en zoek eindeloos naar lekkere recepten voor de hapjes. De zomerse locatie aan de Sloterplas heb ik maanden geleden al geboekt en de uitnodigingen zijn verstuurd. Mijn dochter oefent zich schor op een lied dat ze samen met mijn broer tijdens de boekpresentatie wil gaan zingen. Want dat mijn nieuwe boek er is, zal gevierd worden!

Niet iedere schrijver houdt een boekpresentatie. Ik wel, het liefst zo feestelijk mogelijk. Maandenlang heb ik me voor mijn nieuwe boek in mijn eentje opgesloten achter een laptop, dus nu is het tijd voor vrolijkheid en veel mensen om me heen.

Mijn vriend lacht me uit als hij me zo ziet zwoegen. Nu dan even niet achter die laptop, maar met enorme watermeloenen aan het stuur van mijn fiets. De nieuwe vader van Lou uit ‘Tien vragen aan mijn vader’ heeft een sappenbar in Tarifa in Zuid-Spanje. Lou gaat hem daar opzoeken om hem te leren kennen én om weg te vluchten van iets stoms wat ze in Nederland heeft gedaan. Geen sappenbar zonder watermeloenen, dus mogen ze ook niet ontbreken op mijn boekpresentatie.

Ik heb sowieso iets met watermeloenen. Dat komt vast door de film Dirty Dancing, waar ik sinds mijn elfde ontzettend fan van ben. Hoofdpersoon ‘Baby’ wordt verliefd (en ik ook) op haar dansleraar Johnny zodra ze hem voor het eerst ziet dansen op een feestje. Ze heeft dan een watermeloen vast en schaamt zich kapot als ze niets anders tegen hem weet te zeggen dan ‘I carried a watermelon’. Zoek dat fragment maar eens op YouTube op. En dan ook meteen de slotscène waarin Baby en Johnny de einddans met ‘de lift’ doen, waarin zij in zijn sterke armen boven zijn hoofd zweeft. Dan weten jullie ook meteen hoe ik me voel als ik een nieuw boek heb geschreven. Het liefst zou ik die lift ook op mijn boekpresentatie willen doen, maar ik ben bang dat mijn vriend dan door zijn rug gaat. Of dat ik mijn armen breek, wekenlang in het gips zit en niet meer kan schrijven.

Op mijn elfde was ik trouwens niet alleen verliefd op die dansleraar, maar wist ik ook al zeker dat ik later schrijver wilde worden. Maar ik durfde dat tegen niemand te zeggen, omdat ik bang was dat ik zou worden uitgelachen. Dat mijn droom te groot was. Misschien geef ik daarom nu wel zo’n feest. Omdat het gelukt is.

En mijn dochter gaat dus zingen op de boekpresentatie. Terwijl ze eigenlijk niet van grote groepen houdt en ook niet zo van boeken (tenzij ze over paarden gaan). Maar ook zij heeft een droom. Alleen daarom al zou ik een feestje geven. 

Evelien Feltzer.

.
.